Online en offline zijn geen aparte werelden meer, stelt Yasmina Ahamiane. Vroeger speelden generatiegenoten buiten zonder telefoon, maar nu ligt eenzaamheid op de loer door sociale media.
Ik sprak met een vriend over liefde. Hij vertelde dat een waarzegger hem had voorspeld dat hij zijn grote liefde zou ontmoeten in Italië. Ik zei dat hij dan beter meteen kon boeken. Het gesprek verschoof naar mij, en zoals vaker had ik weinig te melden.
We kwamen uit bij sociale media. Bij de manier waarop een hartje tegenwoordig kan doorgaan voor interesse. Volgens hem is dat hoe mijn generatie flirt. Een like als uitnodiging. Een fractie van een seconde op een virtueel hartje drukken. Ik moest lachen. Zijn we dan zo collectief lui geworden?
Er was een tijd waarin liefde tijd kostte. Mensen schreven brieven, wachtten dagen, twijfelden over woorden, staken zeeën over. Die tijd is voorbij. Tegenwoordig is aandacht versnipperd geraakt. Contact is overal, maar zelden doorvoeld.
Over de auteur
Yasmina Ahamiane is auteur.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Mijn generatie bevindt zich in een vreemde positie. Geboren rond de eeuwwisseling, opgegroeid tussen analoog en digitaal. Als Gen Z’er leef ik in een tussenzone. We groeiden op met MSN en Hyves. We speelden op Speeleiland.nl, verloren uren aan de BlackBerry. We klapten een Nintendo DS open op de achterbank. En als je ouders een beetje goed verdienden stond er thuis de Wii, waar we fanatiek stonden te tennissen in een woonkamer die even groot voelde als de wereld.
Dat internet was traag, soms knullig, maar het had grenzen. Je logde in en je logde ook weer uit. Wat daar gebeurde, bleef daar.
Nu loopt alles door elkaar. Online en offline zijn geen aparte werelden meer. We speelden buiten zonder telefoon en leerden later hoe algoritmes onze aandacht sturen. We begrijpen het systeem en doen er toch volledig aan mee. Die dubbelheid schuurt. En maakt ons dan ook onrustig.
Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek voelt bijna de helft van de jongeren zich weleens eenzaam. Een aanzienlijk deel ervaart zelfs sterke eenzaamheid. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu ziet al jaren een stijging in mentale klachten onder jongeren, waarbij gevoelens van isolatie een terugkerend patroon vormen.
Toch wordt eenzaamheid vaak verkeerd begrepen. Het gaat niet simpelweg over alleen zijn. Het gaat ook niet over begrepen worden. Want je kunt omringd zijn door mensen en alsnog afstand voelen. Je kunt gezien worden en toch iets missen. Eenzaamheid laat zich moeilijk vangen in één definitie, omdat het zich nestelt in de manier waarop we leven.
De 14de-eeuwse denker Ibn Khaldun schreef in zijn tijd al over asabiyyah: het gevoel van verbondenheid dat samenlevingen draagt. Zonder die onderlinge samenhang valt een gemeenschap uiteen in losse individuen. Wat hij beschreef als sociale lijm, lijkt in deze tijd steeds dunner te worden.
Het internet versnelt dat proces. Het maakt verbinding continu beschikbaar en reduceert deze tegelijkertijd tot signalen. Likes, views, reacties. Alles wordt zichtbaar, meetbaar en vergelijkbaar. Intimiteit verandert langzaam in iets dat je beheert. Dat zie je terug in hoe er wordt gedatet. Voorzichtigheid is de norm. Zogeheten ‘wegwerprelaties’ beginnen licht en eindigen snel. Kwetsbaarheid voelt als een risico dat je beter kunt beperken. Tijdelijkheid biedt controle. Wie zich niet volledig geeft, heeft ook minder te verliezen.
Daar zit de paradox: er ontstaat leegte in de mogelijkheid tot echte verbinding. Wie zich inhoudt, blijft buiten schot, maar ook buiten bereik. Verbinding vraagt juist om het tegenovergestelde: om overgave, om het toelaten van onzekerheid. Zonder dat blijft alles hangen in een soort veilige oppervlakkigheid.
Ik sprak die vriend laatst weer. Ik vroeg of hij die reis naar Italië al had geboekt. Hij lachte. Nee, zei hij. Te druk, te duur, misschien later. Hij vertelde het luchtig, maar ik bleef toch hangen bij zijn verhaal van die waarzegger. Alsof het hem toch iets gaf. Een richting, al is die verzonnen. Iets om op terug te vallen in een wereld waarin niets zich lijkt vast te zetten.
Mijn generatie spreekt een taal die snelheid beloont en diepgang ontwijkt. Veel blijft impliciet. We communiceren voortdurend, maar zelden volledig. Eenzaamheid groeit in die leegte. In contacten die nergens landen. In relaties die nooit echt beginnen. In een wereld waarin alles mogelijk is, behalve stil blijven staan.
Een hartje is snel gegeven. Het kost niets, het zegt weinig, het verdwijnt net zo snel als het verschijnt.
Als eenzaamheid groeit, dan ligt dat niet aan een gebrek aan mogelijkheden tot contact. Die zijn eindeloos. Het probleem zit dieper. In hoe weinig er nog op het spel staat in onze interacties. We houden opties open, en daarmee alles op afstand. Misschien is dat het echte probleem van mijn generatie: we zijn overal aanwezig, behalve waar het ertoe doet.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant