Hardloopwedstrijden, zoals de marathon van Rotterdam van zondag, worden steeds populairder. En duurder. Wat verklaart de vercommercialisering van een sport die juist bekendstond om haar eenvoud? ‘Bij de marathon zie je een duidelijke verzuidassing.’
Langs het parcours van de New York City Marathon stond het publiek rijen dik opgesteld. Klappend, schreeuwend. ‘You are amazing!’, ‘You are the best!’, klonk het onafgebroken in de 2:49 uur dat Willem-Pieter Berger (33) onderweg was. Bij de finish kreeg hij twee medailles omgehangen: die van New York, en daaroverheen de Six Star Medal. In drie jaar tijd had hij alle zogeheten ‘majors’ afgewerkt, de zes meest prestigieuze stadsmarathons ter wereld.
Voor Berger waren marathons nooit alleen die 42 kilometer en 195 meter. Ze vielen samen met andere onvergetelijke momenten in zijn leven. In Rotterdam liep hij voor het eerst onder de drie uur. In Boston ging hij later die reis op één knie voor zijn vriendin. In Tokio bleef hij nog twee weken om met zijn vader door Japan rond te trekken.
Een groot deel van die majors, zoals die in Londen, New York en Tokio, liep hij via een georganiseerde pakketreis waarvan de prijzen soms opliepen tot 4.000 euro. Niet uit gemakzucht, maar omdat het praktisch de enige manier was om nog een startbewijs te bemachtigen. ‘Je komt er anders gewoon niet tussen.’
Berger is niet de enige die grof geld betaalt om zich de blaren op de voeten te lopen. Dit weekend staan zo’n 18 duizend lopers aan de start van de Rotterdam Marathon. Voor een startbewijs hebben zij dit jaar 155 euro betaald. In 2019, net voor de coronacrisis, was dit nog ongeveer 80 euro.
Ook andere grote marathons zijn fors duurder geworden. Voor Berlijn, Parijs of New York lopen de prijzen al snel richting de 150 tot 300 euro. Wie naast een startbewijs grijpt, kan net als Berger terecht bij een reisorganisatie. Die bieden complete arrangementen aan, inclusief vlucht, accommodatie, allerhande extra’s als een gepersonaliseerde medaille en actiefoto’s. Maar bovenal: een gegarandeerde startplek.
Die commercialisering schuurt met het beeld van hardlopen als meest democratische sport op aarde. Je trekt een paar schoenen aan en kunt gaan, altijd en overal. Waarom lopen de kosten van wedstrijden zo snel op? En hoe laagdrempelig is de loopsport nog, die volgens sportorganisatie NOC*NSF zo’n 900 duizend Nederlanders beoefenen?
Volgens sportfilosoof Sandra Meeuwsen is het antwoord simpel: ‘De prijzen stijgen omdat lopers bereid zijn om het ervoor te betalen en daarin heel ver meestretchen.’ Dat heeft alles te maken met de populariteit van de sport. Sinds corona is hardlopen booming. Doordat sportscholen en -verenigingen hun deuren moesten sluiten, waren Nederlanders aangewezen op zichzelf om fit te blijven. Al dan niet aangemoedigd door ‘runfluencers’ en ‘fietsfluencers’, sloegen ze massaal aan het lopen en fietsen.
Dat vertaalt zich ook in een hogere deelname aan wedstrijden: volgens cijfers van het Mulier Instituut, dat wetenschappelijk onderzoek doet naar sport, nam in 2017 23 procent van de hardlopers jaarlijks deel aan minimaal één wedstrijd, vorig jaar was dat opgelopen tot 33 procent. ‘Sporters willen hun inspanningen op gegeven moment kunnen verzilveren’, verklaart Meeuwsen. ‘Aan de wereld laten zien wat ze kunnen en de foto’s en video’s daarvan etaleren op sociale media.’
Het leidt ertoe dat de startbewijzen voor marathons die op steeds meer bucketlists prijken, vaak binnen enkele uren uitverkocht zijn, alsof het concertkaartjes van Taylor Swift betreft. Voor de marathon van Londen meldden zich vorig jaar ruim een miljoen mensen voor ongeveer 60 duizend startplekken – in 2019 waren dat er nog 400 duizend. In New York is de kans om ingeloot te worden voor de marathon inmiddels vergelijkbaar met een toelating tot de prestigieuze Harvard-universiteit, zo’n 3 procent.
Ook de marathon in Rotterdam is ongekend populair. De vraag was zo groot dat de organisator Golazo, met 41 events een van de marktleiders in Nederland van grootschalige sportevenementen , het systeem dit jaar omgooide en een loting liet bepalen wie zondag aan de start verschijnt. Registratiekosten: 5 euro. De 32 duizend mensen die buiten de boot vielen, krijgen dat bedrag in mindering op een van de vele andere hardloopwedstrijden van de Vlaamse organisatie.
Sportmerken spelen eveneens gretig in op de marathonhype. Wie zijn startnummer ophaalt, loopt eerst langs een ellenlange rij aan stands waar merken hun nieuwste collecties aanprijzen. Een officieel marathonshirt kost al snel 70 euro. Daarnaast zijn er gelletjes en elektrolyten om de vochtbalans op peil te houden. ‘De loper belandt in een marketingfunnel’, zegt sportfilosoof Meeuwsen. ‘Voor je het weet, ben je een paar honderd euro kwijt.’
Voor Mireille Hoogerbeets (60), die nu negen jaar loopt, is de lol er wel een beetje van af. ‘Hardlopen wordt altijd gepresenteerd als laagdrempelig, maar voor marathons geldt dat eigenlijk niet meer. Het is een beetje een happy-fewgebeuren geworden.’
Volgens haar zie je onder recreatieve lopers een duidelijke ‘verzuidassing’: de marathon trekt steeds vaker een welgesteld publiek. ‘In de topsport zie je nog wel diversiteit, maar bij de grote stadsmarathons valt het gebrek daaraan onder recreanten echt op. Het is toch een bepaald slag mensen dat het zich kan veroorloven.’
Het systeem werkt dat volgens haar in de hand: wie een ticket te duur vindt, kan zich laten sponsoren via een goed doel. Zo geeft KWF ‘gratis’ startbewijzen aan lopers die minstens 750 euro ophalen. ‘Maar dan moet je wel in een omgeving zitten die zich dat kan veroorloven.’
Zelf wijkt ze steeds vaker uit naar kleinere, minder opgepoetste evenementen, zoals de Indische Buurt Run in Amsterdam. Of ze combineert een vakantie met een run ter plaatse. ‘Dan heb je twee vliegen in één klap, minder kosten en een lokaal evenement in een onbekende omgeving.’
Directeur running Wim Nuyts van Golazo, dat de Rotterdamse marathon organiseert, wijst er herhaaldelijk op dat de prijzen van zijn evenement ‘marktconform’ zijn. ‘We kijken wat andere evenementen doen en proberen daarop af te stemmen’, zegt hij. ‘Daarbij hebben we natuurlijk allemaal ervaren dat de prijzen sinds corona enorm omhooggegaan zijn, of dat nu gaat over de huur van partytenten, het licht en geluid of de personeelskosten.’
Volgens Nuyts is een marathon wel even iets anders ‘dan alleen een rondje lopen’. ‘Het is een totaalspektakel. Al bij de start hebben we een mooi optreden van Berget Lewis, er is animatie op elk kilometerpunt’, schetst hij. ‘Daarbij moeten we allerlei maatregelen nemen om het veilig en ordentelijk te laten verlopen: de Erasmusbrug afsluiten, waterpunten en medische posten verzorgen.’
Dat er zo veel animo is, bewijst volgens de directeur dat lopers het ’t geld blijkbaar waard vinden. ‘En voor wie goedkoper uit wil zijn, is er een alternatief aanbod van kortere afstanden en de kidsrun op zaterdag.’ Hoeveel de marathon Golazo jaarlijks oplevert, kan Nuyts niet zeggen. Uit jaarcijfers blijkt in ieder geval dat het bedrijf, dat ongeveer duizend sportevents wereldwijd organiseert, vorig jaar een recordomzet boekte van 170 miljoen euro.
Dat marathons een miljoenenindustrie zijn geworden, betekent niet altijd dat de organisatoren al het geld in eigen zak steken: veel marathons, zoals die van Amsterdam, New York en Londen, worden georganiseerd door non-profitorganisaties. Zij laten eventuele winsten terugvloeien in de sport, zoals lokale clubs, goede doelen of de organisatie van nieuwe evenementen.
En die marathons leveren ook de lokale ondernemers en overheden wat op. Volgens steekproefonderzoek van R2Research, in opdracht van Golazo en Rotterdam Topsport, zouden toeschouwers in Rotterdam vorig jaar ongeveer 20 miljoen hebben uitgegeven aan eten, drinken en overnachtingen, de sporters zelf zouden 4,2 miljoen euro hebben stukgeslagen.
Tegelijkertijd functioneert zo’n marathon voor de stad als een fijne vorm van citymarketing. Niet voor niets heeft de gemeente Rotterdam er jaarlijks bijna vier ton subsidie voor over om een zwetende massa, geflankeerd door cameraploegen van de publieke omroep.
Toch zijn in de Rotterdamse gemeenteraad inmiddels vragen gerezen over hoe inclusief ‘de mooiste’ nog is. De PvdA-fractie stelde vorige zomer ‘geschrokken te zijn’ van de hoge ticketprijzen. ‘Die kunnen leiden tot uitsluiting’, zegt ook onderzoeker Paul Hover van het Mulier Instituut. ‘Wij hebben onderzoek gedaan onder eventdeelnemers en daaruit blijkt dat een op de drie weleens afziet van een wedstrijd wegens de hoge kosten.’
Het kan als gevolg hebben dat de groep renners minder divers wordt. Nu al zijn er verschuivingen te zien in de samenstelling van de groep wedstrijdrenners: in 2017 was volgens onderzoek van het Mulier Instituut 14 procent van hen kortgeschoold, vorig jaar was dat 7 procent.
Natuurlijk zijn er tal van manieren waarop mensen met een kleine beurs alsnog wedstrijden kunnen lopen, benadrukt onderzoeker Hover. ‘Er zijn veel kleinschalige evenementen die goedkoper en ook prachtig zijn.’ Bovendien hoef je niet per se mee te doen om de marathon van Rotterdam te kunnen ervaren, vindt hij. ‘Het is één groot stadsfeest, waar iedereen naartoe kan.’
Volgens Berger, die de zes majors liep, zijn de kosten ook een keuze. ‘Hardlopen is op zichzelf niet duur’, zegt hij. ‘In plaats van dure gelletjes kun je ook gewoon wat dadels meenemen tijdens het rennen. Er zijn mensen die elk jaar de nieuwste Garmin willen. Ik doe jaren met één sporthorloge.’ Zelf heeft hij inmiddels gas teruggenomen van het wedstrijdrennen, omdat hij zijn handen vol heeft aan een andere grote uitdaging: hij is voor de tweede keer vader geworden. De Rotterdam Marathon kijkt hij dit jaar dan ook thuis. Vanaf de bank, met zijn hardloopschoenen in de kast.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant