Home

Opinie: De zaak-Weski legt een pijnlijke spanning bloot binnen het strafrecht

Het strafrecht verliest zijn legitimiteit wanneer het de menselijke kwetsbaarheid reduceert tot een voetnoot. Dat speelt bij uitstek in het proces tegen voormalig advocaat Inez Weski: hoe toon je dreiging aan die alleen bestaat in context en geschiedenis?

Onze maatschappij houdt als het om strafrecht gaat van duidelijke grenzen: een handeling is strafbaar of niet. Iemand kiest bewust of kiest niet. Schuld veronderstelt keuzevrijheid, verwijtbaarheid berust op de gedachte dat een mens anders had kunnen handelen.

Maar vaak schuurt het daar het hardst.

De zaak tegen Inez Weski legt die pijnlijke spanning genadeloos bloot. Het dossier lijkt op het oog overzichtelijk: een voormalig advocaat die volgens het Openbaar Ministerie berichten doorspeelde vanuit de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) in Vught en daarmee de criminele organisatie van haar cliënt, Ridouan T., in stand hield.

Over de auteur
Veerle Hammerstein
is advocaat. Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Het meeste ongemak van deze zaak rust echter niet in de doorgegeven boodschap, de usb-stick of het versleutelde bericht, maar in de vraag hoeveel keuze iemand werkelijk nog heeft wanneer de druk nergens hardop wordt uitgesproken, maar overal voelbaar is.

Subtieler

Soms is dreiging subtieler en juist daarom indringender: de reputatie van de cliënt, de geschiedenis van liquidaties rond het Marengo-proces, de wetenschap dat anderen eerder het zwijgen is opgelegd, de professionele eenzaamheid van de advocaat die te dicht op de rand van het systeem balanceert.

Het is veel vaker de druk van wat niet gezegd wordt, dan van wat er wél gezegd wordt.

Strafrechtelijk is dat natuurlijk een lastige categorie. Ons recht kent psychische overmacht, maar verlangt wel een concrete, van buiten komende drang die zo sterk is dat redelijkerwijs geen weerstand kon worden verwacht. Juist daar wringt deze zaak. De vermoedelijke realiteit is menselijk voorstelbaar, maar juridisch moeilijk bewijsbaar. Hoe toon je de dreiging aan die alleen bestaat in context en geschiedenis? Hoe bewijs je angst die juist nooit wordt uitgesproken?

Niet redelijk

Zelfs als de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, is een eis van 4,5 jaar gevangenisstraf om meerdere redenen niet redelijk. Niet omdat het verwijt gering zou zijn indien bewezen – integendeel, een advocaat die haar geheimhouding inzet als geleider voor criminele communicatie raakt de kern van de rechtsstaat. Maar een straf moet ook recht doen aan de mens achter de daad.

En de mens is in deze zaak geen doorsneefacilitator, geen beroepscrimineel die uit winstbejag handelde. Dit is een 71-jarige advocaat met een lange staat van dienst in de rechtspleging, zonder een strafrechtelijk verleden, opererend in de meest complexe dossiers van de Nederlandse strafrechtgeschiedenis. Haar leeftijd, haar broze gezondheid en de uitzonderlijke context van jarenlange druk wegen zwaar. Zelfs het OM erkent die omstandigheden, maar lijkt de diepste laag ervan – de psychologische en existentiële druk van deze positie – onvoldoende te laten doorwerken in de eis.

Want wie ook naar ‘de mens Weski’ kijkt, ziet een tragedie van rolvermenging, isolatie en misschien wel doodsangst.

Het strafrecht verliest zijn legitimiteit wanneer het de menselijke kwetsbaarheid reduceert tot een voetnoot. Juist in dit soort zaken waarin de keuzevrijheid onder druk staat, moet rechtvaardigheid gaan spreken. Want in die ‘ring van vuur’, zoals Weski het zelf beschreef, kan ook de stilte gehoord worden.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next