Britse gezondheidszorg Deze week staken de basisartsen in Engeland weer. Ze eisen meer loon en betere werkomstandigheden. De wachtlijsten in de zorg nemen onder Labour langzaam af, maar daar merken patiënten en artsen nog weinig van.
Britse basisartsen staken voor hogere salarissen en betere werkomstandigheden, maar ook vanwege onzekerheid over hun toekomst.
Soms moet ze over brancards met andere patiënten heen klimmen om degene te bereiken bij wie ze moet zijn. Zo druk kan het zijn op de eerstehulpafdeling van het ziekenhuis waar basisarts Emma Taylor-Gallardo werkt. „Mijn collega en ik moeten soms huilen, zo frustrerend is het dat we geen fatsoenlijke zorg kunnen leveren.” Ze schiet vol als ze erover vertelt. „Ik wil niet meer het slechte nieuws moeten vertellen dat iemands familielid zal overlijden in de gang van het ziekenhuis.”
Samen met ongeveer vijftien collega’s staat Taylor-Gallardo voor de ingang van het Royal Sussex County Hospital in Brighton, nog geen tien minuten lopen van het strand aan de Britse zuidkust. Ze staken voor hogere salarissen en betere werkomstandigheden in de National Health Service (NHS), de beroemde gratis gezondheidszorg voor alle inwoners van het Verenigd Koninkrijk. „Graag toeteren voor de NHS”, staat op hun zelfgemaakte borden. De stakingen zijn deze week in ziekenhuizen verspreid over Engeland – elk van de vier landen in het Verenigd Koninkrijk heeft zijn eigen NHS.
Taylor-Gallardo (26) is resident doctor, een term die in het VK wordt gebruikt voor artsen die klaar zijn met hun universiteitsopleiding, maar nog niet aan een specialistentraject zijn begonnen. Ze vindt de salarissen onredelijk laag voor de lange werkweken die zij en haar collega’s maken, maar onzekerheid over haar toekomst zit haar het meest dwars. „Het is ongelofelijk moeilijk om in opleiding te komen om specialist te worden.” Ze wil graag oncoloog worden, maar er is veel concurrentie. Afgelopen jaar waren er in de hele NHS meer dan 50.000 kandidaten voor ongeveer 13.000 opleidingsplekken.
Dit is de vijftiende keer in drie jaar tijd dat de basisartsen hun werk neerleggen. Hun vasthoudendheid is pijnlijk voor regeringspartij Labour en minister van Volksgezondheid Wes Streeting. De aanhoudende stakingen leggen bloot dat het weinig opschiet met hun verkiezingsbelofte om het functioneren van de NHS te verbeteren. De wachtlijsten voor geplande zorg zijn lang en doelen voor maximale wachttijden op de eerste hulp worden niet gehaald. Terwijl de NHS standaard in de top-vijf staat van onderwerpen die Britten belangrijk vinden.
Het is de vijftiende keer dat de basisartsen in het VK staken, deze week in Engeland.
Het ziekenhuis in Brighton scoort slecht op het doorsturen van patiënten van de ‘spoed’ naar specialistische afdelingen, vertelt arts Harpreet Kaur (29). „Soms liggen patiënten wel twee of drie dagen bij ons voordat ze door kunnen. De reanimatieafdeling ligt geregeld helemaal vol, omdat er geen plek is op de intensive care.” In de ranglijst van Engelse ziekenhuizen staat dat van hun ergens onderaan, op plek 117 van de 134 NHS-clusters.
Kaur is vorig jaar begonnen met haar opleiding tot eerstehulparts en ze doet mee aan de staking omdat de salarissen van basisartsen niet mee zijn gegroeid met de prijsstijgingen. De inflatie is in het VK hardnekkig hoog. „Een beginnend arts krijgt ongeveer 35.000 pond (ongeveer 40.000 euro) per jaar. Maar wacht eens, dat was twintig jaar geleden óók al zo. Dat klopt niet.” De artsen kregen na eerdere stakingen een loonsverhoging van 22 procent, maar dat vinden ze niet genoeg.
Probleem is dat veel artsen geld leenden om hun opleiding te betalen. Harpreet Kaur begon vijf jaar geleden met een studieschuld van ongeveer 76.000 pond (bijna 88.000 euro). Die schuld steeg door de rente naar meer dan 100.000 pond, ook al heeft ze de afgelopen jaren elke maand een paar honderd pond afbetaald. „Het frustrerende vind ik ook dat hierdoor sociaaleconomische verschillen worden vergroot. Iemand met rijke ouders kan die schuld snel afbetalen, terwijl ik door de rente misschien wel drie keer zoveel betaal.”
Het deels kwijtschelden van deze schulden zou onderdeel uitmaken van de onderhandelingen, net als extra plaatsen voor specialisten in opleiding. Minister Streeting bood de artsen een loonsverhoging van 4,9 procent, maar de medische vakbond BMA eist veel meer: 26 procent. De BMA gebruikt een andere maatstaf om de salarissen met de inflatie te vergelijken dan Streeting. Volgens de vakbond blijven de lonen – na de eerdere verhogingen – nog 20 procent achter ten opzichte van 2008, volgens de minister is dat 5 procent.
Gratis gezondheidszorg is al sinds de introductie van de NHS in 1948 een pronkstuk van Labour. De onafhankelijke denktank Institute for Fiscal Studies vergeleek wachtlijsten en wachttijden voor patiënten onder de twee grootste partijen en concludeerde dat beide gemiddeld lager waren onder Labour dan wanneer de Conservatieven aan de macht waren. Onder Labour stijgen de jaarlijkse kosten voor de NHS harder, de twee jaar van de coronacrisis daar gelaten.
Nu is Labour bijna twee jaar aan de macht en de wachtlijsten voor planbare zorg nemen langzaam maar zeker af, door extra investeringen. Die daling is voor patiënten alleen nog niet merkbaar; nog steeds wachten 7,25 miljoen Britten op een afspraak met een arts. In dit tempo kost het meer dan twintig jaar om de wachtlijsten weg te werken, concludeerde televisiezender Sky News in februari.
In het ziekenhuis van Brighton heeft Harpreet Kaur wel iets van verbetering gemerkt ten opzichte van een paar jaar geleden. Vroeger lagen patiënten soms wel vijf dagen op de eerste hulp – dat gebeurt minder vaak. Ze worden nu naar een verpleegafdeling boven gebracht, waar ze extra bedden op zaal zetten. „Daar hebben patiënten iets meer waardigheid dan bij ons beneden. Maar je kunt je afvragen of zo’n verschuiving structureel een goede of slechte ontwikkeling is.”
Rechts in beeld: Emma Taylor-Gallardo. Midden: Harpreet Kaur.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen