De start van Red Bull Racing onder het nieuwe Formule 1-reglement is allesbehalve bemoedigend te noemen. Intern was al rekening gehouden met een moeizame beginfase – het team bouwt immers voor het eerst in de geschiedenis een eigen motor – maar de omvang van de huidige problemen zal toch velen hebben verrast.
Met slechts 16 punten uit de eerste drie raceweekends staat het team momenteel slechts zesde in het constructeurskampioenschap. Ook qua pure performance is Red Bull duidelijk teruggevallen naar het middenveld: gemiddeld komt het team momenteel 0,97 seconde tekort in de kwalificatie ten opzichte van de top, terwijl dat in racetrim oploopt tot 1,26 seconde per ronde op Mercedes.
Daarmee bevindt Red Bull zich momenteel in een direct gevecht met Alpine en Haas om de posities vooraan in het middenveld. Op het eerstvolgende team, McLaren, bedraagt de achterstand ongeveer vier tienden – zowel in de kwalificatie als in de race. In historisch perspectief is de RB22 daarmee de langzaamste Red Bull-auto in elf jaar tijd.
Het succesvolle team domineerde niet alleen het grondeffect-tijdperk van 2022 tot en met 2025, maar behoort in feite al sinds 2009 tot de absolute top. De laatste serieuze terugval dateert van 2015, toen Daniel Ricciardo en Daniil Kvyat voor Red Bull reden.
Destijds bedroeg de achterstand in de kwalificatie gemiddeld 1,18 seconde ten opzichte van de kop. Die werd – net als nu – aangevoerd door Mercedes, toen in het tweede jaar van het hybride tijdperk.
Opvallend genoeg stond Red Bull er in het eerste hybride seizoen in 2014 zelfs beter voor. De achterstand op Mercedes bedroeg toen gemiddeld 0,83 seconde per ronde, waarmee het team nog altijd de tweede kracht in het veld was.
Het seizoen 2026 is daarmee het zwakste Red Bull-jaar qua pure snelheid sinds 2015. Een blik op het verleden laat zien hoe lang een inhaalslag kan duren: na de introductie van het hybride tijdperk in 2014 duurde het maar liefst zeven seizoenen voordat Red Bull weer de dominante kracht werd.
Pas in 2019 slaagde het team erin de achterstand op Mercedes in de kwalificatie terug te brengen tot minder dan een halve seconde. De historische parallellen suggereren dan ook dat een terugkeer naar de top geen kwestie van korte termijn zal zijn.
Wel zijn de situaties niet volledig vergelijkbaar. De reglementswijziging van 2013 naar 2014 op motorisch vlak was aanzienlijk ingrijpender dan de overgang van 2025 naar 2026. Bovendien was Red Bull destijds afhankelijk van Renault, terwijl het team nu met Red Bull Powertrains volledige controle heeft over de aandrijving.
Sterker nog, veel wijst erop dat de motor niet het belangrijkste probleem vormt. Op alle circuits tot nu toe – Australië, China en Japan – viel op dat de topsnelheid competitief is en zelfs hoger ligt dan die van Ferrari.
De tijd wordt vooral verloren in de bochten. Dat werd met name duidelijk in de tweede sector in China en in de snelle esses in Japan.
Opvallend is ook de vergelijking met zusterteam Racing Bulls: ondanks dezelfde motor komen beide teams op een totaal andere manier tot hun rondetijden. Waar het fabrieksteam qua topsnelheid tot de besten behoort, bevindt Racing Bulls zich hier slechts in de middenmoot.
Dat wijst erop dat de RB22 vooral downforce mist en dat het concept te sterk is gericht op een lage luchtweerstand. Een filosofie die Red Bull eerder al toepaste aan het begin van het hybride tijdperk, om een zwakkere Renault-motor te compenseren.
Onder de streep blijft één conclusie overeind: de weg terug naar de top zal voor Red Bull tijd kosten. Mogelijk niet zo lang als aan het begin van het hybride tijdperk – maar ook dit keer moeten eerst fundamentele problemen worden opgelost voordat er weer aan overwinningen gedacht kan worden.
Wat zou jij graag willen zien op Motorsport.com?
- Het Motorsport.com-team
Source: Motorsport