Home

‘De koers van de geschiedenis moet worden veranderd. En dat moeten jij en ik doen’

In deze inhumane tijden is iedereen een vreemdeling, stelt de Turkse schrijver Ece Temelkuran in Nation of Strangers. Vertrouwen en verbinding, op menselijk niveau, is noodzakelijk: ‘In plaats van in het diepste zwart te kijken, moeten we weer geloven in de macht van goedheid.’

Ze heeft lepels gestolen, vertelt Ece Temelkuran. Tien jaar lang, uit café’s en restaurants in heel Europa. Ze begon ermee nadat ze in 2016 had besloten om haar moederland Turkije te ontvluchten. ‘Het is een van die rare dingen die je doet als je ontworteld bent geraakt. Het eerste wat er gebeurt, is dat je het besef van tijd verliest. Dus stal ik lepels om die tijd te markeren, te bevestigen dat mijn plotseling zo onwerkelijke leven wel degelijk écht was. Het leek alsof ik zweefde door Europa. De lepels waren het bewijs dat ik ergens daadwerkelijk was geweest.’

Inmiddels woont de schrijver, journalist en politiek commentator in Berlijn. Maar ze videobelt vanuit Rome, waar de gestolen lepels onderdeel zijn van de installatie Strange Spoons – Measuring the Unhomed Time, een kunstproject dat gelinkt is aan de verschijning van haar nieuwe boek Nation of Strangers – Bouwen aan een nieuw huis in de 21ste eeuw. Het is opvallend hoezeer haar voorkomen rijmt met haar schrijfstijl. Bevlogen en strijdbaar, openhartig en warm. En ziek, dat ook. Schor als Rod Stewart op een brakke zondagochtend zwaait ze continu met een lange dunne sigaret die ze telkens maar weer niet aansteekt.

In Turkije was Temelkuran (52) een vooraanstaand criticus van het regime van Erdoğan, met miljoenen volgers op Twitter. Al jaren werd ze bedreigd en verdacht gemaakt. Ze zag hoe andere critici van het regime in de gevangenis terechtkwamen; in 2012 werd ze vanwege haar kritiek op de regering ontslagen als columnist bij de krant Habertürk. Twee keer eerder nam ze op aanraden van haar advocaat een ‘lange vakantie’, maar in 2016 wist ze dat haar vertrek definitief zou zijn. ‘Ik moest mijn land verlaten en aan het fascisme ontsnappen om te kunnen schrijven, denken en simpelweg te bestaan.’

U heeft er een hekel aan om dit verhaal te vertellen, schrijft u. Omdat u bang was over te komen als ‘de zoveelste jankende vluchteling’ en beducht was voor het stigma van de ‘balling’. Waarom was dat zo beangstigend voor u?

‘Na mijn vertrek kwam ik in een soort overlevingsstand terecht, waarin geen ruimte was voor zelfmedelijden en kwetsbaarheid. Ik stopte, zoals ik schrijf, mijn hart in de vriezer en dompelde mezelf onder in het schrijven van een boek waarmee ik wilde aantonen dat wat er in Turkije gebeurde geen op zichzelf staand verhaal is maar een wereldwijd fenomeen, waarvan je ook in Europa al de tekenen kan zien.

‘Dat werd Hoe verlies je een land – In zeven stappen van democratie naar fascisme. Ik gaf overal lezingen, voerde debatten. Dat zag ik als mijn taak, en nu nog steeds, maar tegelijkertijd was het het enige dat ik kon doen in die tijd: een succes maken van mezelf, om te bevestigen dat ik bestond.

‘Als ik de rol van ‘balling’ had omarmd zou ik mijn lot hebben verbonden aan dat van Erdoğan. Dan definieert hij wie ik ben, en dat gun ik hem niet. Daarbij zou het westerlingen de kans geven om zich te distantiëren van mijn verhaal, mij simpelweg te zien als ‘die Turkse die is weggerend van de barbaren en zich in onze beschaafde armen heeft gestort’. Terwijl ik juist het tegenovergestelde wilde bereiken. Het boek is bedoeld als een waarschuwing: het fascisme komt eraan, ook bij jullie. Het is erger dan je denkt, dus we moeten ons organiseren in ons verzet.’

