Trump heeft met zijn oorlog in Iran de verhoudingen in de Arabische wereld op scherp gezet. De Golfstaten vingen klappen op, Libanon is zwaar getroffen, Iran claimt de overwinning, en Trump? Die feliciteert zichzelf.
is correspondent Midden-Oosten van de Volkskrant. Hij woont in Amman.
Wie hoog inzet, kan hard en diep vallen. ‘Neem jullie regering over’, spoorde president Donald Trump zes weken geleden het Iraanse volk aan. Er kwam niets van terecht, het Iraanse regime bleef waar het was, en Trump moest een van de grootste buitenlandse blamages incasseren die de VS hebben meegemaakt. De grootste, opperden sommigen, sinds het verlies in Vietnam in 1975. In een oorlog die ook om regime change draaide, werd overleven de definitie van winst, en dus kan Iran de overwinning claimen.
Na veertig dagen van vrijwel non-stop luchtalarmen in hoofdsteden als Abu Dhabi, Amman en Tel Aviv, ligt er een broos staakt-het-vuren. Her en der wordt voorzichtig de balans opgemaakt, met de nadruk op voorzichtig, want niemand weet of het bestand zich gaat vertalen in kalmte, laat staan vrede. Het kan een adempauze zijn, voordat de oorlog opnieuw in alle hevigheid ontbrandt. ‘Dit bestand is geen oplossing’, waarschuwde een Emiraatse commentator tegen persbureau Reuters. ‘Het is een test van bedoelingen.’
Met name de gijzeling van de Straat van Hormuz, Teherans voornaamste trofee, oogt als een garantie voor meer instabiliteit. Buurlanden als Saoedi-Arabië, Bahrein en de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) morren nu Iran zich opstelt als de nieuwe sheriff. De Iraanse tol voor passerende tankers (voor de grootste supertankers 2 miljoen dollar per schip) is behalve een financiële strop ook een vernedering die de Golfstaten niet kunnen accepteren.
Een tweede onzekerheid is Libanon. Hoewel dat land volgens een reconstructie van persbureau Bloomberg (en volgens onderhandelaar Pakistan) expliciet was opgenomen in de tekst van het bestand, besloot Israël te doen alsof het van niks wist. Er volgde een moorddadige stortvloed aan bommen (303 doden, hoofdzakelijk onschuldige burgers), in Libanon gedoopt tot ‘zwarte woensdag’, waarmee de Israëlische premier Netanyahu de fronten weer probeerde te ontkoppelen.
Of dit laatste gaat lukken, is onzeker. Bij monde van de Iraanse parlementsvoorzitter en onderhandelaar Mohammad Ghalibaf zet Teheran hoog in. Libanon, heet het, is een ‘onafscheidelijk’ deel van het bestand. Na verwoed Amerikaans-Israëlisch overleg is Netanyahu gaan bewegen. Hij zegt te willen praten met de Libanese regering (de gesprekken beginnen dinsdag in Washington), een gecalculeerde stap die net genoeg lijkt om Amerika tevreden te stellen.
Israëls bombardementen op Zuid-Libanon gaan intussen door, waarmee het dilemma voor Iran nog precies even groot is. Laat het regime zijn Libanese bondgenoot Hezbollah in de steek (door Netanyahu’s ontkoppeling toe te staan), dan verliest het zijn regionale capaciteit tot afschrikking. Loopt het vroegtijdig weg van de onderhandelingen in Islamabad, dan riskeert het meer Amerikaanse en Israëlische bommen, terwijl de eigen bevolking naar adem hapt.
In de nieuwe orde der dingen is Iran als een casinobezoeker die krap heeft gewonnen in een rondje roulette. Overmoed ligt op de loer. De controle over de Straat van Hormuz geeft Iran een tweede troefkaart in de onderhandelingen, bovenop zijn atoomprogramma. Hoe zet het zo’n korte-termijnoverwinning om in een overwicht op de lange termijn?
Teheran mag dan victorie kraaien, in de regio hebben velen het gevoel Irans ‘ware’ gezicht te hebben gezien. De drones en raketten op onder meer Koeweit, de VAE en Bahrein hebben jaren aan stille toenadering vanuit de Golfstaten in één klap tenietgedaan. Salman al-Ansari, een Saoedische commentator, vergeleek de oude orde met de prille jaren van de Europese Unie, volgend op de Tweede Wereldoorlog: hoe meer handel, des te meer vrede.
Dat alles ligt nu aan diggelen, aldus al-Ansari in een veel gedeelde column voor Arab News. Iran heeft ‘niet zomaar een tegenstander aangevallen’, het heeft de landen beschoten die het toegang gaven tot de wereldmarkt. ‘Daarmee heeft het een ijzingwekkende boodschap afgegeven aan alle hoofdsteden in de Golfregio en daarbuiten: geen enkele economische samenwerking kan rationeel gedrag van dit regime garanderen.’
Voor landen als Saoedi-Arabië is dit niet het enige probleem. De Amerikaanse veiligheidsparaplu waaronder de Golfstaten schuilden, blijkt vol gaten te zitten. De relatie was klip en klaar: Washington krijgt olie en rust in de regio, in ruil voor straaljagers en luchtafweergeschut. Het ging om een hoeksteen van het Amerikaanse buitenlandbeleid (Riyad was de eerste hoofdstad die Trump als president bezocht), en toch moesten de Golfleiders toezien hoe Trump in hun achtertuin – en tegen hun waarschuwingen in – een roekeloze oorlog begon.
Vervolgens waren het de burgers in de Golf die de klappen kregen. Alsof dat nog niet erg genoeg was, hield Trump bij het stoppen van de oorlog opnieuw geen rekening met hun wensen – zie de Straat van Hormuz. Dit alles doet denken aan de Gaza-oorlog. Tot tweemaal toe is het einde slordig en gehaast. Tot tweemaal toe wil Trump de felicitaties, maar laat hij de uitwerking (oneerbiedig: de puinhoop) aan de regio.
‘De Amerikanen hebben bewezen een onbetrouwbare partner te zijn die onwillig is of niet in staat om bescherming te bieden’, zegt Golfkenner Andreas Krieg, verbonden aan het Londense King’s College. Tegelijk is er geen land ter wereld dat een vergelijkbare rol op zich kan nemen. Voorlopig blijft de afhankelijkheidsrelatie daarom in stand. Wel zullen de Golfstaten naar verwachting ook elders gaan shoppen voor steun. Atoommacht Pakistan sloot al een deal met Saoedi-Arabië, en ook Oekraïne klopt nadrukkelijk aan de deur.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant