Amerikaanse literatuur Wat begint als een hoopvol vervolg op De regels van het ciderhuis, een van Irvings beste romans, blijkt helaas te verzanden in een boek zonder structuur, met een keur aan nutteloze bijfiguren.
Still uit de film 'The Cider House Rules' met Michael Caine en Tobey Maguire.
John Irving: Queen Esther. Vert. Inge Pieters. De Arbeiderspers, 438 blz. €27.99
Een Joods meisje wordt in het Noord-Amerikaanse Maine geadopteerd door de Winslows, een empathisch echtpaar, als au pair voor hun vierde dochter, Honor. Het meisje fungeert als draagmoeder voor hun zoon Jimmy, die later in Wenen op zijn beurt als een soort kunstmatige inseminator optreedt bij een lesbisch koppel. Voeg bij deze ingrediënten gemutileerde lichaamsdelen, de worstelsport, Charles Dickens en de lezer, die ook maar iets weet van de contemporaine Amerikaanse literatuur, zal onmiddellijk zeggen: John Irving.
De auteur helpt die geïnformeerde lezer een handje door deze roman te laten beginnen op wat de locatie was van een van zijn beste romans: het weeshuis in St. Clouds waar geneesheer-directeur Wilbur Larch nog altijd de scepter zwaait. Wat begint als een hoopvol vervolg op De regels van het ciderhuis, een van Irvings beste romans, blijkt echter te verzanden in een boek zonder structuur, met een keur aan nutteloze bijfiguren. Als lezer kom je veel meer te weten over bovenstaande ingrediënten dan je zou willen, en niet zelden dringt zich de vraag op ‘waarom?’
Het antwoord wordt niet gegeven door Esther, die zich, eenmaal volwassen, opwerpt als draagmoeder voor het volgende kind van de Winslows. Zij heeft niets met mannen en toch volgt er een zwangerschap. „Ik wil het gewoon eens proberen,” is de zwakke motivatie waaronder vervolgens James (‘Jimmy’) wordt geboren, en hij zal de hoofdpersoon blijven gedurende de rest van het boek.
Na luttele pagina’s is het dan ook gedaan met dokter Larch en het weeshuis en ook met Esther. Als draagmoeder ziet zij het, evenals zijn onechte ouders, als haar werkelijke doel om Jimmy buiten de Vietnam-oorlog te houden. Daartoe wordt hij naar een internationale school in Wenen gestuurd, waar hij zijn maagdelijkheid moet zien kwijt te raken of een worstelblessure moet oplopen; voorvallen die hem vrijstelling van dienstplicht kunnen geven. Hij moet kamers delen met de Fransman Claude en de Nederlandse lesbienne Jolanda, die op haar beurt een problematische vriendin, genaamd Mieke, heeft. De seksscène tussen beide vrouwen, waarbij Jimmy als zaaddonor moet op te treden, behoort tot de onhandigste ooit geschreven (lachen!) maar is waarschijnlijk zo bedoeld. Hier ligt het zwaarte- (en helaas ook diepte- )punt van het boek, wanneer zich een keur aan irrelevante passanten voordoet en Irvings boek leest als een stomme film waarbij helaas de laughing track is zoek geraakt.
The Beatles en Anne Frank komen langs, alsmede de Oostenrijkse arts en schrijver Arthur Schnitzler. En een belangrijke rol is weggelegd voor de hond van de hospita die de gewoonte heeft de badkuip onder te poepen wanneer het dondert en bliksemt. Zijn naam? ‘Hard Rain’, naar het nummer van Bob Dylan met die titel. Worstelblessures, straatgeweld, de Olympische Winterspelen, de moord op JFK, alles is voer voor een op stoom geraakte schrijver die al vroeg in het boek het roer buiten zicht heeft.
Esther keert pas honderden pagina’s verder weer terug, wanneer Jimmy als schrijver in Jerusalem verblijft (en daar volstrekt overbodige gesprekken voert met zijn uitgever – hij is inmiddels schrijver geworden, net als zijn schepper). Ze is vooraanstaand lid van een Israëlische militante groepering, en dat geeft Irving de vrijheid om, behalve een hoeveelheid toeristische weetjes over de oude stad (en de Amsterdamse binnenstad), ook nog uit te weiden over de verscheidenheid binnen de Joodse gemeenschap, zaken die de hier onderschatte lezer houterig te verteren krijgt en in een roman in deze vorm niet thuishoren.
„Het echte leven heeft geen plot, zoals een roman,” laat Irving een van zijn personages overpeinzen, in dit overbevolkte boek. Maar ook zijn ‘plot’ is hier van geen belang, en dat hoeft ook niet, al zijn de treffende laatste alinea’s van dit wederom stuurloze boek een schrale troost in dit opzicht. Dat Irving een begenadigd auteur is, staat buiten kijf. Een goede redacteur zou echter, als ook bij zijn voorlaatste roman De laatste skilift, geen overdreven luxe zijn.
Het laatste boekennieuws met onze recensies, de interessantste artikelen en interviews