Home

Wat één lege stoel vertelt over een machtsstrijd in Brussel

nieuwsbriefNRC Europa

NRC Europa Gaat Brussel een van zijn kroonjuwelen opgeven om de economische groeimotor op gang te krijgen? Hoe de strijd om één ambtelijke benoeming, symbool werd voor een strijd tussen personen en richtingen in de Commissie.

Ursula von der Leyen. De voorzitter van de Europese Commissie wil concurrentieregels omgooien om groei aan te jagen.

Aan een tochtig plein in Brussel staat een glazen toren, een van de hoogste van de stad. In die toren zitten de machtigste ambtenaren van de hele Europese machinerie. Maar nu is hun eigen werk, en een onvervulde vacature aan de top, de inzet van een hevig machtsspel.

Het gaat hier om DG Comp, voluit het directoraat-generaal voor Mededinging. Een departement dat in de Brusselse binnenwereld een zekere status aparte geniet. Want de ambtenaren van DG Comp beschikken over iets dat zeldzaam is in de machinerie van de EU: de macht om iedereen te overrulen.

DG Comp leest overheden de les als ze staatssteun inzetten waar dat niet mag. Het departement deelt boetes uit als bedrijven in het geheim prijskartels gevormd hebben. En als een fusie of overname de markt dreigt te verstoren, kan DG Comp deze gewoon verbieden.

De hoogste ambtenaar van dit machtige departement, de Fransman Olivier Guersent, is vorige zomer gestopt. Hij had de pensioenleeftijd bereikt en keek ernaar uit om tomaten te gaan kweken in zijn thuisregio, de Corrèze. Op het departement wezen ze een interim-opvolger aan.

Maar acht maanden later schieten de tomaten van het nieuwe seizoen al bijna uit de grond en is er nog altijd geen definitieve opvolger voor Guersent gevonden. Onhandig, want er staat juist deze dagen grote politieke druk op het departement, van binnen én buiten Europa.

De stroperigheid is niet los te zien van Ursula von der Leyen en Björn Seibert, de Europese Commissievoorzitter en haar oppermachtige stafchef. Samen vormen ze het machtigste duo in Brussel. Zelfs de grootste criticus moet hen nageven dat ze loeihard werken. Maar zelfs hun sympathisanten erkennen dat het allebei controlfreaks zijn.

Het probleem, kort samengevat: elke beslissing, ook over personeelszaken, moet langs Von der Leyen of Seibert. Als zij niet tevreden zijn, ligt alles stil. Die gecentraliseerde aanpak moest een antwoord bieden op trage besluitvorming, maar leidt zelf tot chaos.

Benoemingen zoals deze zijn daar een zichtbaar gevolg van. Vorig jaar duwde de top van de Commissie de aanstelling van een nieuwe baas voor het Europese antifraudebureau (OLAF) al eindeloos voor zich uit. De verwachting was dat de benoeming bij DG Comp tot een carrousel aan personeelswisselingen zou leiden. Ook die laat nu op zich wachten.

Al die tijd worden grote beslissingen doorgeschoven. Juist in de glazen toren van DG Comp dringen de keuzes zich haastig op. Het departement is trots op de macht van zijn ambtenaren, maar wordt – zoals alles in de Commissie onder Von der Leyen – steeds politieker.

Deels gaat dit om de verhouding met de VS. Moet de Europese Unie meer rekening houden met de grieven van het Witte Huis, als het machtsmisbruik door techreuzen en andere Amerikaanse bedrijven bestraft? Maar de grote vraag van het moment is Europees: moeten de marktvorsers hun strenge teugels voortaan wat laten vieren bij het beoordelen van fusies en overnames?

De Madoutoren in Brussel. De ambtenaren van DG Comp gelden als bijzonder machtig.

Voor de economische toekomst van Europa is dit debat essentieel. Heel wat bedrijven zien zo’n versoepeling zitten. Zij zeggen dat ze alleen kunnen opboksen tegen Amerikaanse en Chinese concurrenten op het wereldtoneel als ze groter mogen worden op hun thuismarkt. Ook als dat betekent dat de gezonde concurrentie binnen Europa daardoor verschrompelt.

Von der Leyen beweegt mee. Nog deze maand worden van de Commissie nieuwe richtlijnen verwacht over het fusiebeleid, de eerste grote herziening in twintig jaar.

„Deze update van de richtlijnen zal fusies ondersteunen die schaal opbouwen om de concurrentie aan te gaan, de interne markt te integreren en pan-Europese spelers te kweken”, zo meldde de Commissievoorzitter onlangs tussen neus en lippen door in een brief, voorafgaand aan de recentste EU-top.

Ook meerdere hoofdsteden, waaronder Parijs en Berlijn, juichen dit toe. „Onze leiders willen dat er Europese kampioenen ontstaan in strategische sectoren”, zei EU-president António Costa na het onderonsje van regeringsleiders in februari. Alleen als ze groot genoeg zijn, hebben bedrijven voldoende vet op de botten om te investeren en innoveren, aldus Costa.

Er is echter heel wat af te dingen op deze logica. Kleinere landen, ook Nederland (dat de afgelopen tijd opvallend afwezig was in dit debat), zien de bui al hangen. Grote landen, met van nature grote bedrijven en overheden die de portemonnee kunnen trekken om ze te steunen, zullen profiteren van een tamme marktmeester. Geen wonder dat Frankrijk en Duitsland enthousiast zijn. De rest ondervindt vooral de nadelen.

Het is immers maar de vraag of bedrijven die de Europese markt domineren ook meer zullen gaan investeren. En of extra winst niet vooral in de zakken van aandeelhouders verdwijnt, terwijl klanten hogere prijzen krijgen voorgeschoteld.

Wie dat scenario ook vreest? Olivier Guersent.

Toen ik Guersent vorig jaar sprak, tussen de afscheidscadeaus en de ingepakte spullen in zijn kantoor, somde hij een reeks van factoren op die de Europese groei in de weg zitten. Gebrekkige samenwerking. Economische barrières die nog altijd tussen EU-landen bestaan. Noem maar op.

„Dus als ik hoor dat het aan de concurrentieregels ligt, denk ik: dat komt vooral van opportunisten die uit financieel eigenbelang redeneren”, zei de man aan de vooravond van zijn pensioen.

De scepsis onder veel van de huidige ambtenaren van DG Comp is al even groot. En het lijkt er inmiddels op dat ook Teresa Ribera, de Eurocommissaris die de nieuwe richtlijnen moet formuleren, die scepsis deelt. Dat duurde even. Waar haar voorgangers (Neelie Kroes, Margrethe Vestager) zich volop konden richten op mededinging, doet Ribera ook nog klimaat.

Maar nu heeft ze de smaak te pakken. Deze week verklapte Ribera achter gesloten deuren aan Europarlementariërs dat ze weinig voelt voor verregaande ingrepen. „Ze was heel voorzichtig, maar die grote beloftes over Europese kampioenen zullen niet overeind blijven”, zo vatte een aanwezige de teneur samen – anoniem, vanwege de geheimhouding.

Ook in het benoemingencircus staat Ribera recht tegenover Von der Leyen en Seibert. Die laatste twee, zo valt te horen, hadden hun zinnen gezet op Anthony Whelan, een vertrouweling van Von der Leyen die sinds kort op het departement werkt en haar koers zou uitvoeren.

Ribera geeft de voorkeur aan een klassieke marktmeester – en ze wil een vrouw. Veelgehoorde namen zijn die van de Deense Ditte Juul Jørgensen, nu topambtenaar op Energie (en eerder stafchef van Vestager), en de Franse Céline Gauer, nu de baas van het coronaherstelfonds.

Wie het wordt, zal een belangrijke graadmeter zijn voor de manier waarop Brussel zijn economie weer concurrerender wil maken – met méér of minder concurrentie op de Europese thuismarkt. En dat niet alleen: de uitkomst zal ons ook iets vertellen over de grenzen aan de macht van Von der Leyen en Seibert, als die grenzen er zijn.

Opschieten dus. Sommige dingen moet je niet te lang laten rijpen: daar kan een zekere tomatenkweker in de Corrèze vast over meepraten.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Europa

Europaredacteuren praten je bij over de belangrijkste ontwikkelingen in de EU

Europese Unie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next