Home

Siri Hustvedt schreef een boek over haar leven met Paul Auster: ‘Ik wilde iets van mijn man terugbrengen’

Siri Hustvedt Na de dood van haar man, de schrijver Paul Auster, schreef ze een boek over rouw, waarin ze met hem in gesprek blijft.„In hoeverre wordt een relatie bepaald door wat we beschouwen als het ‘zelf’? Ik mis niet alleen Paul, ik mis vooral Siri en Paul.”

Siri Hustvedt: ,,Mijn relatie met Paul was uiteraard particulier, maar de magie van literatuur is dat het je in staat stelt iets via een ander, of via een andere wereld, te ervaren."

Jaren geleden zat Siri Hustvedt (71) in de woonkamer van een oud vakantiehuis in Vermont. Ineens verscheen een reiger vlak voor het raam. Getroffen door dit onverwachte bezoek riep ze haar dochter Sophie. Althans, dit is wat Hustvedt zich herinnert. Haar dochter heeft een ander verhaal, volgens haar was zij de eerste die de reiger en zag en haar moeder riep. En Paul Auster, de inmiddels overleden echtgenoot van Hustvedt, vertelde weer wat anders, namelijk dat hij gefascineerd naar die grote vogel had zitten kijken. „Dat is vreemd,” zegt Hustvedt. „Want Paul was er destijds niet bij.” Ze barst in lachen uit. „Ik heb hem dit verhaal ooit met zoveel enthousiasme verteld dat hij het in zijn geheugen heeft opgeslagen alsof hij er zelf bij was.”

Siri Hustvedt: Ghost Stories. Een boek van herinneringen. De Bezige Bij, 334 blz. € 27,99

Wanneer mensen lang bij elkaar zijn, zegt de Amerikaanse schrijfster tijdens een interview in een Amsterdams hotel, kunnen verhaal en herinnering door elkaar gaan lopen. Iets wat zij geregeld had met Auster, schrijver van postmoderne literaire werken als The New York Trilogy (1987), The Book of Illusions (2002) en 4321 (2017), met wie zij 43 jaar lang haar leven deelde. „Met name in een intieme verhouding, wanneer je echt openstaat, bijna poreus bent, kan zoiets vaak voorkomen.”

Het is een van de vele manieren, zegt Hustvedt, waarop zij verbonden was met haar man, die op 30 april 2024 op 77-jarige leeftijd overleed aan longkanker. Aanleiding voor ons gesprek is Ghost Stories, haar uiterst persoonlijke boek over haar leven met Auster dat ze kort na zijn begrafenis begon te schrijven. Het was pure noodzaak, vertelt ze. „Schrijven werd een manier om met Paul te blijven praten, alsof zijn wederopstanding zo kon plaatsvinden. Dit boek gaat niet alleen over rouw, de overledene is een belangrijk onderdeel in dit verhaal. Ik wilde echt iets van mijn man terugbrengen.”

BIO

Siri Hustvedt (1955) studeerde Engelse taal- en Letterkunde en promoveerde aan Columbia University. Ze schrijft poëzie, essays, romans en publiceerde het non-fictieboek The Shaking Woman or A History of my Nerves (Een geschiedenis van mijn zenuwen, 2010) waarin ze, met behulp van psychologische en neurologische vakliteratuur, een verklaring zoekt voor oncontroleerbare bevingen van het lichaam. Haar werk is in vele talen vertaald. Sommige titels, waaronder The Enchantment of Lily Dahl (De betovering van Lily Dahl, 1997), What I Loved (Wat me lief was, 2003) en The Sorrows of an American (Het verdriet van een Amerikaan, 2008) werden wereldwijde bestsellers.

Toch vangt Ghost Stories meteen aan met die rouw: de pure, meedogenloze pijn wanneer je alles wat je met iemand hebt gedeeld, ineens kwijt bent. Het is een geestestoestand die Hustvedt ‘cognitieve versplintering’ noemt. Een term die, zo zegt ze zelf, „staat voor rouw en de bijbehorende ontreddering”. In haar boek beschrijft ze hoe ze in de weken na zijn dood pratend door het huis loopt, moeite heeft met ademhalen, brieven leest zonder de inhoud te begrijpen en in bad gaat met haar sokken aan. Ze wordt zelfs wakker in bed met haar hoofd aan het voeteneinde waarna ze tegen zichzelf zegt: „Het leven staat op zijn kop en jij dus ook. Kijk maar, je ligt breeduit op zijn territorium, je neemt dode ruimte in.”

Voor wie bekend is met het werk van Hustvedt – in haar romans en essays schrijft ze over thema’s als zelfbewustzijn en identiteit en spelen filosofie, psychoanalyse en neurowetenschappen een belangrijke rol – is de fysieke manier waarop ze over het verlies schrijft herkenbaar. „Ik voel Paul als een gapend gat in mijn lijf, van mijn nek tot aan mijn ingewanden, alsof hele lichaamsdelen aan me zijn ontrukt, maar het voelt ook alsof hij ergens daarbuiten moet zijn, onafhankelijk van mijn lichaam. (…) Het werktuigelijke lichaam en het denkende lichaam werken tegen elkaar in.” Om dit te verklaren verwijst ze naar de term intercorporealiteit van de Franse filosoof Maurice Merleau-Ponty, doelend op de lichamelijke wijze waarop mensen verstrengeld kunnen raken. „Merleau-Ponty schreef over rouw als een amputatie die kan leiden tot fantoompijn”, zegt ze. „In zijn laatste roman Baumgartner laat Paul zijn hoofdpersoon Sy, die rouwt om zijn overleden vrouw, ook woorden gebruiken als ‘fantoompijn’ en ‘amputatie’. Toen Paul was overleden realiseerde ik me dat ik net als Sy rondliep.”

Dit gemis, deze ‘mentale jeuk’, komt volgens haar voort uit de zintuigelijke, ritmische realiteiten, oftewel de dagelijkse gewoonten, die mensen ontwikkelen tijdens hun samenzijn. Maar het zit ook dieper. „Pauls aanrakingen, zijn conversatie, zijn denkbeelden, zijn boeken en zijn humor zijn in mij geïncorporeerd, niet alleen als bewuste herinnering maar als een manier waarop ik me tot de wereld verhoud.” Het griezelige daarvan is, constateert ze in haar boek, dat hij dus ook haar conversatie, aanrakingen en denkbeelden en humor meenam in het graf. „Mensen zijn dynamische wezens, de dagelijkse handelingen definiëren ons, maar daaronder schuilt nog een andere filosofische kwestie: in hoeverre wordt een relatie bepaald door wat we beschouwen als het ‘zelf’? Ik mis niet alleen Paul, ik mis vooral Siri en Paul. Ik mis dat en: datgene wat zich tussen ons afspeelde.” 

Ghost Stories is dan ook een ode aan het ‘en’: aan datgene wat ze samen, in 43 jaar, hadden opgebouwd en wat nu nog rondwaart in hun huis in de vorm van een spook dat Auster en zijzelf hebben geschapen: een ‘wij’ dat niet meer bestaat. Om iets daarvan terug te halen, heeft Hustvedt, afgezien van haar eigen bespiegelingen, ook de persoonlijke mails over het verloop van Austers ziekte en de brieven die ze aan elkaar schreven tijdens de beginperiode van hun romance in haar boek opgenomen. Ook de brieven die Auster schreef aan zijn pasgeboren kleinzoon Miles zijn erin verwerkt. „Paul begon twee maanden voor zijn dood met het schrijven van die brieven, hij wilde er een boekje van maken. Het zijn verhalen waarin hij Miles vertelt over zijn ouders, Sophie en Spencer, en zijn grootouders. Maar meer dan vijfendertig bladzijden is het niet geworden, dus heb ik het in Ghost Stories opgenomen.”

Siri Hustvedt en Paul Auster in hun huis in Brooklyn.

Er staan veel persoonlijke dingen in uw boek. Hoe kan zoiets particuliers toch interessant zijn voor anderen?

„Mijn relatie met Paul was uiteraard particulier, we hadden onze eigen grapjes en specifieke omgangsvormen, maar de magie van literatuur is dat het je in staat stelt iets via een ander, of via een andere wereld, te ervaren. Rita Charon, arts en literatuurwetenschapper en oprichter van de afdeling Narratieve Geneeskunde aan Columbia University, schrijft daar uitvoerig over. In haar boek Narrative Medicine toont ze aan hoe de kleinste bijzonderheden in een verhaal, vaak grotere, meer universele zaken kunnen belichten en hoe dit helend kan werken.”

Kunt u een voorbeeld noemen?

„In What I Loved, mijn roman uit 2003, verliezen hoofdpersoon Leo en zijn vrouw Erica hun zoon. Tijdens boekpromoties kwamen geregeld mensen op me af die zelf een kind hadden verloren. Ze vertelden: ‘Zo was het.’ Ze hadden het gevoel dat ik hun ervaring op papier had gezet. Dat is het cathartische effect waar Aristoteles over schrijft in de Poetica. Meeleven tijdens een tragedie met de ellende van de held wekt bij de toeschouwer emoties op en dat kan een louterende werking hebben. Dit laatste boek lijkt ook dat effect te hebben. Voor deze promotietoer heb ik elf Europese steden bezocht en iedere keer waren mensen in tranen.”

Ze barst in lachen uit. „Het is gek, mensen noemen dit boek ‘inspirerend’. Gisteren moest ik daar voor het eerst om lachen, omdat het zo freakin’ sad is. De afgelopen jaren waren absoluut afschuwelijk, het is eigenlijk geweldig dat dit boek nu zo’n uitwerking heeft.” In Ghost Stories schrijft Hustvedt ook over de grote tegenslagen die in de jaren voor het overlijden van Auster plaatsvonden waaronder de tragische dood van Hustvedts stiefzoon Daniel – zoon van Auster uit zijn eerdere huwelijk met Lydia Davis – en het verlies van Austers tien maanden oude kleindochter, Ruby Auster, op 1 november 2021.

Een half jaar na de dood van de kleindochter concludeerde de patholoog-anatoom dat Ruby was gestorven aan een combinatie van heroïne en fentanyl. Pauls zoon Daniel, die hiervoor wegens ernstige nalatigheid en dood door schuld werd aangeklaagd, maakte, nadat hij op borgtocht was vrijgekomen uit de gevangenis, op 26 april 2022 een einde aan zijn leven door een overdosis heroïne en fentanyl in te nemen. In haar boek schrijft Hustvedt op een empathische manier over de ingewikkelde verhouding met Daniel, die op jonge leeftijd al moest pendelen tussen gescheiden ouders en die een getalenteerd maar getroebleerd kind was.

Wat deed u besluiten over hem te schrijven?

„Het zou raar zijn geen aandacht te besteden aan deze vreselijke gebeurtenissen. Daniel maakte een belangrijk deel uit van ons leven, ik wilde met compassie over hem schrijven en een deel van zijn verhaal van binnenuit vertellen. Het was een manier om dat verhaal boven de sensationele roddelbladen uit te tillen. Onze familie heeft er vreselijk onder geleden, Paul nog het meest van iedereen.”

U schrijft dat door het schandaal rondom Daniel pas goed tot uw doordrong hoe beroemd Paul eigenlijk was.

„Wereldwijd verschenen er artikelen over de kwestie, journalisten kwamen aan onze deur, onze dochter Sophie werd thuis lastiggevallen, fotografen van tabloids verstopten zich in auto’s voor ons huis om ons te kunnen vastleggen. Het maakte alles alleen maar erger. Een rare wisselwerking vindt op zo’n moment plaats: dit verhaal zou niet zo sensationeel zijn geweest als Paul niet beroemd was geweest, maar andersom vergrootte dit sensationele verhaal zijn roem. Bizar. ”

Diezelfde roem heeft u de kans ontnomen de dood van uw echtgenoot zelf naar buiten te brengen.

„Paul stierf aan het begin van de avond. We zaten als familie om hem heen, hielden zijn lichaam nog vast, toen het nieuws over zijn dood al werd verspreid. Het maakte me woedend, een paar dagen later heb ik daarover een bericht geplaatst op Instagram. Sophie, mijn schoonzoon Spencer, mijn zussen hebben nooit de kans gekregen om het verlies van Paul in alle rust tot zich te nemen. Het was aan mij of Sophie om dit nieuws naar buiten te brengen. Onze waardigheid was ons ontnomen.”

De roem van uw man is ook van invloed geweest op uw positie als schrijver. Kunt dat uitleggen?

„Paul en ik waren elkaars gelijken, we deelden onze ideeën en lazen elkaars werk. Toch heb ik talloze keren de vraag gekregen: ‘Hoe is het om getrouwd te zijn met Paul Auster?’ Toen ik in 1992 debuteerde met The Blindfold zei een journalist tegen mij: ik geloof niet dat u dit boek zelf hebt geschreven. Ik was totaal in shock, dacht hij werkelijk dat mijn echtgenoot dit boek had geschreven? Dit soort reacties zijn er altijd geweest, ook toen ik al naam had gemaakt. Na de verschijning van What I loved zat ik in Italië tegenover een journalist die zei: ‘U gaat dit niet leuk vinden maar ik wil niet over uw werk praten maar over uw man, Don DeLillo en de betekenis van de roadnovel’.”

Hoe gaat u daar nu mee om?

„Ik heb ermee leren omgaan, ook toen al. Ik vroeg aan die man waarom hij in godsnaam dacht dat DeLillo en Auster roadnovels zouden schrijven en heb hem vervolgens rustig uitgelegd dat literair postmodernisme toch echt een andere stroming is. Maar dit soort dingen blijven gebeuren. Men vindt het soms moeilijk te geloven dat Paul en ik elkaar eindeloos beïnvloedden of dat bepaalde ideeën in het werk van Paul van mij afkomstig waren. Het gaat in feite over controle, zo iemand wil de wereld indelen in rigide, hiërarchische categorieën. Als je dit begrijpt is het op een bepaalde manier ook bevrijdend. Er zijn gelukkig ook mensen die echt om mijn ideeën geven.”

Dit jaar komt er ook een documentaire uit, getiteld Dance Around the Self, dat ook meer inzicht geeft in het schrijverschap van u en uw man.

„Zeker, we gaan het zien, en ik blijf doorgaan met mijn werk. Zoals mijn zus en ik soms tegen elkaar zeggen: ik heb de mooie dingen in het leven meegemaakt. I’m a lucky duck.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Boeken

Het laatste boekennieuws met onze recensies, de interessantste artikelen en interviews

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next