Ze nam zich voor activistisch te blijven, ook al was ze in de diplomatie beland. VVD-minister Stef Blok heeft dat geweten. Inmiddels is Nori Spauwen weg bij Buitenlandse Zaken en probeert ze ‘goede mensen’ in actie te laten komen.
schrijft voor de Volkskrant over zingeving.
‘Ik ken veel goede mensen die maar weinig aan hun idealen doen. Die denken dat ze met hun pure hart en juiste meningen op de bank kunnen gaan zitten. Mijn boek is gebaseerd op harde lessen die ik heb geleerd; op positieve, maar ook op negatieve ervaringen met idealisme en activisme. Die hebben deels te maken met mijn ergernis over de passiviteit van goede mensen. Dat vind ik een van de moeilijkste dingen ter wereld.’
Met haar boek Actie! doet de 40-jarige Nori Spauwen, activist en voormalig diplomaat, een poging met die passiviteit af te rekenen. Wie nog niets doet, wil ze in beweging krijgen – ze maakt gehakt van de ‘smoesjes’ om passief te blijven. Wie al wel in beweging is, raadt ze ‘gezond activisme’ aan. Doel daarvan is te voorkomen dat iemand in de ‘overdrive’ schiet: overmatig fanatisme leidt tot vervreemding, zowel van anderen als van jezelf, betoogt ze.
Het Ideaal
In deze serie interviewt Fokke Obbema mensen die hun leven aan een ideaal wijden.
Uit eigen ervaring weet ze dat dit risico op de loer ligt. Actie is hoe dan ook vereist: ‘De wereld verandert toch wel, dus kan dat maar beter ten goede zijn.’ Als paradoxaal ervaart ze de herhaaldelijk gestelde vraag of haar boek betekent dat mensen de barricades op zouden moeten: ‘Bij de vragenstellers beluister ik een behoefte aan geruststelling dat het niet zou hoeven. Terwijl we dat natuurlijk wel moeten doen, alleen zijn er daarnaast nog allerlei andere manieren om in actie te komen. Ik help mensen graag bij het vinden van hun rol.’
Als oprichter van Embassy of Change is ze coach voor idealisten, waarbij ze steunt op haar eigen ervaringen. Die beginnen in een ‘heel warm gezin’ met vier kinderen, van wie zij de derde is. De locatie is het dorp Hoensbroek, nabij Heerlen, waar haar vader psychotherapeut is en haar moeder ‘de matriarch die voor iedereen klaarstaat’. Sociale uitsluiting raakt de jonge Nori van jongs af.
Op de peuterspeelzaal ontfermt ze zich over een Chinees jongetje, op de basisschool over een klasgenoot die wordt gepest: ‘Ik probeerde hem telkens op te lappen, tot het punt dat ik de pestkop met zijn hoofd hard tegen een muur duwde. Ik kan lang naar harmonie streven, maar op een gegeven moment, wanneer ik iets echt onrechtvaardig vind, kan ik in woede uitbarsten.’
Als 15-jarige beleeft ze drie zware maanden wanneer ze beseft lesbisch te zijn maar dat nog niet kenbaar durft te maken. ‘Ik vreesde de reacties en zag niet hoe mijn leven verder moest gaan.’ Tot haar verrassing leidt haar coming-out vooral tot ‘mooie gesprekken’: medescholieren durven plots over hun eigen moeilijkheden te praten. De ‘mentorrol’ die ze voor anderen gaat vervullen, houdt ze vol tijdens haar studie filosofie in Utrecht in gespreksgroepen voor gays. Ook wordt ze hoofdredacteur van het homojongerenmagazine Expreszo.
Uw eerste baan was bij het COC, dat opkomt voor de lhbti-gemeenschap. Op uw 26ste solliciteert u voor ‘het klasje’ van Buitenlandse Zaken, voor een carrière in de diplomatie. Vanwaar die switch?
‘Die sollicitatie was aanvankelijk vooral een grap. Vrienden hadden het gedaan en waren niet door de procedure gekomen, in mijn jaar waren er duizend aanmeldingen voor twintig plaatsen. Ik was benieuwd hoever ik zou komen, maar besloot ook duidelijk te zijn over hoe activistisch ik ben. Mijn houding was: ‘Als jullie mij aannemen, ga ik dat ook op BZ (Buitenlandse Zaken, red.) zijn, want ik vind dat de overheid moet veranderen.
