Het is niet voor het eerst dat de VS proberen af te dwingen wie Iran leidt. Al in de jaren vijftig deden ze mee met een coup tegen de toenmalige premier Mossadegh. Maar de leiders van nu laten zich minder snel verdrijven. Die zijn van een andere orde.
is redacteur van de Volkskrant.
Als je vindt dat een regime enkel uit enkele hoge leiders bestaat, kun je beweren wat de Amerikaanse Defensieminister Pete Hegseth vorige week beweerde op een persconferentie: ‘Er heeft al regimeverandering in Iran plaatsgevonden.’
Ook de Israëlische premier Benjamin Netanyahu lijkt te geloven dat je een regime kunt uitschakelen door de leiders te doden. De lijst van door Israël uitgeschakelde leidersfiguren is lang: een groot deel van de top van Hamas en Hezbollah en diverse Iraanse topofficieren en kernfysici. Op 28 februari volgde de Iraanse opperste leider Ali Khamenei, op 17 maart staatsveiligheidschef Ali Larijani.
Hoe meer hoge bazen worden uitgeschakeld, hoe minder een vijand kan uitrichten, lijkt de gedachte.
Dat leiders voor Netanyahu allesbepalend zijn, valt ook af te leiden uit de vele persoonlijke dreigementen. Als het ging over Iran, richtte hij zich vaak rechtstreeks tot Khamenei. Aan het begin van de militaire aanval in juni vorig jaar en aan het begin van de huidige oorlog die op 28 februari begon, richtte hij zich tot de Iraanse bevolking: wij bevrijden jullie van jullie leiders, daarna zijn jullie aan zet.
Dat Netanyahu de Amerikaanse president meekreeg in operaties om regimeverandering in Iran te bewerkstelligen door leiders uit te schakelen, hoeft niet te verbazen. Ook in het wereldbeeld van Donald Trump draait alles om persoonlijkheden en individuen. Landen en organisaties vereenzelvigt hij met leiders en bazen. Hij was er zelfs van overtuigd dat de Noorse premier hem de Nobelprijs voor de Vrede had kunnen bezorgen. Trumps eigen presidentschap kan daarbij als bewijs fungeren dat één man allesbepalend kan worden. Het zijn Trumps persoonlijke grillen, ijdelheden en rancunes die gevolgen hebben voor de hele wereld.
Het idee dat regimeverandering begint met het uitschakelen van leiders, was ook in de 20ste eeuw vaak doorslaggevend in Amerikaans buitenlands beleid. De VS waren veelvuldig betrokken bij staatsgrepen tegen marxistische of marxistisch angehauchte leiders in Latijns-Amerika. In 1953 werkten de VS ook mee aan een door de Britten aangejaagde coup tegen de Iraanse premier Mohammad Mossadegh, de winnaar van de verkiezingen van 1951.
Mossadegh nationaliseerde na zijn overwinning de olie-industrie, waarin de voorloper van British Petroleum tot dan toe almachtig was geweest. Nadat Mossadegh uit de weg was geruimd en de Britse oliebelangen waren veiliggesteld, verschoof de macht in Iran naar de sjah. In de kwarteeuw die volgde, betoonde die zich een steeds decadenter alleenheerser. Het leidde tot de revolutie van eind 1978 en de machtsgreep van ayatollah Khomeini begin 1979.
Veel auteurs hebben betoogd dat de Britten en Amerikanen met de regimewisseling van 1953 de basis legden voor de regimewisseling van 1979, die de VS en Israël 47 jaar later ongedaan proberen te maken. De Brits-Amerikaanse doelen in 1953 waren evenwel bescheiden vergeleken bij de Israëlisch-Amerikaanse doelen van 2026. Destijds was de inzet het vervangen van één man, nu gaat het om het omverwerpen van een moderne totalitaire staat.
Uit Netanyahu’s uitlatingen blijkt echter steevast dat hij het ayatollahregime niet als modern en totalitair categoriseert: voor hem lijkt het een soort archaïsche, religieuze clan te zijn. Mensen die Iran wél als een moderne totalitaire staat categoriseren, hebben betoogd dat de Islamitische Republiek Iran met religieus leiderschap net zo weinig te maken heeft als de oude Sovjet-Unie met arbeidersleiderschap. Het ‘khomeini-isme’ heeft in Iran dezelfde functie als het leninisme had in de Sovjet-Unie, het maoïsme in de Volksrepubliek China of de juche-ideologie in Noord-Korea: de almacht van de staat rechtvaardigen.
Het Iraanse regime voldoet daarbij aan alle kenmerken van een totalitair regime. Het belangrijkste daarvan is dat aanwezigheid ‘totaal’ is: het regime heeft overal vertakkingen, het zit in de haarvaten van de maatschappij en het investeert in technologie om nog dieper in die haarvaten door te dringen. Bij ongehoorzaamheid of gebrek aan loyaliteit neemt het zijn toevlucht tot dwang en repressie.
In 2010 publiceerde de Iraans-Amerikaanse journalist Hooman Majd het boek Iran, een democratie van ayatollahs, waarin hij aannemelijk probeert te maken dat Iran een beperkte democratie is, maar vooral aantoont dat Iran géén dictatuur is van een clan of een familie, zoals het Libië van Kadhaffi of het Irak van Saddam Hoessein dat waren. Iran is een totalitaire staat die steunt op een veelheid aan pijlers en machtscentra. De op 17 maart gedode Iraanse staatsveiligheidschef Larijani werd beschouwd als een belangrijke speler omdat hij de diverse groepen op één lijn kon krijgen.
Met het omverwerpen van een totalitaire staat hebben de VS geen historische ervaring, in elk geval geen recente: het enige onmiskenbare voorbeeld van een totalitaire staat die door interventie van buitenaf werd ontmanteld, is nazi-Duitsland.
In de draaiboeken van het totalitarisme slaat een totalitair regime dat wordt aangevallen om zich heen met alle middelen die het tot zijn beschikking heeft. Binnen het regime worden de rijen gesloten, daarbuiten zwelt de repressie aan. Iran betoont zich tot nog toe geen uitzondering.
Toen Netanyahu zich in juni onder Amerikaanse druk genoodzaakt zag de aanvallen te staken zónder dat het Iraanse regime was ingestort, verklaarde hij dat het regime ernstig was verzwakt. Velen concludeerden toen het tegenovergestelde: dat Netanyahu de levensduur van het regime had verlengd en de repressie in Iran had verhard. Bewijs voor die hypothese was het excessieve geweld waarmee het regime de protesten van januari neersloeg.
Een maand maand later poogden Israël en de VS niet zomaar een regime omver te werpen, maar een totalitair regime dat al in zijn overlevingsstand stond. Voorlopig blijft het daarin staan.
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant