Home

In deze speelse Spaanse roman gebeurt in een nachttrein het ondenkbare

Spaanse literatuur In haar geslaagde debuutroman speelt Marta Pérez-Carbonell met allerlei literaire thema’s. Daarmee verleidt ze je om een labyrint van verhalen binnen te stappen.

Een reis in een luxetrein zet ieders verbeelding in werking.

Stel je een imaginair schilderij voor van Edward Hopper: in de restauratiewagen van een trein staat een kelner achter de balie, verdiept in zijn telefoon. In een hoek zit een man bankbiljetten te tellen, aan een tafeltje zitten drie mensen bij elkaar. In de zwarte nacht, terwijl de trein voortraast, lijkt de wat oudere man op wie het licht valt, iets te vertellen aan de vrouw en de man. Je ziet dat ze elkaar nog niet lang kennen, er hangt ongemak in de lucht, mysterie ook.

Marta Pérez-Carbonell: Niets is zo ongrijpbaar. (Nada más ilusorio) Vert. Joke Mayer. Meulenhoff, 222 blz. € 22,99

De drie treffen elkaar in een coupé van de nachttrein van Londen naar Edinburgh. Beide mannen zijn verwikkeld in een gesprek, waar de vrouw bij betrokken is geraakt. Een lastig gesprek over schrijven en verraad, over vriendschap en verlies.

Dit beeld roept de Spaanse schrijver Marta Pérez-Carbonell op aan het begin van haar beeldschone debuutroman Niets is zo ongrijpbaar. Nachttreinen zijn literair gezien vruchtbare plekken voor een gesprek. Deze Spaanse roman is dan ook verwant aan Nachttrein naar Lissabon van Pascal Mercier, waarin een docent klassieke talen op zoek gaat naar de auteur van een boek dat zijn leven veranderde. Ook denk je meteen aan Cees Nootebooms Het volgende verhaal, waarin een voormalige leraar wakker wordt in een hotel in Lissabon terwijl hij de vorige avond in Amsterdam in zijn bed is gestapt. Hij zweeft tussen leven, droom, vertelling en dood om uiteindelijk verder te reizen naar Brazilië, waar hij een volgend verhaal vertelt.

Pérez-Carbonell speelt met al deze thema’s en motieven, ze verleidt je een labyrint van verhalen in te stappen, waar je na iedere hoek een nieuwe vertelling aantreft van een van haar personages – in heden en verleden, echt, gedroomd of verzonnen. En in de ‘ik’-vorm, waardoor je je steeds moet afvragen wie er nu weer aan het woord is.

Polemiek

Vaak is dat de wat oudere man uit het imaginaire schilderij, Terence Milton, schrijver en literatuurdocent in New York, die in het gezelschap reist van zijn voormalige PhD-student Mick Boulder. Dat de toon van hun gesprek hoog oploopt, ligt aan het feit dat Milton een roman heeft gepubliceerd over het tragische leven van een veertig jaar jongere vriend die bij hem in woonde en die sinds de verschijning van het boek is verdwenen. Een krant is erop gedoken, de polemiek is losgebarsten: waar haalt Milton het recht vandaan om een slaatje te slaan uit de ellende van een jongen die financieel van hem afhankelijk was en al zijn sores aan hem heeft verteld? Wat is waar en wat is niet waar? Wat is spiegel en wat is spiegelbeeld? Kan een roman iemand het ravijn induwen? En mag je je zomaar het verhaal van een ander toeëigenen? Het zijn vragen die Perez-Corbonell opwerpt, aanraakt, omcirkelt en weer opbergt. Een echt antwoord komt er niet. Natuurlijk niet, het is literatuur.

Boulder, de voormalige PhD-student is voor een deel getuige geweest van het drama dat zich tussen de schrijver en zijn jonge vriend heeft afgespeeld, maar het fijne weet hij er niet van. Als frequente bezoeker van illusionistische shows kijkt hij ernaar als naar een raadselachtige truc ‘zonder draden of spiegels’. Je weet dat je misleid wordt, maar je ziet niet hoe en dus blijf je ademloos kijken. Alicia, de vrouw in de treincoupé, vertelt en passant haar eigen verhaal: verliefd op een collega van haar scriptiebegeleider ging ze met deze man mee naar Socotra, een eiland voor de kust van Jemen, waar hij haar op een verlaten strand in de steek liet en ze zelf maar weer thuis moest zien te komen.

Zodra je een verhaal vertelt, schuilt in iedereen een fictief personage, lijkt Pérez-Carbonell te suggereren. De verhalen wikkelen zich in elkaar, worden tot een kluwen van menselijke ervaringen, waar begin noch einde aan te ontdekken is. Soms vallen ze even samen – gedurende een nachtelijke treinreis bijvoorbeeld – , dan weer worden ze van elkaar losgetrokken.

Net als haar hoofdpersoon doceert Pérez-Carbonell aan een universiteit in New York, ‘een sinaasappel die is uitgeknepen door cinema en literatuur’. Als specialist van Spaanse literatuur kent ze vooral het werk van Javier Marías en Rosa Montero op haar duimpje. Het associatieve, het zoekende, labyrintische element zou je met de eerste kunnen verbinden, het sprankelende en onverwachte met de tweede.

Een levensverhaal verhult vaak meer dan het aan het licht brengt. Ook in Niets is zo ongrijpbaar wordt meer verzwegen dan verteld. Een heerlijke roman voor wie zich, net als ik, ook wel eens afvraagt welke verhalen er verborgen kunnen zitten in een schilderij van Edward Hopper.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Boeken

Het laatste boekennieuws met onze recensies, de interessantste artikelen en interviews

Boekrecensies fictie

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next