Eigenlijk wilde ik deze column aan superrijken wijden en aan hoe die tegenwoordig niet alleen hun naaste burgers de armoede in graaien, maar ook hele overheden. Ik had wellicht iets te lang in het Youtubekanaal van Gary Stevenson liggen marineren. Deze Britse econoom, afkomstig uit de arbeidersklasse, werd multimiljonair als valutahandelaar bij Citibank. Dat deed hij door in te zetten op consequenties van almaar groeiende vermogensongelijkheid. In het huidige stelsel, zag hij, zou die ongelijkheid alleen maar groter worden en zo vergaarde hij bij zijn miljoenen ook een burn-out.
Nu is hij activist tegen vermogensongelijkheid en legt hij mensen uit waarom in westerse economieën de armen, de werkende klasse en overheden alleen maar armer zullen worden en de superrijken rijker. Zelfs wie een huis bezit in een wereld waar huizenprijzen omhoog schieten, hoeft zich niet rijk te wanen. Als je dat huis verkoopt, waar gaan jij en je kinderen dan wonen, dummy? Huizen zijn dan immers geschift duur. Voor Stevenson is het duidelijk: „Je moet accepteren dat je óf de rijken gaat belasten, of dat je kleinkinderen arm zullen worden.”
Recentelijk rapporteerde Oxfam Novib dat de rijkste 500 Nederlanders bijna 10 procent van het totale vermogen van het land bezitten, daaronder vallen zeker huizen. Dan moeten er minder huizen voor lagere inkomens overblijven. „Welvaart stroomt niet van de middelklasse naar migranten, die stroomt naar de rijke elite,” zegt Stevenson. Werkende Nederlanders met een gemiddeld inkomen betalen over hun loon 45 procent belasting, miljardairs betalen over hun vermogen circa 20 procent, aldus Oxfam Novib. Miljardairs hebben vierduizend keer meer kans dan gewone mensen om in een politieke functie te landen. Daarvandaan kunnen ze mooi over hun rijkdom waken. Met die rijkdom kopen ze ook nog allerlei media en mediaplatformen. Alsof dat niet voldoende invloed genereert, sponsoren ze ook nog politieke partijen. Nog een weetje van Oxfam, dan stop ik: de rijkdom die ‘s werelds miljardairs afgelopen jaar vergaarden, is genoeg om iedere persoon ter wereld 250 dollar te geven en dan zijn miljardairs alsnog 500 miljard dollar rijker geworden.
Dit soort aantekeningen was ik aan het ordenen toen een mailtje van de redactie in mijn inbox landde. Daarin stond dat maandag, als mijn column – die ik vrijdag inlever – in de krant verschijnt, het koningspaar, geëscorteerd door Rob Jetten, bij Trump zou logeren. Ik was natuurlijk zoals altijd volstrekt vrij in mijn onderwerpkeuze, maar als ik zin had om er iets over te zeggen, dan was daarover weinig opinie op onze pagina’s verschenen.
Ik had nog nooit een hint van de redactie gekregen, dus voelde ik me meteen uitgedaagd. Komt hier mijn poging tot het inwilligen van een verzoeknummertje: twee superrijken uit Nederland gaan logeren bij een superrijke in de Verenigde Staten. Boeie. Ze nemen een premier mee die met de onlangs ingevoerde vrijheidsbijdrage, liet blijken dat ook zijn kabinet liever de hardwerkende Nederlanders belast, dan de hardgraaiende.
Weinig aandacht besteden aan logeerpartijtjes van de 1 procent lijkt mij volkomen terecht. Die bezoekjes leiden alleen maar af van belangrijke onderwerpen die aan superrijken kleven. De ondermaatse belastingen die ze betalen, bijvoorbeeld. Of de trucs die hun adviseurs inzetten om nog meer geld aan de rest van de samenleving te onttrekken. Je kunt een euro maar één keer uitgeven en geen enkele keer als er een superrijke bovenop zit. Hoe minder aandacht we besteden aan rituelen van die 1 procent, hoe meer ruimte we overhouden voor opinies a lá Gary Stevenson over waarom het van levensbelang is dat we die gasten eens eerlijk gaan belasten.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen