Pieter Zwart (33), hoofdredacteur van Voetbal International, staat zowel in de journalistiek als in de voetbalwereld bekend om zijn haarscherpe tactische analyses. De Volkskrant zocht hem thuis op en keek over zijn schouder mee naar Real Madrid – Bayern München.
Bij het verzoek van de Volkskrant om samen met Pieter Zwart, algemeen beschouwd als het tactische meesterbrein onder de voetbaljournalisten, een wedstrijd te kijken, had zijn vriendin zich afgevraagd wat daar leuk aan is. ‘Gezellig is het niet, hoor’, waarschuwde ze. ‘Hij zit 90 minuten lang in doodse stilte schichtig voor zich uit te staren, naar zijn laptop en de televisie.’
Het is dinsdagavond. Op de televisie staan Real Madrid en Bayern München klaar voor de aftrap van de Champions League-kraker in Madrid. Zonder veel acht op dit commentaar van zijn partner te slaan, vouwt Zwart in hun appartement in Utrecht zijn laptop open. Op het scherm verschijnt een Word-document met als titel: Tactische analyse Real – Bayern. Hij zegt: ‘Ik ben benieuwd of je de Champions League kunt winnen met twee aanvallers die niet meeverdedigen.’
Zwart doelt op de Real Madrid-aanvallers Vinícius Júnior en Kylian Mbappé. De razendsnelle sterspelers hoeven van trainer Álvaro Arbeloa niet veel te doen in defensief opzicht. Hij wil dat zij hun krachten sparen voor het aanvallende werk. Voor de televisie vraagt Zwart zich hardop af of dat nog kan in het moderne voetbal. ‘Een mooie test tegen misschien wel de beste ploeg van Europa.’
Voor Zwart zijn er weinig dingen leuker dan een wedstrijd of team tactisch tot op het bot te ontleden. Niet zonder resultaat: de 33-jarige journalist en (mede)hoofdredacteur van Voetbal International bouwde er het afgelopen decennium niet alleen in de journalistiek, maar ook binnen de voetbalwereld een aanzienlijke staat van dienst mee op.
Johan Cruijff attendeerde Johan Derksen, toenmalig hoofdredacteur van Voetbal International, op de jonge blogger met een goede kijk op voetbal. PSV-trainer Peter Bosz wilde hem al eens toevoegen aan zijn staf. En met Liverpool-coach Arne Slot spart hij ‘als voetbalgekken onder elkaar’ zo nu en dan over voetbal.
Ook Louis van Gaal kende zijn naam al vroeg. Als bondscoach van Oranje haalde hij tijdens het WK 2014 informatie uit de tactische analyses die de tiener destijds publiceerde op zijn eigen voetbalblog, Catenaccio, dat hij met twee vrienden had opgezet.
‘Ja, dat was wel grappig’, zegt Zwart nu onderkoeld. ‘We publiceerden de tactische analyses van de tegenstanders van Oranje op de wedstrijddag. Toen belde een staflid van het Nederlands elftal met de vraag of het mogelijk was om de artikelen eerder online te zetten, dan hadden zij er ook iets aan.’
Zwart boorde in Nederland als een van de eersten een nieuwe tak van sport aan binnen de voetbaljournalistiek. Hij richtte zich vooral op het schrijven van doorwrochte tactische analyses en maakte daarbij gebruik van beschikbare data. Hij vond dat er te veel vanuit de onderbuik over voetbal werd geoordeeld, in plaats van feitelijk te kijken naar wat er gebeurde.
Zwart was een piepjonge journalist die zogenaamd vanaf zijn ‘zolderkamer’ werkte. Een licht spottende manier om een nieuwe generatie journalisten aan te duiden die niet in de stadions kwam om wedstrijden live te zien, maar thuis voor de tv over voetbal schreef. Met een laptop, internet en beschikbare data als belangrijkste gereedschap. ‘Ik heb die kritiek nooit vervelend gevonden. Het is goed als ze het over je hebben, dan doe je ertoe.’
Dat laatste is het geval. Zwart weet dat zijn tactische analyses niet alleen door de voetballiefhebber, maar ook door de technische staf van clubs worden gelezen. Daarnaast schreef hij in 2018 het goed verkochte boek De val van Oranje en is hij de geestelijk vader van VI PRO: het betaalde onlineplatform van Voetbal International met bijna dertigduizend abonnees (meer dan het gedrukte blad). Daarop zijn ook zijn tactische beschouwingen te lezen.
Deze dinsdagavond zit Zwart niet op zijn zolderkamer – die heeft hij niet. Hij is neergeploft op de bank in de krappe woonkamer van zijn 47 vierkante meter grote appartement, op de 17de verdieping van een splinternieuwe woontoren in het centrum van Utrecht. Het is de plek waar hij het vaakst zit. In een ‘Europese week’ kijkt hij gemiddeld tien tot twaalf wedstrijden.
Zijn vriendin zit schuin achter hem aan een hoge tafel. Zij werkt als marketeer en heeft niets met voetbal. Als Zwart tegen zijn bezoek over ‘mandekking’ en ‘zonedekking’ begint, is zij naar eigen zeggen ‘al uitgecheckt’. Vooral op zondagen, als er de hele dag voetbal op tv is, probeert ze ‘afspraken buiten de deur te plannen’. Het stel leerde elkaar kennen tijdens de pandemie. Zwart, grappend: ‘Toen lag het voetbal even stil.’
Zwart draagt een donkere chino en dezelfde kleur trui. Op zijn schoot ligt een kussen, waarop zijn laptop staat. Hij heeft twee schermen openstaan en switcht geregeld tussen het tekstdocument en de app van Ziggo Go. Zo kan hij snel een bepaald moment terugkijken, mocht hij dat willen, terwijl de wedstrijd op tv verdergaat.
Dat is het geval bij het openingsdoelpunt van Bayern München, kort voor rust. Zwart gaat een minuut terug in de tijd om de aanval beeld voor beeld af te spelen. ‘Niet het doelpunt zelf, maar de aanloop ernaartoe vind ik het interessantst.’ Hij maakt screenshots en voegt die toe aan zijn artikel, om zijn analyses inzichtelijk te maken.
‘Kijk’, zegt Zwart, als hij op zijn scherm wijst naar Real-aanvoerder Federico Valverde. ‘Hij is de perfecte teamspeler en moet extreem veel extra meters maken om Mbappé en Vinícius in verdedigend opzicht te ontlasten. Maar hier zie je dat zelfs Valverde het even niet meer kan belopen en zijn directe tegenstander kwijt is.’
Terwijl de eerste helft op zijn einde loopt, vouwt de fotograaf zich in het krappe appartement in allerlei bochten, verzet de salontafel en schuift met de stoelen. De vriendin van Zwart wil liever niet in beeld. Nadat ze scrollend door haar telefoon tien minuten tegen het aanrecht heeft gestaan, besluit ze om maar even naar buiten te gaan.
Het lijkt Zwart allemaal niet te deren. Stoïcijns blijft hij zijn blik afwisselend op de tv en zijn laptop richten. Alleen als de fotograaf een glas omstoot en zich excuseert, zegt hij droogjes: ‘Er is iets meer consternatie dan normaal, maar dat is een mooie uitdaging.’
Zwart groeide op in de Biblebelt en deed als kind lange tijd aan atletiek. Pas op zijn 10de ging hij voetballen en werd hij lid bij VSCO’61 in Oosterwolde. Maar na een jaar wist hij genoeg: zijn voeten deden niet wat zijn hoofd wilde. Ook voelde hij zich niet helemaal op zijn gemak in een voetbalteam. ‘In vergelijking met atletiek was er relatief weinig aandacht voor het individu.’
Zijn fascinatie voor het spelletje bleef. Hij las door de jaren heen ‘honderden boeken’, waaronder elk boek over zijn idool Johan Cruijff, en keek ‘duizenden wedstrijden’. Ook was hij als tiener verknocht aan het spel Football Manager, waarin je de opstelling en tactiek bepaalt en verantwoordelijk bent voor het aan- en verkoopbeleid. Zo kwam hij op zijn 15de op het idee om met twee vrienden de voetbalblog Catenaccio te beginnen.
‘We waren een stel pubers, wilden iets doorbreken en maakten bewust ophef om ons eigen podium te creëren’, zegt Zwart. Dus als een analist op tv riep dat een bepaalde speler te veel balverlies leed, zocht Zwart de cijfers erbij en plaatste op sociale media een statistiek om te laten zien hoe het daadwerkelijk zat. ‘We wisten dat het opgepakt zou worden.’
Zwart bouwde met Catenaccio snel een achterban op en kreeg in het tv-programma Rondo een eigen rubriek voor zijn op data gebaseerde analyses. Niet iedereen zat daar in het begin op te wachten. ‘Als ik Pieter Zwart hoor, denk ik altijd dat ik aan de verkeerde tafel zit’, verzuchtte Wim Kieft eens tijdens het programma. ‘Ik begrijp er geen bal van, de manier waarop hij het brengt.’
Ook Frenkie de Jong uitte weleens kritiek op het opkomende fenomeen van tactische analyses. Volgens de middenvelder van Barcelona kan iets op het veld ook ontstaan door een geniale ingeving van een speler. Hij wil maar zeggen: niet alles is vooraf bedacht door een trainer of zit in een tactisch corset gegoten.
‘Die kritiek is terecht. Soms maakt de kwaliteit van een individu het verschil’, zegt Zwart. Om de onderliggende structuren van een ploeg te doorgronden, kijkt hij zo’n vier tot vijf wedstrijden, zeker als het om een team gaat dat hij nog niet eerder zag spelen. ‘Bij Real en Bayern begin je niet vanaf nul, maar dat kan wel zo zijn als je een tegenstander van AZ in de Conference League vooraf wilt analyseren.’
Heel af en toe krijgt hij zelfs een reactie van een speler. Op het scherm van zijn telefoon verscheen eens om 3 uur ’s nachts de naam van Guus Til. Zwart had die avond een analyse gemaakt met de invalshoek dat de waarde van de PSV’er niet in data te vangen is. Daarop stuurde Til hem lijstjes door met data waar hij wel degelijk goed scoorde. ‘Het artikel was positief bedoeld, maar hij pakte het negatiever op.’
Halverwege de tweede helft neemt de regie Bayern-trainer Vincent Kompany in beeld. Naast hem staat assistent René Maric. Voor velen een onbekende naam, maar niet voor Zwart: de generatiegenoten kennen elkaar goed. Maric schreef jarenlang tactische analyses voor een Duits voetbalblog, voordat hij zelf in de voetbalwereld belandde. ‘Prachtig voor hem’, zegt Zwart. ‘Hij staat daar maar mooi langs het veld in Bernabéu, ik zit hier op 17 hoog in Utrecht.’
Toch zou Zwart, die communicatiewetenschappen heeft gestudeerd, niet willen ruilen. Hoewel PSV-trainer Peter Bosz een paar jaar geleden al eens zei dat hij Zwart dolgraag zou willen toevoegen aan zijn staf en ook andere clubs informeerden naar zijn diensten, voelt hij weinig voor een overstap. ‘Ik denk niet dat ik heel gelukkig zou worden’, zegt hij. ‘Te veel politiek. Daar heb ik geen zin in.’
Wel geeft hij af en toe een presentatie bij profclubs. Ook stond hij voor de klas tijdens de trainerscursus van de KNVB en sprak hij op een seminar van de nationale voetbalbond over de trends en ontwikkelingen in het internationale voetbal. ‘Ruud van Nistelrooij en Arne Slot waren destijds trainer van PSV en Feyenoord en zaten in de zaal. Dat was wel een moment waarop ik dacht: dit is best een aparte situatie.’
Maar kan een ploeg de Champions League winnen met twee spelers die niet meeverdedigen? Zwart pakt een lijst met cijfers van de Europese voetbalbond Uefa erbij. Daaruit blijkt het verschil in defensieve arbeid. Waar Bayern-aanvallers Luis Díaz en Michael Olise gemiddeld meer dan 10 kilometer per wedstrijd rennen, legt Mbappé iets meer dan 8 kilometer af.
Real verliest op eigen veld met 1-2. Zwart: ‘Ik denk dat het steeds moeilijker wordt. De uitzonderingspositie voor de twee sterren valt alleen te rechtvaardigen als daar rendement tegenover staat. Tegen Bayern zijn de nadelen van deze manier van spelen duidelijk aan het oppervlak gekomen.’
Terwijl de spelers in Madrid elkaar na het laatste fluitsignaal de hand schudden, drukt Zwart thuis op de knop om zijn artikel te publiceren. Zijn vriendin is dan al naar bed en heeft geen flauw idee wat zijn analyse van de wedstrijd is.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant