Dagboekserie Zo realistisch als Het Bureau leek, zo gestileerd blijkt het als je het naast de werkelijkheid legt. Hoewel: het is een illusie dat je in zijn dagboeken de échte Voskuil zou leren kennen. In dit zesde deel verzwijgt hij een jarenlange affaire.
J.J. Voskuil in 2000.
Met nog maar één deel voor de boeg is de voorzichtige conclusie gerechtvaardigd dat de dagboeken van J.J. Voskuil niet tot de hoogtepunten van zijn oeuvre gerekend kunnen worden. Dat lag misschien al een beetje in de lijn der verwachtingen (van welke schrijver zijn nu net de dagboeken het best?), maar in Voskuils geval valt de oogst dus ook tegen. Waar de behandeling van het monotone leven nou net de kracht was in Voskuils Het Bureau, daar begint de alledaagsheid van Voskuils dagboek je al snel te vervelen. Weer een wandeling, weer een bezoekje, weer een werkdag.
J.J. Voskuil: Bevrijding. Dagboeken 1981-1987. Van Oorschot, 800 blz. € 39,95
Optimistisch gesteld ben je geneigd te zeggen dat Voskuil al schrijvend toch (nog) iets heel bijzonders aan Het Bureau heeft weten toe te voegen. Het Bureau oogde misschien als een heel ‘realistische’, documentaire vorm van schrijven, wie dat naast dit dagboek legt heeft toch twee heel verschillende werken in handen. Je leest weliswaar vaak over dezelfde voorvallen, maar ánders – en niet alleen omdat het één in de ik-vorm en het andere in de derde persoon is geschreven. In wezen is dat hele romanschrijven van Voskuil, hoe droog en ogenschijnlijk on-pretentieus het allemaal ook moge ogen, één groot toonbeeld van stilering. Van uitmuntend gecamoufleerde stilering, welteverstaan.
Het interessantste aspect aan Voskuils dagboeken is het onterechte idee dat je hiermee dan wél een realistisch of waarheidsgetrouw tekstdocument in handen hebt. De dagboeken zijn verre van een onschuldig notitieblok. Voskuil schreef (eerder) met voorbedachten rade, wat hem meteen tot een rasauteur maakt. Zijn dagboek was geen punt voor hem, maar een komma: ergens heeft hij altijd geweten dat hij het in de toekomst zou ombouwen tot een echt literair werk. Tegelijk hield hij er rekening mee dat zijn dagboeken later anderen onder ogen zouden komen.
Deel één: Uit het dagboek van J.J. Voskuil: de schrijver zou liever een boer zijn
Deel twee: De eerzucht spat opeens van de pagina’s in de dagboeken van J.J. Voskuil
Deel drie: Waarom J.J. Voskuil geen kruidenboer in Frankrijk werd
Deel vier: Was schrijver J.J. Voskuil maar wat vaker uit de sleur van zijn kantoorleven gehaald
Deel vijf: Je gunt Voskuil meer van die zonnige kantoordagen
In Uitzicht op geluk, het vierde dagboekdeel, kon je al zien hoe Voskuil een soort licht masochistisch literair spel speelde met zijn beklagenswaardige aanstelling bij het Meertens Instituut. In 1974, hij had toen nog dertien jaar Meertens voor de boeg, noteerde hij al in zijn dagboek dat hij van plan was om zijn tijd in het instituut in een roman te vervatten. Je ging opeens heel anders tegen de wraakneming aankijken die Het Bureau toch ook is. Wie net als ik dacht dat Voskuil pas, in gepensioneerde, ontgoochelde staat, over het schrijven van de cyclus na begon te denken, zat ernaast.
In Bevrijding tref je opnieuw opmerkelijke staaltjes aan van wat we dagboekbedrog kunnen noemen. Als Voskuil in december 1984 weer eens ruziet met zijn vrouw, staat er een asterisk achter een zin. Wie dan afdaalt naar de bijbehorende voetnoot komt, met dank aan het wederom uitstekende werk dat de bezorgers van de dagboeken leverden, tot de choquerende ontdekking dat Voskuil al „sinds begin 1983 een amoureuze relatie” had met ene „X”. Dat is de eerste keer dat de affaire aan bod komt! Voskuil vond dus zo ongeveer alles de moeite waard voor het dagboek, maar wijdde geen woord aan de escapades met zijn minnares. Misschien heb je voor wat er tussen de lakens gebeurt ook geen geheugensteuntje nodig.
Heel aardig aan Bevrijding is ook het verwarrende vervloeien van Voskuils echte leven en zijn – nou ja, vooruit dan maar – fictie. Als er in de vroege jaren tachtig opeens weer veel aandacht en waardering is voor Bij nader inzien, Voskuils superieure, baksteendikke roman uit 1963, gaan de schrijver en zijn vrouw er ook zelf maar weer in lezen. Nu is het sowieso al geestig dat de niet bepaald complimenteuze Voskuil zich er telkens weer dolenthousiast over uitlaat, maar het wordt helemaal amusant als Lousje, in het boek Nicolien, het herleest. Wat heeft die Maarten (Voskuil dus, die naast haar zit) toch een verschrikkelijke vrienden! En dat hij die maar zomaar meeneemt naar die arme Nicolien! Lousje: „Als ik dat lees, dan denk ik nee, we hadden nooit met elkaar moeten trouwen!”
Mocht deze ruzie echt zijn voorgevallen, dan was je er graag bij geweest. Een woonkamer met zo’n deprimerend tikkende klok, en dan twee echtelieden op leeftijd ervoor die even niet meer weten wie ze zijn: personage of mens.
Het laatste boekennieuws met onze recensies, de interessantste artikelen en interviews