Veel mensen, ook linkse, deinzen terug voor het woord fascisme.

‘Ha, vertel mij wat! Toen ik aan het boek begon had Brexit nog niet plaatsgevonden, was Trump nog geen president, enzovoort. Overal stuitte ik op het westerse exceptionalisme: Turkije is een islamitisch land, deel van het Midden-Oosten, wat daar gebeurt kan ons nooit overkomen.

‘Eerlijk gezegd word ik daar een beetje moe van. Mijn antwoord op de vraag ‘waarom noem je het fascisme?’ is tegenwoordig: ‘waarom doe jij dat niet?’ Sinds Trumps herverkiezing is het taboe er een klein beetje van af, spreken meer mensen vrijelijk over fascisme en hoef ik me niet langer een cassandra te voelen.

‘Dat is op een vreemde manier bevredigend: eindelijk zitten we op één lijn, mijn taak zit erop – dat idee. Maar goed, uiteindelijk maakt het niet uit hoe je het noemt. Al noem je het ‘James’, het fenomeen blijft hetzelfde. En het is hoog tijd om dat in te zien.’

Na uw vertrek besloot u om uw eigen taal af te zweren en te gaan schrijven in het Engels. Dat is een radicale stap.

‘Zeker, maar zo ben ik. Bij mij is het: o, doet mijn vinger pijn? Dan snij ik hem eraf. Ik sprak wel een beetje Engels, maar had nog nooit in die taal geschreven. Dus het is heel hard werken geweest om een nieuwe, eigen stem te vinden. Eén reden was mijn overtuiging dat ik in het Turks alleen het verhaal van mijn eigen land zou kunnen vertellen, niet het universele verhaal dat ik voor ogen had.

‘Maar belangrijker, zeker achteraf gezien, was dat schrijven in het Turks me te veel pijn deed. Na mijn vertrek heb ik zeven jaar lang niet naar Turkse muziek kunnen luisteren, geen Turkse boeken gelezen. Dat was gewoon te zwaar. De Engelse taal koelde mijn hoofd af. Ik kan denken in het Engels, maar ik hoef er niet in te voelen. Dat kon ik toen ook nog niet, inmiddels een beetje.’

Hield u uzelf ook een beetje voor de gek? Vier jaar geleden stortte u fysiek in, waarna een arts u vertelde dat u aan een ernstige vorm van heimwee leed. U schrijft: ‘Na zes jaar ontheemding zag ik me genoodzaakt mijn kapotte zelf onder ogen te komen.’

‘Ja, dat was het keerpunt, en tevens het startschot voor het schrijven van Nation of Strangers. Het heeft lang geduurd voor ik kon accepteren dat ik in de rouw was en er niet aan ontkwam om mezelf essentiële vragen te stellen. Wie ben je als je geen thuis meer hebt? Hoe moet je dan leven? Hoe bouw je een nieuw huis?’

Wat heeft u toen gedaan?

‘Eerst ben ik als een bezetene alles gaan lezen wat ik te pakken kon krijgen over vluchtelingen en ballingschap. Ik stuitte op een citaat van de Zuid-Afrikaanse schrijver en dissident Breyten Breytenbach, dat het motto van Nation of Strangers is geworden. Daarin somt hij een lange rij synoniemen op voor het woord ‘balling’ en concludeert hij dat al die individuen samen eigenlijk een stille meerderheid vormen. Dat was een belangrijk, misschien wel levensreddend inzicht, omdat ik meteen begreep dat het waar was en het me de kans gaf om mijn persoonlijke lot te verbinden aan iets veel groters.’

Hoe ziet u die meerderheid voor zich?

‘Deze inhumane tijden vervreemden ons van onszelf, en je hoeft niet letterlijk ‘onthuisd’ te zijn om dat te voelen. Ook als je in je eigen land woont, met je ouders en je vrienden om je heen, stop je net als ik je hart in de vriezer om het leven in deze wereld te verdragen.

‘Natúúrlijk doe je dat, als je wanhopig bent omdat de planeet onleefbaar wordt, als je beelden ziet van kinderen die vermoord zijn in Gaza, of waar dan ook. Het is de menselijke conditie op dit moment, overal ter wereld. We zijn allemaal vreemdelingen, zijn allemaal aan het overleven en proberen allemaal niet te veel te voelen. Er zijn veel parallellen met de staat waarin vluchtelingen automatisch verkeren, maar het is een keuze om die parallellen daadwerkelijk te zien. Een morele keuze, die volgens mij noodzakelijk is, omdat we ons moeten verenigen.’

Ik snap wat u bedoelt, maar toch zou ik mijn ‘onthuisde’ gevoel niet snel op één lijn zetten met dat van iemand die zijn land heeft moeten ontvluchten. Zoiets voelt respectloos.

‘Dat is begrijpelijk, maar toch denk ik dat we de vorm van respect waar jij nu op doelt niet te veel gewicht moeten geven. Want het is ook een soort schrikdraad geworden, iets wat ons angstig maakt om de ander te benaderen. We zijn zo enorm gefocust op onze individualiteit. Daarmee vergroten we onze verschillen uit, terwijl het juist nu ongelooflijk urgent is om te kijken naar de overeenkomsten, en te benoemen wat ons bindt.

‘Dus misschien moeten we niet zo voorzichtig zijn, niet te snel denken: beledig ik iemand? Kan ik deze vraag wel stellen? Als je affiniteit voelt met een ander, verbondenheid, hoef je de moraliteit daarvan niet in twijfel te trekken. Nieuwsgierigheid is ook een vorm van liefde.’

Nation of Strangers is een verzameling brieven, gericht aan een ‘lieve vreemdeling’. Waarom koos u voor die vorm?

‘Wij schrijvers en intellectuelen zijn geneigd te denken dat het onze taak is deze wereld zo eloquent mogelijk te analyseren, maar ik denk dat we ook de morele verantwoordelijkheid hebben om de realiteit behapbaar te maken voor mensen. Brieven zijn intiem, het zijn een soort fluisteringen.

‘Met Hoe verlies je een land probeerde ik de diagnose te stellen, dit boek is het antigif. Het gaat niet over politieke oplossingen, ik wilde de ‘onthuisden’ rechtstreeks aanspreken en hun vertellen dat ze zich niet zo eenzaam hoeven te voelen, omdat ze dat niet zíjn. Integendeel, de Nation of Strangers is het dichtstbevolkte land ter wereld. En het werkt. Ik krijg al brieven terug. Geen korte mailtjes, maar hele epistels.’ Ze grinnikt: ‘Misschien heb ik wel een heel nieuw genre gemunt: helende non-fictie.’

U bespeurt een ‘gevoel van verlies’ bij de mensen die u aanspreekt in dit boek, het idee al verslagen te zijn.

‘Ja. Zoals ik schrijf: het is voor het eerst in de geschiedenis dat de mensheid rouwt in de toekomende tijd. We weten wel dat het nog veel erger zal worden, met de opkomst van autoritaire leiders, de uitholling van de democratie, de verwoesting van de planeet, en met technologie die onze levens steeds meer beheerst, maar we hebben moeite om dat feit onder ogen te komen. We klampen ons vast aan een abstract vertrouwen in onze instituties, aan het vage idee dat het wel goed zal komen.

‘Dat is niet zo, tenzij we de koers van de geschiedenis veranderen. Maar dat zullen wij moeten doen, jij en ik. Er is niemand anders. De fundamentele vraag is: waarom komen we niet in verzet? Het antwoord, volgens mij, is dat we het vertrouwen zijn verloren in onszelf en elkaar als politieke kracht. Wie zich verslagen voelt, is geneigd een zondebok te zoeken, en zo groeit het politieke kwaad.

‘Zie hoe links-progressieven op sociale media tegen elkaar tekeergaan. Ze zijn vaak genadelozer voor elkaar dan voor de fascisten. Ik denk dat die haat voortkomt uit dat gevoel van verlies. Je haat jezelf, maar projecteert het op mensen die net zo zijn als jij. Dit boek is een poging het vertrouwen in elkaar te herstellen.’

U lijkt zich soms te ergeren aan links. Als u in Hamburg terechtkomt in een soort rouwceremonie over het verlies van de planeet, met kaarsen en zo, krijgt u bijna een rolberoerte.

‘Ja, vanwege het theatrale aspect ervan. De poppenkast! Laten we wel zijn: zo rouw je niet als je je werkelijk bewust bent van de crisis waarin we verkeren. Het is vergelijkbaar met de nadruk die we altijd maar leggen op ‘hoop’. Elk debat moet eindigen met de vraag: waar is de hoop? Natuurlijk zijn er sprankjes te vinden, als je goed kijkt. Maar hoop is voor beginnelingen, voor mensen die de situatie nog steeds van een afstand bekijken. Vraag het iedereen die werkelijk ontheemd is, en ze zullen zeggen: ach ja, hoop. Leuk hoor, maar eerst maar eens overleven.’

Ik hoorde dat u ergens sprak op een podium met een levensgrote afbeelding van Erdoğan op de achtergrond, en vroeg of die weg mocht. Na de herverkiezing van Trump riep u op om niet zo obsessief over hem te blijven praten. Vindt u dat we autoritaire leiders te veel aandacht geven?

‘Absoluut. En door dat te doen, versterken we het imago van de dictator. Ik denk dat het strategisch gezien een verkeerde tactiek is als je het politieke kwaad wilt bevechten. Zo dwingen we onszelf om steeds maar in het diepste zwart te kijken en vergeten we dat er ook licht is, en dat er macht schuilt in goedheid.

‘Luister Sander, dit is een gelóóf! Ik kies ervoor om in mensen te geloven. Het is als een religie. Elke fucking dag vergeven we God voor zijn falen, maar elkaar vergeven we veel minder snel. Ik maak de morele keuze om dat wel te doen, omdat ik geloof dat we niet anders kunnen. Om hardcore politieke actie mogelijk te maken, zullen we ons op een menselijk niveau moeten verbinden.’

In uw boek beschrijft u ontmoetingen met vluchtelingen, asielzoekers en daklozen. U zegt dat we op een heel andere manier naar hen moeten kijken, omdat we veel van hen kunnen leren.

‘Ja, allereerst omdat ik dat zelf heb ondervonden. Tijdens het schrijven besefte ik dat ik niet alleen met dode vreemdelingen als Breytenbach moest praten, maar ook met de levende, omdat de realiteit van vandaag een totaal andere is dan die van zijn tijd. Daarom heb ik contact gezocht met mensen die leven in die realiteit. En zonder dat ik het echt in de gaten had, heb ik van hen zo veel geleerd over hoe ik kan zijn in de situatie waarin ik verkeer.’

Heeft u daar voorbeelden van?

‘Nou, ik ontdekte dat er zoiets bestaat als de taal van de vreemdeling. Het eerste dat we vragen, is: wat is je status? Heb je een permanente verblijfsvergunning of een tijdelijke? Of die andere cruciale vraag: heb je geld? Niemand vindt dat je daarmee persoonlijke grenzen overschrijdt.

‘In de chique intellectuele kringen waarin ik verkeer, vraagt er nooit iemand naar dit soort zaken. Daar gaat het altijd over mijn ideeën en analyses. Dus er was voor mij geen ruimte voor dat andere deel van mijn zeer actuele realiteit. Die vond ik bij hen, en dat was bevrijdend. Ze leerden me nederig te zijn als je uren moet wachten in de visumrij, en harde grappen te maken over de meest duistere onderwerpen.

‘Maar het gaat dieper: als je onthuisd bent, ga je denken dat alle ruis in je hoofd je eigen, persoonlijke gekte is. Dat je niet sterk genoeg bent om meer te zijn dan alleen een goede overlever. Het is de moraal die het neoliberalisme ons al jaren inprent: je moet in je eentje overleven, desnoods door een ander te vertrappen.

‘Door de ontmoetingen met deze mensen heb ik ten diepste ervaren hoe onzinnig dat is. You cannot carry the self without the others. Dat is te zwaar. Zij hebben die les allang geleerd. En zij zijn wie jij bent, in de toekomende tijd – tenminste, als we het politieke tij niet weten te keren.

‘Vergeet niet: een Afrikaan die in een bootje Europa bereikt, is een Odysseus! Hij heeft de zee bedwongen, ongelooflijk zware situaties overwonnen, hij wéét al hoe je moet overleven. Van hem kun je leren.’ Lachend: ‘Het enige probleem, zoals de Syriër Ziko zegt in mijn boek, is dat vluchtelingen je niet snel het hele verhaal zullen vertellen, omdat het de westerling te veel zou traumatiseren.’

U pleit voor een nieuwe, menselijke taal waarmee we ons opnieuw kunnen verbinden. Tegelijkertijd beschrijft u hoe u zich soms geneert als u op een podium woorden als ‘compassie’, ‘nederigheid’ en ‘liefde’ gebruikt, omdat ze zo ‘klef’ klinken.

‘Dat is een lastige. Ik groeide op in een linkse politieke familie, waar het als falen werd gezien als je apolitieke taal gebruikte. Daarom begin ik zulke lezingen ook altijd met een keihard politiek intro. Wie menselijke taal spreekt in onmenselijke tijden voelt zich al snel als een hippie-goeroe. Het is alsof die woorden gekaapt zijn, door religie, door de zelfhulpwereld. En daarbij: we zijn allemaal besmet geraakt door de neoliberale moraal, niet alleen de onderdrukkers. Daarom smalen we als we het over ‘menselijke liefde’ hebben. Dat zou niet zo moeten zijn, we zouden ze met trots moeten uitspreken. Maar helaas is dat voor mij nog steeds niet makkelijk. Ik werk er hard aan, haha.’

Omdat er geen andere keuze is?

‘Nee, ik denk van niet.’

Tot slot: hoe is het inmiddels met uw ‘kapotte zelf’?

‘Ook daar werk ik aan. Je kunt dit boek ook zien als een poging om terug te keren naar mijn menselijke zelf. In praktische zin gaat het beter. In Duitsland heb ik een verblijfsvergunning voor vijf jaar, en ik heb mezelf weten te omringen met vrienden, wat de enige manier is om je thuis te kunnen voelen als je geen thuis meer hebt. Maar toch: als je eenmaal in de overlevingsstand staat, is het moeilijk om eruit te komen.’

CV Ece Temelkuran

1973 Geboren in Izmir.
1995 Voltooit studie rechtsgeleerdheid aan de Universiteit van Ankara.
2000 Publiceert dichtbundel Book of the Edge
2000-2009 Columnist voor de krant Milliyet.
2008 Fellowship bij het Reuters Institute for the Study of Journalism in Oxford. In die periode schreef ze Deep Mountain – Across the Turkish-Armenian Divide.
2009-2012 Columnist voor de krant Habertürk, waar ze in 2012 werd ontslagen vanwege kritiek op de Turkse regering. Haar columns en andere artikelen zijn gepubliceerd in onder andere The Guardian, Le Monde, The New York Times, La Stampa en de Frankfurter Allgemeine Zeitung.
2013 Roman Women Who Blow on Knots.
2016 Non-fictieboek Turkey: The Insane and the Melancholy.
2017 Roman Time of Mute Swans.
2019 Publiceert Hoe verlies je een land – In zeven stappen van democratie naar fascisme. Het boek verschijnt in vele talen.
2021-2023 Fellowship bij The New Institute in Hamburg.
2021 Together A Manifesto Against the Heartless World. De Nederlandse vertaling Samen Een manifest tegen een harteloze wereld verschijnt dit najaar bij uitgeverij Pluim.
2026 Publiceert Nations of Strangers Bouwen aan een nieuw huis in de 21ste eeuw.

Het werk van Ece Temelkuran werd onderscheiden met onder andere de Edinburgh International Book Festival First Book Award, de Ambassador of New Europe Award, de Freedom of Thought Award en de El Mundo International Journalism Award.

Nations of Strangers – Bouwen aan een nieuw huis in de 21ste eeuw. Uit het Engels vertaald door Nico Groen. Pluim; 288 pagina’s; € 26,99.

Op 22 april is Ece Temelkuran spreker en middelpunt van het programma Dear Stranger in De Balie in Amsterdam, waarbij het publiek zal worden uitgenodigd voor een ontmoeting met vreemdelingen bij de imaginaire ‘Embassy of the Untitled States’.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next