‘Tot mijn verbazing haalde ik het tot de laatste twintig. Het was in 2015, toen de PvdA’ers Frans Timmermans en Lilianne Ploumen ministers op het departement waren en er ruimte voor verandering was. Mij hebben ze denk ik voor de fun in de mix gegooid. Vanaf dag één heb ik me activistisch opgesteld door direct een lhbti-netwerk op te richten. In mijn tweede jaar organiseerde ik de Maand van de Diversiteit en in het derde jaar kwam ik met een actieplan waarin een onderzoek naar institutioneel racisme stond aangekondigd. Het establishment van het departement vond dat niet fijn.’
Na drie jaar kreeg u te maken met minister Stef Blok (VVD), die ophef veroorzaakte met zijn uitspraak dat verschillende culturen niet vreedzaam kunnen samenleven. Hoe was dat voor u?
‘Ik vond dat zijn uitspraak niet door de beugel kon. Ons vak, de diplomatie, gaat juist over bruggen slaan tussen culturen. Dus als je leiding wilt geven aan diplomaten, dan moet je dat ook uitdragen. Ik dacht: als ik nu stil blijf, maak ik deel uit van een systeem waar ik niet achter kan staan. Dus ófwel ik moet nu ontslag nemen, ófwel ik blijf maar zeg wel wat ik hierover te zeggen heb. Ik besloot een diplomatiek geformuleerde brief te schrijven vanuit Parijs, waar ik diplomaat bij de Oeso (de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, red.) was. Toen ik daarmee bezig was, kreeg ik een telefoontje uit Den Haag van de rechterhand van de secretaris-generaal (de hoogste ambtenaar op het departement, red.). Ik dacht: word ik nu al ontslagen? Maar zij had van mijn brief gehoord en wilde hem ondertekenen.
‘Vervolgens wisten we vijfhonderd medeondertekenaars bij elkaar te krijgen. Veel mensen zeiden: ‘Wat fijn dat jullie een stap naar voren zetten, want ik wilde dat ook wel doen, maar durfde niet.’ Het deed me sterk denken aan de reacties die ik op mijn coming-out kreeg, toen ook veel mensen zich na mij durfden uit te spreken. Het was spannend, de brief zat direct in het achtuurjournaal – BZ is zo lek als een mandje.’
Waar leidde het toe?
‘Tot veel discussie, een deel van de ambtenaren vond het absoluut niet kunnen dat we ons rechtstreeks tot de minister hadden gewend. Dat hadden ze nog nooit meegemaakt, het hoorde via de hiërarchie te gaan. Ook kregen we een gesprek met minister Blok. Die zei blij te zijn met onze brief, omdat hij dit soort signalen anders nooit zou hebben gehoord, of alleen maar in sterk verwaterde vorm. De secretaris-generaal was onder de indruk van de manier waarop ik de minister aansprak – respectvol, maar ook helder. Zij heeft me daarna op het schild gehesen, ik werd aangesteld als secretaris van de taskforce diversiteit en inclusie. Dat was bijzonder pittig, omdat ik een fulltimebaan in Parijs had, dus het moest allemaal in de avonduren en in de weekeinden.
‘Bovendien merkte ik na verloop van tijd dat wezenlijke veranderingen niet de bedoeling waren. Paradoxaal genoeg stopte mijn invloed toen ik een formele rol als coördinator voor diversiteit kreeg. Dat had ik niet zien aankomen. Wanneer ik een presentatie in de bestuursraad, het hoogste orgaan van Buitenlandse Zaken, hield, zag ik mannen achteroverleunen met een houding van: diversiteit, dat ga jij voor ons oplossen. Terwijl het juist iets is dat iedereen zich moet aantrekken, je kunt het niet aan één enkel persoon overlaten. Ik raakte steeds meer gefrustreerd over de onwil en de stroperigheid van het departement, het eeuwige gebrek aan actie. Ik kon er mijn constructieve creativiteit niet goed kwijt. Na vijf jaar BZ
kreeg ik een gigantische burn-out, na een jaar ziekte ben ik vertrokken.’
U heeft daarna Embassy of Change opgericht. Wat is het idee erachter?
‘Een mooie functie van een Nederlandse ambassade is die van een veilige haven voor activisten. Bijvoorbeeld lhbti-activisten in een land als Oeganda kunnen er even op adem komen, met elkaar afspreken en inspiratie opdoen. Die functie stond me voor ogen bij Embassy of Change: een ambassade voor idealisten die behoefte hebben met mij over hun mogelijke rol te praten.’
Wie is voor u een idealist?
‘Volgens mij is ieder mens dat wel, in een bepaalde mate. Iedereen maakt zich wel een voorstelling van hoe de wereld anders zou kunnen zijn, zelfs al is het alleen maar je opvatting dat er meer parkeerplaatsen moeten komen. Bij idealen gaat het om ideeën, dus over je verbeeldingskracht om dingen te veranderen. Dat doet iedereen wel.
‘Een idealist is voor mij niet per se een positieve aanduiding – je hebt nogal wat idealisten die de wereld in mijn ogen vooral kapotmaken. De schrijvers van het conservatieve Project 2025 van de Amerikaanse Heritage Foundation zijn enorm idealistisch, maar hun idealen zijn wel doodeng. Ze willen dat vrouwen weer thuiszitten, dat arme mensen mogen worden uitgebuit, dat de belastingen voor rijken omlaag gaan en abortus wordt verboden.’
Wat ziet u als valkuilen voor een idealist?
‘Een gevaar is een verlies aan flexibiliteit, want dat gaat ten koste van de speelsheid en de creativiteit die je voor goede ideeën nodig hebt. Dat gebrek aan flexibiliteit doet zich voor wanneer je je volledig gaat identificeren met je onderwerp. Je voelt dan een enorme urgentie en bent helemaal fired up. Maar je kunt niet meer begrijpen dat je partner, buurvrouw of ouders niet zien wat jij ziet. Jij vindt dat zij zich ook permanent met dierenleed moeten bezighouden. Als je gaat denken dat er niets gebeurt wanneer jij niet in actie komt en dat jij als enige alle verbanden scherp ziet, schiet je in de messiasrol. Dat overkwam mijzelf, toen ik bij Buitenlandse Zaken op het schild werd gehesen, mijn ego speelde op.
‘Je kunt als idealist ook in de rol van aanklager of slachtoffer belanden. Die drie rollen van redder, aanklager en slachtoffer vormen samen de activistische dramadriehoek, waarin je jezelf als activist kunt vastzetten.
‘Alle drie hebben overigens ook een gezonde variant: jekunt daadwerkelijk slachtoffer zijn, zoals Gisèle Pelicot (de Franse vrouw die jarenlang slachtoffer was van seksueel misbruik door tientallen mannen, red.) en soms is het ook hard nodig autoriteiten aan te klagen. Dat is prima, zolang je er maar niet in vast komt te zitten. Daarom is Pelicot inspirerend, zij heeft haar slachtofferschap getransformeerd door in actie te komen.’
Hoe denkt u een passief persoon tot actie te krijgen?
‘Wanneer je je afsluit voor alle ellende om je heen, wat mensen die niet in actie komen vaak doen, ervaar je leegte. Je bent dan niet volledig aanwezig in de wereld. Het is wel begrijpelijk, want ons brein heeft te dealen met een enorme information overload – dagelijks krijgen we net zoveel informatie tot ons als een mens tweehonderd jaar geleden in zijn hele leven kreeg. Maar als je de hele tijd je moet inspannen om van leed weg te kijken, blijf je zitten met een knagend gevoel.
‘Mijn pleidooi is je wel te laten raken; je verdrietig te voelen wanneer in Iran meisjes omkomen door een bom op hun school. Dat verdriet zie ik als een opstap naar actie. Je kunt het opvatten als een belangrijk signaal: dit raakt me, ik ervaar onrecht en dat doet me pijn.
‘Te vaak hoor ik mensen zeggen: ik probeer wat er in Gaza of op klimaatgebied gebeurt te negeren, anders zou ik verdrietig worden. Nou, ervaar dat maar en ontdek dan wat je het meeste raakt. Dat is lang niet bij iedereen hetzelfde. Dan kun je vervolgens bedenken wat je eraan zou willen of kunnen doen – de barricades op, een fundraising-etentje organiseren, omdat je nu eenmaal van lekker koken houdt, of liedjes zingen, omdat je dat ook blij maakt.
‘Het is een misvatting dat idealisme opoffering vergt en zwaar zou moeten zijn, in mijn ogen kan het even goed moeiteloos zijn. Voor welke vorm je ook kiest, actie is het beste medicijn tegen wanhoop.’
Boektip: De Menselijke Conditie van Hannah Arendt
‘Hannah Arendt beschrijft dat je pas mens wordt als je de arena instapt en zegt waar je voor staat. Zij is een rode draad in mijn boek en in mijn leven. Door haar besloot ik niet te promoveren, maar zelf in actie te komen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant