De wetenschapsredactie beantwoordt kleine en grote vragen die lezers bezighouden. Deze week: hebben de wijzers van onze klokken altijd rechtsom gedraaid?
schrijft voor de Volkskrant over historische onderwerpen.
Waarom draaien de wijzers van de klok eigenlijk rechtsom, vraagt lezeres Femke Wolthuis zich af. ‘We spreken altijd over ‘met de klok mee’, maar ook de richting van de klok is toch ook ooit bepaald, bedacht of afgesproken. Of is deze ontstaan?’
Die draairichting was er altijd al, luidt het eenvoudige antwoord. Op het noordelijk halfrond draait de zon op het oog rechtsom langs de hemel. Dat betekent dat de schaduw op een zonnewijzer óók rechtsom draait. Die conventie is blijven plakken toen klokkenmakers de eerste raderuurwerken bouwden.
Is het werkelijk zo simpel? Ja, het is werkelijk zo simpel, bevestigt Hans van den Ende van klokkenmuseum De Zaanse Tijd. Hij maakt wel direct een kanttekening: het museum heeft in de collectie óók een klok die in tegengestelde richting draait, ontworpen door de New Yorks-Amsterdamse kunstenaar Viktor IV (pseudoniem van Walter Glück, 1929-1986).
Halverwege de 14de eeuw verschenen in Europa de eerste torenuurwerken, eerst in Italiaanse steden als Padua en Bologna, en naarmate de Renaissance naar het noorden trok ook in steden als Augsburg, Breslau en Straatsburg. Die eerste mechanische klokken hadden alleen een wijzer om de uren aan te geven. Met een beetje fantasie is de rondgang van zo’n uurwijzer vergelijkbaar met de beweging van de schaduw in een zonnewijzer.
Ondanks allerlei technische veranderingen (denk aan de invoering van de minutenwijzer en de uitvinding van het slingeruurwerk) wijzigde er nooit iets aan de klokrichting. Ook niet toen koloniale veroveraars hun klokken meebrachten naar het zuidelijk halfrond, waar de zon toch echt in tegengestelde richting langs de hemel beweegt.
Van den Ende wijst erop dat voor de uitvinding van de slingerklok torenuurwerken bijzonder onnauwkeurig waren en geregeld bijgesteld moesten worden. Daartoe hebben sommige kerken aan de zuidzijde van de toren een zonnewijzer. Verwarrend genoeg kan zo’n muurzonnewijzer twee draairichtingen hebben, afhankelijk van de hoek van de naald. Als de naald naar boven wijst, loopt de schaduw met de klok mee, maar een neerwaartse naald zorgt voor een tegengestelde schaduw. De zonnewijzer aan de Groningse Martinitoren draait bijvoorbeeld tegen de klok in.
Van den Ende wijst ook nog kort op revolutionair Frankrijk, waar men in 1793 bij wet de tijdmeting decimaliseerde. Tien uur in een dag, honderd minuten in een uur, honderd seconden in een minuut. Hoewel het systeem op papier serieuze voordelen heeft, bijvoorbeeld als je tijden bij elkaar moet optellen, waren bestaande klokken zó ingeburgerd dat de voorgestelde wijzigingen nooit aansloegen.
Mogelijk speelde daarbij een rol dat de revolutionairen tegelijkertijd probeerden de kalender te veranderen, met drie weken van tien dagen per maand. Alle data kregen bovendien een naam toegewezen. In plaats van 4 april gebruikte het revolutionaire systeem bijvoorbeeld het woord ‘honingbij’, terwijl 5 april ‘kropsla’ heette. Een charmant idee, maar wel onhandig.
Zelf een vraag voor deze rubriek? Mail naar willenweten@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant