De Nederlandse wetenschap behoort tot de wereldtop. Maar in het verleden behaalde successen zijn geen garantie voor de toekomst. Vier voorstellen om de wetenschapskwaliteit te bestendigen en verdiepen.
Wie denkt aan wetenschap, denkt al snel aan microscopen of uitgebreide bibliotheekcollecties. Apparaten en collecties verzamelen echter stof, geen wetenschappelijke inzichten. Volgens ons is – en blijft – de vrije menselijke geest de motor van de wetenschap. Die vrije menselijke geest haalt creatieve en inzichtelijke beelden uit de microscoop, en distilleert de juiste nieuwe vragen uit een verzameling geschriften. Die vrije geest stuwt de wetenschappelijke innovatie.
Juist die vrije geest is in de Nederlandse wetenschap aan het verdwijnen. De inhaalslag van Nederlandse universiteiten kwam door het creëren van academische schapen met vijf poten. Deze bijzondere diergroep presteert uitstekend. Niet alleen in onderzoek, maar ook in fondsenwerving, onderwijs en netwerken in de universitaire hiërarchie. Voor de vogelvrije geesten met unieke talenten is de route naar ‘functie elders’ nooit ver weg: via een tijdelijk contract, reorganisatie of ‘duurzaam verstoorde arbeidsrelatie’.
Over de auteurs
Jan Boersma is historicus. Joshua Dijksman is fysicus en werkzaam als universitair hoofddocent bij het Institute of Physics aan de Universiteit van Amsterdam.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
De gefocuste onderzoeker, met uitgebreide kennis van zaken maar zonder talent voor het geven van onderwijs en zonder de ambitie van een alfamannetje, verdwijnt voor de Nederlandse wetenschap. Daarmee erodeert een laag expertise die een grondlaag vormt voor duurzame kwaliteit en wetenschappelijke diepgang.
Naar ons inzicht is het kernprobleem dat de ‘vaste’ onderzoeksposities waarin deze vrije geesten floreren, in Nederland niet meer worden gecreëerd. Dit is een deels arbeidsrechtelijke keuze met verstrekkende negatieve maatschappelijke consequenties. Het is ook onnodig, want eenvoudig te verhelpen.
We pleiten hier voor het creëren van een nationale vijver van permanente posities voor wetenschappers. Het gaat dan om de buitencategorie wetenschappers, de unieke vrije geesten. De categorie die vanuit eigen kracht impact creëert, ook via andere routes dan alleen maar publicaties. Denk aan het beheren en ontwikkelen van cruciale hardware voor hightech wetenschap, of niche-kennis van talen, literatuur of geschiedkundige context.
Dergelijke posities kunnen in een breed onderzoeksinstituut worden ondergebracht (en praktisch gedetacheerd bij gangbare onderzoeksgroepen in universiteiten). Laten we dit instituut het Nederlands Centrum voor Wetenschap noemen (NCW). We zien vier concrete voordelen van een dergelijke vijver en hebben er een financieel plan bij.
1. De permanente prestatiedruk bij gangbare universitaire posities maakt schapen met vijf poten ook tot echte schapen, die vooral de lucratieve wetenschappelijke hypes volgen. Dat is goed voor de financiën van faculteiten, maar niet altijd voor de wetenschappelijke diepgang en duurzaamheid. Diepgang komt terug als een deel van het wetenschappelijk werk niet aan dergelijke prestatiedruk en bijkomende tijdelijkheid wordt blootgesteld.
2. Vrije gedetacheerde geesten zijn een gezonde controle op bestuurlijke mechanismen in universiteiten. Het (met goed bestuur) binnenhouden van deze externe, excellente vrije geesten zal een sterke prikkel zijn: als zij slechts gedetacheerd zijn en zo elders aan de slag kunnen, houdt dat excessen in toom. De soms toxische werksfeer in de ivoren toren kan door de aanwezigheid van een enkele neutrale partij worden verminderd, omdat deze nu eens niet voor zijn of haar positie afhankelijk is van een alfamannetje met bestuurlijk onvermogen.
3. Permanente wetenschappelijke expertise laat zich slecht sturen door politieke wind en bedrijfseconomische prikkels. Belastinggeld moet uiteraard verantwoord besteed worden. Maar dan liever wel ten gunste van de gehele maatschappij, en niet aan de aandeelhouders van publicatieparasieten. De moderne geschiedenis laat ook zien hoe politieke invloed in de wetenschap haar diepgang en waarheidsvinding grondig kan doorkruisen.
4. In tijden van generatieve AI is juist detailkennis van domeinexperts van ontzettende meerwaarde voor het effectief kunnen inzetten van deze machines. De onmenselijke toegang die deze ‘agents’ hebben tot wetenschappelijke literatuur maakt ze tot formidabel gereedschap, dat alleen in goed getrainde handen de juiste impact gaat hebben. Alleen vrije geesten met een echte domeinkennis gaan nog echt iets toevoegen aan de nieuwe generatie machinale kennisproducenten.
Het opzetten van een NCW is, naast een enorme hefboom voor de wetenschap, ook een pleidooi voor een mensgerichter gebruik van het immense wetenschappelijke talent dat Nederland al heeft. Maar hoeveel moet dit allemaal kosten? We geven internationaal gezien zeer weinig uit: de Nederlandse wetenschap is heel erg ‘lean’. Er kan dus best wat bij.
Maar ook als er geen extra geld te vinden is, dan is het nog wel vrij te maken: de Nederlandse universiteiten krijgen jaarlijks honderden miljoenen als bonus voor het produceren van doctorstitels. Die zak met geld per promovendus is een perverse prikkel; er is al jaren een roep om iets aan die bonussen te doen. Ons voorstel: verlaag de promotiebonus met de helft, of laat die bonus helemaal verdwijnen. Daarvan valt een NCW permanent te bekostigen.
Laten we het geld dat we nu (verkeerd) besteden een wetenschappelijke multiplier geven. Nog beter: laten we een extra investering doen voor het scheppen van voorwaarden waaronder onze beste geesten vrij kunnen floreren. Zo behouden we niet alleen ons huidige talent, maar creëren we ook de ruimte voor het nieuwe talent van morgen. Een investering doen in de ontwikkeling van vrije geesten – daar komt de wetenschap echt van tot bloei.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant