Beeldende kunst Na jarenlang onderzoek heeft een anoniem achttiende-eeuws portret eindelijk een identiteit gekregen. De vrouw die de toeschouwer zelfverzekerd aankijkt op een schilderij van Jeremias Schultz, blijkt Eleonora Susette te heten: een tot slaaf gemaakte vrouw uit de Nederlandse kolonie Berbice.
Jeremias Schultz. Portret van Eleonora Susette, 1775. Olieverf op doek.
Daar staat ze: de dame met de oranjebloesem. Ze draagt een blauwe jurk van glanzende zijde, afgezet met geplooid, doorzichtig kant. Om haar nek glinstert een parelketting. In één hand houdt ze een takje oranjebloesem, met de andere tilt ze de ruches van haar schort op. Ze kijkt de toeschouwer recht aan, met een statigheid die doet denken aan een achttiende-eeuwse koopman. Maar de aristocratische kleding staat in groot contrast met haar leven, ontdekten Canadese onderzoekers en Nederlandse genealogen in maart.
De onderzoekers ontdekten al dat het schilderij in Nederland geschilderd is. Nu, na zes jaar onderzoek, heeft de anonieme vrouw op het schilderij een naam gekregen: Eleonora Susette. Vermoedelijk werd ze rond 1756 geboren in Berbice (tegenwoordig Brits-Guyana), destijds een Nederlandse kolonie. Zij en haar moeder, Lucia Afiba, werden tot slaaf gemaakt en tewerkgesteld voor de gouverneur van de kolonie. Ongeveer een half jaar moest ze in Nederland op de kinderen van de gouverneur passen. Daarna werd ze teruggestuurd naar de plantage.
Zes jaar geleden deed een Canadees museum iets ongebruikelijks: de Art Gallery of Ontario (AGO) in Toronto kocht bij veilinghuis Sotheby’s het achttiende-eeuwse portret waarvan destijds zowel de geportretteerde als de schilder onbekend waren. Toch betaalde het museum bijna 70.000 dollar voor het schilderij, dat toen nog Portrait of a Lady Holding an Orange Blossom heette.
„Het is ongebruikelijk om een schilderij te kopen waar je zo weinig van weet,” geeft adjunct-conservator Adam Levine toe. „Maar we vonden het belangrijk. Het schilderij liet zien dat globalisering niet nieuw is en dat er, ook in de achttiende eeuw, al diversiteit in Europa was. Het idee van een volledig witte Europese geschiedenis, dat sommige politieke partijen uitdragen, klopt simpelweg niet,” zegt Levine.
Aanvankelijk werd niet gedacht dat de geportretteerde een tot slaaf gemaakte vrouw was. Haar elegante kleding en prominente positie in het schilderij deden eerder vermoeden dat ze tot de elite behoorde. Daarom maakte het schilderij in Canada veel los, volgens Levine. „Er zijn veel zwarte mensen op schilderijen uit de achttiende eeuw te vinden, maar die staan vaak op de rand van een familieportret, in de hoek,” zegt Levine.
Jeremias Schultz. Portret van een jongeman, 1770
De aankoop markeerde het begin van een onderzoek dat uiteindelijk zes jaar zou duren. „We wilden weten wie deze vrouw was,” zegt Levine. „Zodat we haar een naam konden geven.”
Musea slagen er de laatste jaren steeds vaker in om geportretteerde mensen van kleur te identificeren. „Daar wordt ook steeds meer onderzoeksgeld voor vrijgemaakt,” aldus Levine.
In 2020 identificeerde het Rijksmuseum de geportretteerde in een schilderij van Simon Maris. De ‘Vrouw met waaier’ bleek Isabella te heten en rond de twaalf jaar oud te zijn.
Levine en zijn collega Monique Johnson verzamelden een team van experts dat zich boog over details zoals kleding, schildertechniek en de gedeeltelijk leesbare signatuur. Uiteindelijk werd vastgesteld dat het werk rond 1770 in Amsterdam was gemaakt door de Duitse kunstenaar Jeremias Schultz.
De grote doorbraak kwam echter uit onverwachte hoek. De Nederlandse Dorien Nieuwenhuijsen en haar zoon Tim de Jonge, die bezig waren met hun eigen stamboomonderzoek, stuitten op een podcast over het schilderij en raakten gefascineerd.
Ze namen contact op met Levine. „We dachten dat de vrouw misschien een familielid van ons kon zijn, omdat we familieleden in Nederlands-Indië hadden,” zegt De Jonge. Dat spoor liep dood, maar de twee bleven geïnteresseerd in het verhaal achter dit schilderij.
Nieuwenhuijsen dook verder in de geschiedenis van hun eigen familie in Berbice. In archiefstukken vond ze een passagierslijst van het schip waarmee hun voorouder Beate Louise de la Sablonière terug naar Nederland reisde. Op die lijst stonden behalve Beate Louise en haar dochtertje ook nog twee andere meereizigers vermeld: een vrouw genaamd Eleonora Susette, samen met een man, Michiel, beiden aangeduid als tot slaaf gemaakte bedienden.
Dat document bleek een kantelpunt. Er bleek ook een schilderij van Michiel te zijn. De schilder, Jeremias Schultz, was een volle neef van De la Sablonière. Dat verklaarde waarom zij de schilderijen door hem liet maken. Verder kwamen de reisgegevens overeen met de context van het schilderij: rond de tijd dat het geschilderd is, waren de twee in Amsterdam. „Formeel is het nog een theorie, maar er zijn weinig andere mogelijkheden,” zegt Levine.
Eleonora bleek werkzaam te zijn geweest als oppas voor het jongste dochtertje van deze familie. Ze reisden met De la Sablonière mee naar Nederland. Twee jaar later werd ze teruggestuurd naar de plantage in Berbice, waar de omstandigheden voor tot slaaf gemaakten extreem zwaar waren. Levine: „Ze heeft daar waarschijnlijk weinig over te zeggen gehad.”
Werkweken konden oplopen tot 96 uur, met ziekte, geweld en strenge straffen als dagelijkse realiteit. „Dat schuurt,” zegt Nieuwenhuijsen. „Mijn directe voorouders hebben aan die plantage veel geld verdiend. Daar zijn we niet trots op.”
Over Eleonora’s leven in Nederland is verder weinig bekend. Volgens De Jonge hoeft haar elegante kleding niet te betekenen dat ze een bijzondere positie had. „Het kan ook zijn dat de familie met dit portret vooral hun rijkdom en macht wilde tonen.” Levine voegt daaraan toe dat dat vaker gebeurde. „Je kunt je zelfs afvragen of zij wel geportretteerd wílde worden.”
Voor Levine doet dat niets af aan de schoonheid van het schilderij. „Juist daardoor laat het de realiteit van slavernij in de achttiende eeuw zien,” zegt hij. „De mensen die kunst financierden, zijn niet los te zien van de kunst zelf. In dit geval zijn die twee onlosmakelijk met elkaar verbonden.”
Nog niet alle vragen zijn beantwoord. Er is niets bekend over de levensloop van Eleonora nadat ze terug naar Berbice gestuurd is. „Maar omdat ze nu een naam heeft, wordt een lange tijd aan anonimiteit doorbroken. Dat maakt veel los in de Caribische gemeenschap in Canada. Het is geschiedschrijving voor hen.” In Canada wonen veel mensen met wortels in Berbice en andere delen van Zuid-Amerika.
Het portret heet inmiddels Portrait of Eleonora Susette. De AGO kocht een mooiere lijst voor het schilderij. Levine: „We willen voor haar blijven zorgen.”
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden