Geschiedenis Aan de hand van talloze ooggetuigen schreef Ian Buruma een boek over de hoofdstad van nazi-Duitsland in de Tweede Wereldoorlog. Zijn eigen vader is een van hen.
1945: Schoolkinderen met geredde lesboeken bij hun gebombardeerde school in Berlijn.
Nadat de Duitsers begin 1943 de Slag om Stalingrad hebben verloren – een keerpunt in de Tweede Wereldoorlog – gaat in Berlijn een grap rond:
„Wat is het meest gastvrije land?”
„Rusland.”
„Hoezo?”
„Ze hebben het twee jaar met ons volgehouden en nu begeleiden ze ons op weg naar huis.”
Humor is een terugkerend thema in Blijf in leven, het nieuwe boek van journalist en schrijver Ian Buruma. Aan de hand van brieven, dagboeken en interviews schetst hij daarin een beeld van het dagelijks leven in de jaren 1939-1945 in Berlijn, de stad waar zijn (Nederlandse) vader werkzaam was als dwangarbeider. Omdat hij laat zien hoe Berlijners reageren op nieuws van het front én de nazipropaganda is het boek eigenlijk ook een beknopte geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog.
Ian Buruma: Blijf in leven. Berlijn, 1939-1945. (Stay Alive: Berlin, 1939–1945) Prometheus, 384 blz. € 35,-
Op 15 oktober 1939, anderhalve maand nadat de Duitsers onder valse voorwendselen Polen zijn binnengevallen, maakt dichter Jochen Klepper een wandeling langs de Wannsee. Het weer is aangenaam. „De meren hebben er nog nooit zo mooi uitgezien”, schrijft hij. Zijn terrasdeuren staan de hele dag open en hij heeft de tuinmeubelen maar opnieuw naar buiten gehaald. „Alles ademt een aarzelende sfeer van vrede.” Later zal Klepper met zijn Joodse vrouw zelfmoord plegen.
Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk hebben Duitsland de oorlog verklaard na de inval in Polen. Maar de Berlijners hopen dat het allemaal wel mee gaat vallen, want voorlopig nemen de Britten en Fransen niet actief deel aan de oorlog. Vanuit Berlijn schrijft Helmuth von Moltke, die is opgeroepen voor de Abwehr, de militaire inlichtingendienst, aan zijn vrouw: „Er wordt gezegd dat de Fransen grote spandoeken over hun bunkers hebben gespannen met daarop in het Duits: ‘Als jullie niet schieten, doen wij dat ook niet’.”
Blijf in leven heeft een simpele chronologische structuur: de werkelijkheid biedt immers voldoende spanningsopbouw. Door het hele boek heen maakt Buruma melding van feiten en feitjes die tezamen een indruk geven van het leven in de Duitse hoofdstad. Als de restaurants aan het begin van de oorlog door het gerantsoeneerde vlees heen raken, wijken Berlijners uit naar Italiaanse trattoria’s, schrijft Buruma. „De verschillende soorten pasta waren aantrekkelijker dan de Stammtisch van vleesloze, te lang gekookte koolsoorten die door de meeste restaurants werd opgedist.” Aanvankelijk lijken de gevolgen van de oorlog inderdaad mee te vallen. De eerste geallieerde bombardementen richten weinig schade aan. Hoewel een ander feitje onheilspellender is: na 1939 neemt het aantal verkrachtingen toe.
Berlijn had lange tijd een liefdesverhouding met de Amerikaanse cultuur. Dat verandert niet van de ene op de andere dag, ook niet door een oorlog. Buruma wijst erop dat jazz niet wordt verboden en gewoon kan worden gespeeld – als er maar Duitse titels worden gegeven aan Amerikaanse songs. Coca-Cola blijft populair tot eind 1941.
Leo, de vader van Buruma, studeert rechten in Utrecht. Aanvankelijk duikt hij onder om aan de Arbeitseinsatz te ontkomen. Maar „om redenen die hij nooit opgehelderd heeft gekregen” roept iemand van het studentenverzet hem op terug te gaan naar zijn geboortestad Arnhem. Bij aankomst wordt hij omringd door de Grüne Polizei. In de zomer van 1943 komt hij aan in Berlijn, waar hij tewerkgesteld wordt bij Knorr-Bremse, een bedrijf dat niet alleen remmen maakt, maar ook (niet al te beste) machinegeweren.
Leo heeft geluk, als je daarvan kunt spreken in een oorlog. Omdat hij Frans, Duits en Engels spreekt wordt hij eerst aangesteld als tolk. Later komt hij terecht op de boekhoudkundige afdeling van het bedrijf, waardoor fysiek zwaar werk hem bespaard blijft. Als lid van een (in de ogen van de nazi’s) Germaans broedervolk heeft hij bovendien relatief veel vrijheid. Regelmatig bezoekt hij de Berliner Philharmoniker. Op de Kurfürstendamm eet hij voor het eerst Chinees. En hij is in de gelegenheid relaties aan te knopen met dwangarbeidsters uit de Sovjet-Unie die het minder goed hebben, in het bijzonder met de Oekraïense Nadja. „Ik moet jullie zeggen dat de eeuwig opgewekte Russen me sympathieker zijn dan bijvoorbeeld de Vlamingen met een gevlei en verraad”, schrijft hij aan zijn familie thuis. Maar een vakantie is het niet. Leo moet regelmatig schuilen voor geallieerde bommen.
Aan de hand van een breed scala aan bronnen schetst Buruma een levendig beeld van Berlijn in de oorlogsjaren. Hij koppelt de gebeurtenissen aan het front aan de nieuwste films die Berlijners aanschouwen. Vertelt en passant dat er in de Berlijnse dierentuin capibara’s (grote Zuid-Amerikaanse knaagdieren met zwemvliezen) zijn geboren. Buruma baseert zich op geschreven bronnen, maar is ook langs gegaan bij enkele nog levende ooggetuigen.
Een van die ooggetuigen is Horst Selbiger, die als Mischling zijn leven niet zeker was. Hij vertelde Buruma in 2022 dat hij steevast een gevonden handgranaat met zich meedroeg. „Ik was fatalistisch. Maar als ik had moeten sterven, had ik een paar anderen met me meegesleurd.”
Blijf in leven is een „liefdesbrief aan Berlijn”, schrijft Buruma in zijn nawoord. Dat verklaart misschien waarom hij meer geïnteresseerd lijkt te zijn in de verhalen van onderduikers, verzetsmensen en journalisten dan in die van fanatieke nazi’s, die er toch ook in ruime mate moeten zijn geweest in Berlijn. Al citeert hij ook veelvuldig uit de dagboeken van propagandaminister Goebbels.
Buruma schetst een caleidoscopisch beeld van Berlijn. Dat is een verdienste, soms zie je als lezer de stad aan je oog voorbijtrekken. Maar het is ook een zwakte: de personages zijn soms iets te veel passanten, ze worden niet echt uitgediept. Dat geldt ook voor Leo, de vader van Buruma. Wat zijn oorlogservaringen nu echt met hem hebben gedaan blijft wat vaag. Misschien omdat hij zich er in zijn latere leven met een grap vanaf maakte.
Op oudejaarsavond 1989, het jaar van de val van de Muur, was Buruma met zijn vader in Berlijn. In het feestgedruis raakten ze elkaar kwijt. Uren later dook Leo op met zijn neus en voorhoofd in het verband. „Ik heb van 1943 tot het eind van de oorlog luchtaanvallen meegemaakt en in Berlijn ben ik nooit gewond geraakt”, zei hij, „tot aan de avond van 31 december 1989.”
Het laatste boekennieuws met onze recensies, de interessantste artikelen en interviews