Sport Sinds het deelnemersveld van de Marathon Rotterdam is uitgedijd, rent de langzaamste loper beduidend trager. „Nu gaan ze desnoods een stukje wandelen. Dat werd in de begintijd als belachelijk beschouwd.”
Deelnemers komen de Erasmusbrug over tijdens de 44ste editie van de marathon van Rotterdam.
In 2023 duurde het een week voordat alle startbewijzen voor de Rotterdamse marathon waren uitverkocht, een jaar later waren alle plekken na tweeënhalf uur vergeven. In de hoop een startbewijs te bemachtigen voor de aanstaande editie hadden meer dan vijftigduizend hardlopers zich ingeschreven, voor een loting. Achttienduizend staan aankomende zondag 12 april aan de start.
De marathon is ongekend populair, ook onder amateurs. In de beginjaren van de Marathon Rotterdam deden slechts een paar honderd atleten mee, later groeide dat uit tot een paar duizend. Sinds 2014 heeft de wedstrijd meer dan tienduizend lopers.
Liefst wil de organisatie groeien naar dertigduizend deelnemers, daarmee zou het op gelijke voet komen met de marathon van Amsterdam. Maar de gemeente blokkeerde afgelopen herfst de uitbreidingsplannen vanwege de druk die de wedstrijd legt op de stad en hulpdiensten.
In de beginjaren had de marathon een heel ander karakter. Het loopevenement is uitgegroeid van een wedstrijd voor prestatielopers tot een „bucketlist-loop”, zegt hoogleraar sportontwikkeling Maarten van Bottenburg (Universiteit Utrecht).
Van Bottenburg onderzocht de populariteit van hardlopen vanaf de eerste ‘loopgolf’ in de jaren tachtig. Rond die tijd gingen mensen voor het eerst op straat joggen. Van Bottenburg: „De eerste lopers op straat werden nageschreeuwd.” En de marathon was alleen voor vrij goede lopers. „Je moest echt iets in je mars hebben.”
De eerste marathon in Rotterdam, in 1981, telde slechts 170 finishers. De snelste tijd werd gelopen door de Schotse John Graham. Hij legde de 42,195 kilometer af in twee uur, negen minuten en 28 seconden, wat bijna zes minuten trager is dan het huidige parcoursrecord dat de Belg Bashir Abdi in 2021 liep.
Vanaf de jaren negentig kregen de professionals gezelschap van recreatieve lopers.
Afgelopen jaren is hardlopen uitgegroeid tot een van de meest beoefende sporten, na fitness, blijkt uit onderzoek van het CBS en RIVM. Eén op de tien Nederlanders boven de twaalf jaar deed in 2024 wekelijks aan hardlopen. Aan het begin van deze eeuw waren voetbal, tennis, zwemmen en gymnastiek populairdere sporten.
Sinds het deelnemersveld van de marathon is uitgedijd, wordt ook langzamer gelopen, blijkt uit een onderzoek uit 2019 van RunRepeat, op basis van de uitslagen van hardloopevenementen over de hele wereld. In 1986 deden hardlopers gemiddeld zo’n 3 uur en 52 minuten over de marathon. Zo’n dertig jaar later, in 2018, was dat ruim vierenhalf uur.
Bij de marathon van Rotterdam is vooral de tijd van de langzaamste deelnemer opgelopen, de afgelopen twintig jaar. Tot 2016 liep de traagste loper steevast onder de zes uur, na 2016 is dat niet meer voorgekomen. De traagste finisher deed mee in 2019: deze loper legde de afstand af in zes uur en 48 minuten.
Van Bottenburg: „Nu gaan lopers desnoods een stukje wandelen. Dat werd in de begintijd als belachelijk beschouwd. Ik vind het nog steeds knap, hoor. Het is een heel eind.”
Wie langer dan vijfeneenhalf uur over de Rotterdamse marathon doet, krijgt geen medaille. Maar de traagste loper kan de Spotify-playlist, die omroep Rijnmond samenstelde voor komende zondag met honderd nummers die samen ruim zes uur duren, waarschijnlijk wel volledig afluisteren. De lijst begint, natuurlijk, met ‘You’ll Never Walk Alone’ in de uitvoering van het Rotterdamse icoon Lee Towers.