Home

De Australische punklegende Chris Bailey sleet zijn laatste jaren in Haarlem-Noord. ‘Hier werd hij niet door iedereen aangeklampt’

Vijftig jaar geleden barstte de punk los. De Ramones in Amerika, The Sex Pistols in Engeland en vanuit Australië The Saints, met zanger Chris Bailey als uithangbord. In zijn laatste jaren woonde deze cultheld in Haarlem-Noord, anoniem, met een voorliefde voor een fietstochtje door de duinen.

is verslaggever van Volkskrant Magazine.

Probeer het maar ’ns in je punkkoppie aan elkaar te knopen. Dan loop je in die best wel kneuterige winkelstraat in Haarlem-Noord, vernoemd naar de Zuid-Afrikaanse generaal Piet Cronjé, en dan denk je: hé, dat lijkt wel Chris Bailey.

Huh. Wat?! Is dat nou echt punklegende Chris Bailey, zanger van The Saints, die daar voor een of andere winkel staat? Die donkere kleding, dat lange haar, het kan niet anders.

Oké, dacht René ‘DJ Ratz’ Bor, zanger van de Haarlemse punkband The Tabascos: kalm blijven, gewoon op hem aflopen, het moet ’m zijn. Want er ging toch ‘een gerucht’ dat Bailey in de Transvaalbuurt woont. ‘Hé Chris, ik ben René, ik ben een groot fan van the Saints. Jij bent toch Chris Bailey?’

‘Jazeker. Tenminste, toen ik vanochtend in de spiegel keek, was ik het nog’, luidde het antwoord van de zanger bij wiens overlijden in 2022 The New York Times flink uitpakte: ‘de man die Australië punkrock gaf’.

‘En weet je, snel daarna kwam ik hem weer tegen, in de Generaal Cronjéstraat’, zegt DJ Ratz. ‘Hij herkende me zelfs. Hij wist nog mijn voornaam!’

Of Michiel ‘Chielie’ van Reenen, zanger van Haarlemse bands als Yoghurt en Zat, die op zaterdag met zijn boodschappenkarretje door de supermarkt reed, en daar opeens de Australische punkpionier aantrof, ook met een boodschappenkarretje, twijfelend voor het vak van de koffie en thee. Ze hadden elkaar eerder ontmoet via een gezamenlijke vriend, muziekjournalist Peter Bruyn.

Nick Cave’s ‘favoriete zanger’

Het gesprek ging over de wens om samen te barbecueën, en zeker niet over de decennialange loopbaan van Bailey. ‘Nee’, zegt Van Reenen. ‘Chris hoefde niet per se over zichzelf te praten. Hij wilde zo gewoon mogelijk overkomen. In Australië kon Chris niet zomaar door een winkelstraat lopen. Daar werd hij door iedereen aangeklampt. Hier niet, en dat vond hij fijn. Lekker anoniem.’

Toegegeven, het werkte verdomd goed: ik woonde jaren bij hem om de hoek, net als vele muziekliefhebbers. Maar ook ik heb nooit geweten dat Nick Cave’s ‘favoriete zanger’, de man die door Bruce Springsteen werd gecoverd, in Haarlem zetelde.

Chris Bailey, die vijftig jaar geleden met zijn spottende, haast verveelde stem de geboorte van de punk een slinger gaf, was bedreven in het zich verdekt opstellen in het Haarlem waar hij bijna 25 jaar met zijn Zweedse vrouw Elisabet en hun drie Noorse katten verbleef.

‘Hij realiseerde zich dat hij als een cultheld werd beschouwd en niet als een rockster’, zegt Peter Bruyn. ‘Met een ironische blik keek hij naar de muziekwereld en het gedoe met roem. Hij ging liever met Elisabet in de duinen fietsen.’

Cause I'm stranded on my own

Stranded far from home

Bam! Met een klap vliegt er een deur open, en daar staan ze, in een uitgewoonde kamer: The Saints, met hun eerste single, I’m Stranded.

Een repeterende, lawaaiige vloedgolf van opgekropte woede en frustratie met een kettingzaagachtige gitaar, drums met de rampestampevaart erin en de stem van Chris Bailey, door The Guardian omschreven als ‘ongeduldig, huilend, en teksten spuwend die de vernederingen en frustraties weerspiegelen van het opgroeien in een stad als het kontgat aan het einde van de wereld’.

Come on!

All right!

Bailey heeft op het eerste filmpje een colbertje van een vriendin aan, een verwassen shirt en halflang haar, en ook de rest van de band is gehuld in een alledaags kloffie. Alles wat tot het punkuniform leek te horen – gescheurde kleren, veiligheidsspelden, leren jacks en haar in kortgeknipte, onregelmatige pieken – was de band vreemd. Dat kon ook niet anders, want punk als modevehikel bestond amper in augustus 1976, en zeker niet in Brisbane.

De grootste punkband aller tijden, de Ramones, hadden eerder dat jaar de wereld kennis laten maken met hun kwieke, ongebreidelde leren-jekkiesgerammel. Maar The Sex Pistols moesten hun eerste nummer nog uitbrengen, net als The Damned, The Buzzcocks en The Clash.

Protopunk

The Saints waren eigenlijk een soort voor-punkers, ‘protopunk’, die van Amerikaanse bands als The Stooges en MC5 hielden, en van jarenzestig- en jarenvijftigmuziek. Ze hadden zich genoemd naar The Saint, een televisieserie met in de hoofdrol de latere James Bond, Roger Moore. Het hart van de band werd gevormd door twee jeugdvrienden: Chris Bailey en Ed Kuepper, woonachtig in dezelfde ruige arbeidersbuurt, een suburb van Brisbane, aan de oostkant van Australië.

Christopher James Mannix Bailey werd in 1956 geboren in Kenia, maar verhuisde al op 1-jarige leeftijd terug naar Belfast, Noord-Ierland. Zijn vader was sergeant in het Britse leger, en het leek hem begin jaren zestig beter om te emigreren naar Australië met zijn vrouw en acht kinderen. Niet veel later zouden The Troubles beginnen, het gewelddadig conflict in Noord-Ierland.

Zijn vader kon niet aarden in Australië. Het werk als nachtportier in een fabriek beviel hem slecht en het huwelijk sneuvelde. Hij overleed in 1974. Voor Bailey leek muziek de ideale uitvlucht. Hij had als 16-jarige zijn doel in het leven gevonden, als zanger in een bandje. ‘Ik ontdekte mijn talent voor zingen en het werd een levensstijl.’

Een muziekscene kende het geïsoleerde Brisbane niet, het was er ‘stomvervelend en saai’, vertelt Clinton Walker, schrijver van Stranded: Australian Independent Music 1976–1992. ‘Er was een zeer rechts-reactionair bewind in Brisbane, alles werd voor jongeren onmogelijk gemaakt. Er was veel werkloosheid. De meeste muziek die uit de radio kwam, was waardeloos. The Saints zochten een tegengif voor de saaie rock-’n-roll van de jaren zeventig: Rod Stewart, The Eagles, vervelende softrock. Ze wilden gewoon... exploderen.’

Wat later gesneden koek werd in punkkringen, brachten The Saints met I’m Stranded vanaf het begin in praktijk: do it yourself (DIY). Fok it, als jullie niet ons willen, dan regelen we het zelf. Mogen we niet optreden? Dan spelen we in ons eigen huis. Willen jullie ons niet uitbrengen? Dan richten we gewoon Fatal Records op. Niemand wil het distribueren? We doen het allemaal zelf.

En zo kwam een van de 530 exemplaren van I’m Stranded door toedoen van de mannen zelf terecht bij het Engelse muziekmagazine Sounds. In Australië belandde de plaat in de prullenbak, liep zelfs het publiek tijdens een optreden van The Saints de zaal uit, maar het oordeel van het Britse blad ging als een mes door de boter: ‘Dit is de single van de week en van alle volgende weken.’ Ook het pardoes opgerichte punkzine Sniffin’ Glue ging los: ‘Dit is waar het in rock-’n-roll om gaat.’

‘De nieuwe wind’

Platenmaatschappij EMI haalde de band met supersonische snelheid binnen en liet hen in twee dagen in Brisbane een lp opnemen. The Saints werden overvlogen naar Londen, om zich te laten meevoeren met de nieuwe muziekstroming: punkrock, kortweg punk.

Het was het begin van ‘een misverstand’, zoals Chris Bailey het later zou omschrijven. Hij kwam in het oog van de punkstorm, en stond met zijn maten bij zijn Engelse podiumdebuut in 1977 op één affiche met de Ramones en Talking Heads, maar The Saints kon dat hele punkgedoe geen moer schelen. Bailey noemde het ‘een marketing gimmick’, een verzinsel van zowel de platenmaatschappij als de muziekpers. Bij het televisieoptreden in het muziekprogramma Top of the Pops leek Bailey, qua look, meer op Jim Morrison van The Doors dan op een anarcho-hanekam.

Peter van Bruggen trok in 1977 als journalist van muziekblad Oor naar Londen om ‘de nieuwe wind’ met eigen ogen en oren waar te nemen. ‘Ik voelde dat ik daar iets bijzonders op het spoor was. De energie spatte in het rond.’ Elke denkbare punkband zag hij optreden, The Clash, the Stranglers – en ook The Saints. ‘Ik weet nog dat Bailey in de hotelkamer tijdens het interview een beetje onderuit zat’, vertelt Van Bruggen. ‘Het had zeker niet de agressie van die Engelse bands. Ze pasten gewoon niet in het plaatje van die tijd.’

Bij hun Nederlandse debuut in Paradiso kregen The Saints een veeg uit de pan van de NRC Handelsblad-recensent: ‘monotone punks’. ‘De band mist de glamour van de Britse punks, het blijven onbehouwen schapenboeren.’ Een sneer had de krant ook nog paraat voor de ‘mollige’ Chris Bailey die alles ‘rijkelijk met whiskey overgoot’.

In Londen liep het slecht af met The Saints. Er zat een reusachtig gat tussen wat de platenmaatschappij beoogde en wat de band zelf wilde. Er volgden nog twee bijzondere, originele langspeelplaten, kort na elkaar. Wat ze daarin introduceerden was echt vloeken in de punkkerk: blaasinstrumenten, zoals in soul en r&b. Commercieel gezien was het een drama en de platenmaatschappij schopte het viertal als een lekke bal aan de kant.

In oktober 1978 viel de band uit elkaar en werd door drie bandleden de terugreis naar Australië ingezet. Bailey bleef alleen achter in Londen, hij mocht The Saints houden, als naam. Het leek wel het enige dat hij nog bezat.

Want daar zat hij, de rebelse roerganger van de Australische muziekscene, alleen en berooid in Londen, precies zoals beschreven in George Orwells boek Down and out in Paris and London, dat hij in zijn binnenzak droeg. Hij was dakloos. Zijn enige kompaan was brother booze, de drank dus, al verklaarde hij later in Oor: ‘Ik heb in die periode inderdaad redelijk wat gedronken, maar niet zoveel als men beweert. Maar alcohol schijnt nu eenmaal een onderdeel te zijn van de mythe die om mij heen is gecreëerd.’

Mythe

Moeilijk te doorgronden werd Chris Bailey toen al genoemd, ook dat behoorde jarenlang bij de mythe, met zijn ogen verborgen achter een grote bos haar. Als hij sprak, lag er snel sarcasme en ironie op de loer, om alle ernst te maskeren. Een raadselachtig en theatraal figuur, zo beschrijft Clinton Walker hem, iemand die oogde ‘als een klassieke Ierse dronken dichter, zoals Oscar Wilde en Brendan Behan’. En Peter Bruyn zag in hem een ‘Lord Byron-achtig figuur met een cape’, iemand met veel literaire kennis die graag James Joyce citeerde.

Toen zijn vrouw Elisabet Corlin hem voor het eerst zag zitten, in de binnentuin van de Malmö Kunsthal, dacht ze dat hij een kunstenaar was, met zijn lange gekrulde lokken, vingerloze handschoenen en excentriek gedrag. Ze had geen idee van zijn (muzikale) achtergrond.

‘Als Chris iets was’, zegt Corlin in een Haarlems café, ‘was het een Ier. Zo noemde hij zichzelf ook altijd. Hij woonde jaren in Australië, maar zijn opvoeding was heel erg Iers. Zijn vader speelde patriottische Ierse liedjes, en zijn moeder sprak met zo’n sterk accent dat Chris voor haar moest tolken. Ook zijn eigen muziek zat vol met Ierse symboliek. Maar er wonen wilde hij niet.’

I’m lost babe

I got no direction

Het was een curieus schouwspel op het terras van het Haarlemse café De Roemer, met Chris en Elisabet als centrale figuren. Als oud-Hollands welkom werd hen in de zomer van 1997 door hun nieuwe vriendenkring nieuwe haring met uitjes en zuur en Ketel 1-jenever aangeboden, al kregen ze de drank en vis maar moeilijk weggestouwd.

Oké, dit is zoals ze dat doen in Nederland, dachten ze, in ons nieuwe thuishonk. Bij toeval waren ze op een dag in Haarlem terechtgekomen, en ze vergaapten zich aan de Grote Markt en de Bavo-kathedraal, de rust, de mensen. Hier konden ze wel wonen. Het belangrijkste voordeel: dichtbij Schiphol, treinstation in de buurt, je trok zo de wijde wereld in.

Bailey had weleens in Haarlem gespeeld, tien jaar eerder. Ook toen werd de avond – met een nieuwe samenstelling van The Saints – gedicteerd door ‘het misverstand’, het idee dat hij een punkartiest à la Johnny Rotten of Sid Vicious was. Hij had net een nieuwe plaat uit, All Fools Day, een sfeervol, melancholisch, een singer-songwriter-achtige geheel. Oor noemde het ‘een juweel van een plaat waarop het celtic soul regent’.

Het kon zomaar eens de wereldwijde doorbraak worden van The Saints, zo werd er gefluisterd in kantoren van de platenmaatschappij, aan de vooravond van de wereldtournee. Als U2 en Simple Minds de stap naar het grote publiek konden maken, lag er wellicht een kans voor The Saints.

Eerst Haarlem dus. Maar op introspectieve mijmeringen op een bedje van mooie melodieën zat een deel van het Haarlemse publiek niet te wachten. Deze ouwe punks trakteerden hem én zijn gitaar op een bierdouche, omdat hij het repertoire van de eerste platen links liet liggen. Na het optreden liep het backstage op een vechtpartij uit. De oude punks kregen klappen van de roadies van The Saints, omdat ze de kleedkamer van Bailey wilden binnendringen.

Een succes werd All Fools Day toch niet, net zoals alle voorgangers en opvolgers dat lot niet zouden treffen. Zelfs de videoclips op MTV gaven de boel geen zetje. Alleen in Australië sloeg de plaat aan. Bailey interesseerde het amper, als hij maar liedjes kon maken en kon optreden. En hij raakte er aan gewend dat tijdens optredens werd gejengeld om oude nummers: screw it.

‘Chris was niet te managen’, zegt Chris Carr over het gebrek aan succes van zijn oude Engelse vriend en ex-zwager. ‘Of hij had niet de goeie manager die begreep wat hij wilde. Ze probeerden hem een kant op te duwen die hij niet wilde. Probeerde hem verkoopbaar te maken, als de nieuwe Jim Morrison. Hij was een dwarse Ier met een gebruiksaanwijzing, een geweldige zanger, een geweldige performer. Er leek geen manager te zijn die begreep wat hij boven alles wilde: vrijheid.’

En met die zelfverkozen vrijheid reisde hij vanuit Nederland jarenlang de wereld rond, van Frankrijk naar Australië, van Amerika naar Zweden, met een telkens wisselende samenstelling van The Saints. In de loop der jaren heeft hij 35 verschillende bandleden versleten.

Caspar Wijnberg knielt voor zijn platenkast, en daar verschijnt een gehavende langspeelplaat, Eternally Yours, de tweede van The Saints uit 1978. Hij draait de hoes om en laat zien dat er sprake is van ‘een Joegoslavische persing’. Het is het exemplaar van zijn Servische vrouw Ana, die hij in 2005 heeft ontmoet tijdens een tournee met The Saints. Hij was de bassist van de band, en zij werkte voor de zaal in Belgrado waar ze optraden.

Voor Wijnberg voelde Bailey ‘als familie, als een warme, oudere broer’. Toen hij trouwde, vroeg Wijnberg Bailey als zijn getuige, en Bailey werd de peetvader van zijn zoon Vanja. ‘Hij was zo’n prachtige, onaangepaste, en geestige gast die voor iedereen klaarstond. En tegelijkertijd: een koppige weirdo die zich door niemand wat liet vertellen.’

Zes jaar toerde Wijnberg met The Saints, zoals in het voorprogramma van Nick Cave, met wie Bailey een duet had opgenomen, Bring It On. ‘Cave had Chris heel hoog zitten’, vertelt hij. ‘Maar Chris was niet onder de indruk van de status van Cave. Hé gappie, zei hij, en nam het niet zo serieus. Heel verfrissend vond ik dat. We gingen lekker samen drinken, want dat hoorde erbij met Chris.’

Wijnberg was er ook bij toen de oude jeugdvrienden van weleer elkaar troffen voor een reünieconcert: Bailey en Ed Kuepper. Jarenlang was er strijd geweest over wie zich de eigenaar van de bandnaam mocht noemen. Kuepper had zelfs treiterig een band genaamd The Aints, om het oeuvre van The Saints uit te voeren.

Nu was ogenschijnlijk de strijdbijl begraven, Kuepper had zich gewonnen gegeven. Als enige buitenstaander speelde Wijnberg met de drie originele leden in 2007 in Brisbane. ‘Chris noemde het achteraf een vergissing, die reünie’, zegt Wijnberg. ‘Hij was klaar met het gezeur van die Kuepper. Wat veel over Kuepper zegt, is dat hij na de dood van Chris ‘The Saints 73-78’ heeft opgericht en is gaan toeren. Dus met een andere zanger, zonder ooit met Elisabet te overleggen. Dat zegt genoeg. Dan probeer je over de rug van een overleden iemand geld te verdienen.’

Stranded, I'm so far from home

Stranded, yeah I'm on my own

Elisabet Corlin houdt haar hand omhoog, om de ring aan haar vinger te laten zien waarin de as van Bailey is verwerkt.

Kuierend in Haarlem had hij zijn laatste jaren doorgebracht: wandelen in het park, fietsen in de bossen, een boodschapje doen bij Albert Heijn, boeken lezen, het nieuws volgen. En er was altijd wel een liedje af te maken. Heel af en toe een optreden.

In april 2022 werd hij gecremeerd in uitvaartcentrum Sterrenheuvel, op de weg tussen Haarlem-Noord en het dorp Spaarndam. Tijdens de ceremonie klonk The Parting Glass uit de boxen, een Ierse traditional, een lied als een afscheidsborrel. Sinds 2019 kwakkelde hij met zijn gezondheid, een leven lang in de rock-’n-roll eiste zijn tol, en ‘he stranded on a Saturday night’, zoals in het officiële overlijdingsbericht werd geformuleerd.

Wereldwijd, in alle grote kranten en muziektijdschriften, werd stilgestaan bij zijn dood. Nick Cave verspreidde een foto van zichzelf als tiener die vol bewondering naar een optredende Bailey kijkt, ‘the greatest and most anarchic rock-’n-roll singer Australia would ever produce’.

De rechterhand van Bruce Springsteen, gitarist van Steven Van Zandt, schreef over een ‘classic character’. Springsteen zelf had al eerder verklaard een groot fan te zijn van The Saints, en speelde tijdens zijn Australische tournee in 2013 Just Like Fire Would, een nummer dat nadien op zijn album High Hopes verscheen. Bailey noemde het eerbetoon van The Boss ‘mijn pensioenfonds’.

In Parijs in 2013 was het tot een ontmoeting met Springsteen gekomen, en die bleek zeer goed op de hoogte te zijn van Baileys oeuvre. ‘Ik zag dat Chris zich vereerd voelde’, zegt Elisabet. ‘Ik had ’m niet eerder zo gezien. Normaal zette hij bij dit soort gelegenheden zijn publiek persoon-masker op, maar nu niet. Nu liet hij echt het respect van Bruce binnenkomen.’

Caspar Wijnberg gaat op zoek naar een doos tissues, om zijn tranen te deppen. Hij blijft het ongelooflijk vinden dat hij al die jaren met zo iemand als Chris Bailey heeft mogen optrekken, en dat hij er nu niet meer is.

Dan vult de stem van Bailey de kamer, een nooit uitgebrachte akoestische take van het nummer Massacre klinkt uit zijn laptop. Dit is Chris op zijn meeste Chris-achtige manier, zegt Wijnberg, die bij deze opname was in een Amsterdamse studio. ’s Nachts, in een bijna lege ruimte, een sigaret bungelend in zijn mond, een glaasje rode wijn bij de hand en prachtig zingend over de zoektocht die het leven was.

‘Hij was een nomade, altijd ontheemd. I’m Stranded was honderd procent Chris, ook al wilde hij dat nummer niet altijd meer spelen.’ Van kinds af aan was hij onderweg: Kenia, Belfast, Brisbane, Londen, Parijs, Zweden etc. Hij was altijd ergens waar hij niet wilde zijn, die Ier met een zigeunerziel. Totdat het niet meer ging, en hij in Haarlem strandde.’

Onlangs is een niet eerder uitgebracht album van The Saints verschenen: The Long March Through the Jazz Age.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next