Treinramp Spanje Bijna drie maanden na het dodelijke treinongeluk bij de Zuid-Spaanse plaats Adamuz is duidelijk dat er geen sprake was van sabotage of nalatigheid. Volgens de Guardia Civil ontspoorde een van de treinen door een defect aan het spoor.
Reddingswerkers zijn twee dagen na het treinongeluk aan het werk op de plek van de ramp, nabij de Zuid-Spaanse plaats Adamuz.
Het dodelijke treinongeluk bij de Zuid-Spaanse plaats Adamuz op 18 januari was het gevolg van een defect aan het spoor. Dat concludeert de Guardia Civil in een onderzoeksrapport, schreef de Spaanse krant El País dinsdag. Het politiekorps sluit sabotage, een terroristische aanslag of nalatigheid van de betrokken machinisten uit bij het ongeluk.
Volgens het onderzoek van de Guardia Civil is op 17 januari, een dag voor de ramp, om 21.46 uur een breuk ontstaan in de las of in de rail zelf. Het veiligheidssysteem zou automatisch moeten waarschuwen voor zo’n breuk, maar omdat de spanningsdaling (0,5 Volt) lager was dan de drempelwaarde van 0,780 Volt sloeg het systeem geen alarm. Het politiekorps onderzoekt nog of het technisch mogelijk was geweest om hiervoor wel een waarschuwing af te geven.
De negentien machinisten die na het ontstaan van de breuk over het desbetreffende stuk spoor zijn gereden, zijn ondervraagd door de Guardia Civil. Slechts één van hen zei een hobbel te hebben opgemerkt, maar die als te klein te hebben beschouwd om te melden. De onderzoekscommissie voor spoorwegongevallen CIAF heeft op de wagons van deze treinen wel sporen gevonden die tonen dat de treinen over een gebroken spoor zijn gereden. Of de breuk in de las of in de rail zat en hoe die breuk is ontstaan, wordt nog onderzocht. Het gaat om een stuk spoor dat in 2023 is aangelegd.
In het rapport staat ook dat er geen explosieve of gevaarlijke stoffen zijn aangetroffen op de plek van de ramp. Het politiekorps vond ook geen bewijs van sabotage of terroristische acties. En omdat beide machinisten onder de toegestane snelheid van 250 kilometer per uur reden, sluit de Guardia Civil ook de mogelijkheid van nalatigheid of roekeloos rijden uit.
Bij het treinongeluk ontspoorde Iryo 6189, een hogesnelheidstrein van de Italiaanse private vervoerder Iryo, in de buurt van Adamuz. De achterste drie wagons kwamen daardoor op het naastgelegen spoor terecht. Om 19.43 uur, vlak na de ontsporing, botste Alvia 2384, van de nationale treinmaatschappij Renfe, op de ontspoorde Iryo-wagons. De voorste twee Alvia-wagons raakten door de botsing uit de rails en vielen van het enkele meters hoge talud af. In totaal kwamen 46 mensen om het leven bij de treinramp.
Na het ongeluk overheerste de verbijstering. „Het gebeurde op een recht stuk spoor. Alle experts die we hebben geraadpleegd, zijn totaal verbijsterd”, zei de Spaanse minister van Transport Óscar Puente. Renfe-directeur Álvaro Fernández Heredia zei kort na het ongeluk al te vermoeden dat het om een storing in de infrastructuur of „het rollend materieel” zou gaan, omdat de treinen niet te hard reden en een menselijke fout onwaarschijnlijk was vanwege het veiligheidssysteem.
Een technisch rapport van onderzoekscommissie CIAF bevestigde zijn vermoeden in maart. CIAF ontdekte dat er 22 uur voor het ongeluk een spanningsdaling had plaatsgevonden. Dat zou kunnen duiden op een breuk in de las of in de rail zelf.
Enkele wagons van de Iryo-trein liggen gekanteld op het spoor na de ontsporing en de daaropvolgende botsing.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen