Home

Mij lijkt het micromosterd na de maaltijd

Peter Buwalda is schrijver en columnist van de Volkskrant

Vroeger at ik graag bics. Balpennen. Tegenwoordig schrijf ik er liever mee. Op de lagere school losten we er staartdelingen mee op. Als kind heb ik elk getal onder de duizend weleens gestaartdeeld. En maar goed ook. Wie later, als volwassene, niet even snel op een bierviltje een staartdeling kon maken, zou in de goot eindigen. Wat ze ons verder aanleerden, topografie, het bespelen van de xylofoon, trefbal, begrijpend lezen, was garnituur. Midden op het bordje, als een enorme zeebaars uit de oven, lag de staartdeling.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Kon je nu maar staartdelen, dacht ik als ik in Venlo voor de McDonald’s een zwerver –

‘Je ging het toch over microplastics hebben?’

O ja, klopt. I got carried away. Die bics, daar was ik – het blauwe kontje dat erop zat, dat beet ik er ogenblikkelijk uit, en knabbelde erop. Lang, alsof het een dropje was. Dat deed denk ik iedereen tijdens het staartdelen. Wist je dat dieven en brandstichters vaak geen behoorlijke staartdeling kunnen maken?

Ze steekt haar duim op. Ik haal deze plastic-herinneringen op omdat mijn vriendin Jet een app heeft gedownload waarmee ze van ieder product kan vaststellen of er microplastics in zitten. Ze houdt haar telefoon tegen mijn Sanex-deo. ‘Ja hoor – ook.’

‘Na een tijdje zuigen en knabbelen, duwde je het vormeloze kontje weer terug in de schacht, en dan paste het niet meer, het was een soort vezelig balletje geworden. Ik spuugde het dan maar in het haar van Manon Hekkens, die voor mij zat, of ik slikte het in.

‘Niet.’

‘Echt, ik denk serieus dat ik weleens bic-kontjes heb doorgeslikt. Die zitten nu waarschijnlijk in mijn hersenen. Maar dat zijn geen microplastics.’

Ze staat bij mijn zomerjasje. ‘Ook.’

‘Maar goed, erna kwam de doorzichtige schacht ter tafel. Die bics zagen er meestal uit als klapsigaren, dat weet jij ook nog wel. De gespleten achterkanten van puntig, wit-gekloven plastic. Volgens mij sabbelde ik rustig door op pennen van vriendjes, hihi. En zij ook op die van mij. Soms knaagde je die schacht zover af, dat het dunne, wat zachtere buisje waarin de inkt zat eruit stak. Ook wel smakelijk. Maar oppassen met zuigen, kindjes. Ik zat tijdens een heel belangrijke staartdeling een keer zo hard op dat inktbuisje te zuigen, het was bijna obsceen zoals ik tekeerging, dat de inkt er ineens, flats, uitkwam – mijn hele mond vol. Nou, toen bleek wel dat ik dus niet van het doorsl–’

‘Doe het anders over staartdelingen.’

Tja. Het waren de jaren van Joris Driepinter, het befaamde staartdelertje van de melklobby. Ieder kind moest van dit stripfiguur na het driemaaldaags staartdelen een glas melk drinken. Later bleek er dioxine in die staartdelingen te zitten. In fabrieksweiden door heel Nederland graasden koeien. Hoe staat het daar eigenlijk mee?

Gelukkig heb ik me altijd twintig keer opgedrukt, zwaar hijgend, boven een stoffige vloer.

Waar we anderzijds weinig meer over horen, is amalgaam, de zware metalen waarmee ze mijn kiezen hebben volgestort. Ik heb me wel eens afgevraagd of dat gebijt op van alles er iets mee te maken had. Zeker toen de verhalen over kwikvergiftiging loskwamen, PS, je vullingen lekken kwik – na twintig jaar nog eens. Ik was toen al geen astronaut geworden en ondanks de grote aantrekkingskracht die ik voelde niet bij Philips Electromagneten gaan werken. Plotseling lagen er grote lichamelijke defecten op de loer, ziektes die je liever niet bij naam noemt.

‘Amalgaam, staat hier, geeft zelfs potentiaalverschillen in je mond.’
‘Geef me eens een gloeilamp?’

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next