Home

Natuurfilmmaker Werner Herzog over het genre: ‘Ik heb nog nooit een echt goede natuurfilm gezien’

In een nieuwe documentaire van Werner Herzog, Ghost Elephants, speurt een bioloog in de wildernis naar een mythische olifant. Over films van collega’s als David Attenborough is Herzog kritisch: ‘Ik weet hoezeer ze gemanipuleerd zijn.’

is filmredacteur van de Volkskrant.

Wat zou Werner Herzog doen? Zodra iemand zich (te) diep in de natuur waagt ten behoeve van een film of documentaire, ligt de vraag al snel op de lippen. Onder het kopje ‘avontuurlijke filmers’ geniet de Duitse draufgänger een eigen lemma, met dat écht door de Peruaanse jungle getakelde, 320 ton zware stoomschip uit zijn klassieke drama Fitzcarraldo (1982) als bewijsstuk één.

Dus zo vreemd was het niet dat het clubje filmende onderzoekers uit Zuid-Afrika juist aan hem dacht. Ze hadden een magnifiek onderwerp voorhanden in hun voorman Steve Boyes, een vooraanstaande bioloog en veteraan-natuurbeschermer die zijn persoonlijke obsessie najoeg in de Afrikaanse wildernis: speuren naar de mythische reuzenolifant.

Er lag al een bergje opnamen, ook van het oude San-volk: de jagende en verzamelende meesterspoorzoekers die Boyes zouden moeten leiden naar de ‘spookolifanten’-populatie. Een wellicht nog onbekende ondersoort, verscholen op de hoogvlakte van Angola. Mogelijk genetisch verwant aan de in het Smithsonian-museum in Washington opgezette ‘Henry’: met een hoogte van 4 meter de grootste olifant ooit officieel gemeten (en doodgeschoten, in 1955).

Groot verhaal

Wat er ontbrak aan het tot nog toe gedraaide filmmateriaal: een idee of visie. Wat cinematografische sturing ook. En de reuzenolifant natuurlijk, want die liet zich vooralsnog niet vinden. En zo rinkelde de telefoon in Los Angeles, al decennialang de domicilie van wereldreiziger Herzog. ‘Een stem zei tegen me dat er een man uit Zuid-Afrika naar hier was gekomen die ik móést ontmoeten. Dat ging over Steve. Twintig minuten later troffen we elkaar in een restaurant in Beverly Hills. Na vijf minuten wist ik: dit is een charismatisch personage met een groot verhaal.

Hij nodigde me uit om naar Namibië te komen, om het filmteam te adviseren. Dus ik vloog naar Namibië, in de veronderstelling dat ik niet zou regisseren. Op dag één bleek niemand van de filmploeg te weten wat er moest gebeuren. Oké, zei ik, laat mij anders maar even. Op dag twee was voor iedereen duidelijk dat ik de film moest maken.’

De 83-jarige cineast videobelt ’s ochtends vroeg vanuit zijn werkkamer. Vrolijk, alerte blik, kastenwand vol boeken als decor op de achtergrond; Herzog, tevens schrijver, gaat er prat op dat hij veel meer leest dan kijkt. Ghost Elephants, vanaf deze week te zien in de Nederlandse bioscoop, kwam tot stand in samenwerking met de filmtak van mediabedrijf National Geographic.

Op safari

De documentaire is vintage Herzog: mee op safari met een geobsedeerde wetenschapper, op de cadans van de bezwerende stem van de filmmaker, met dat vleugje Beiers accent. Misschien, suggereert Herzog in zijn film, als het team biologen en spoorzoekers al tijdenlang door de bush banjert, met als ‘vangst’ enkel pootafdrukken en mediumverse olifantendrollen, wíl deze reuzenolifant helemaal niet gevonden worden?

‘Onder die vraag ligt een diepere, menselijke vraag’, licht de regisseur toe vanuit Los Angeles. ‘Of het soms niet beter is om nagejaagde dromen níét te vervullen. Om nooit op Moby Dick te stuiten, de witte walvis.’

Op uw 83ste kon u niet meer zelf meetrekken met de San-Bosjesmannen. Is dat jammer?

‘Ach, het is prima zo. In Namibië heb ik alles zelf gedraaid, maar ik ben te oud om tien uur per dag non-stop achter wat olifanten op de vlucht aan te rennen. Een uur lukt me nog wel, maar daarna moet ik toch een half uurtje rusten. Dus ik moest de opnamen in Angola delegeren. Ik had een lijst van wat ik op beeld wilde hebben. Het voelde alsof ik regisseerde vanuit een tentje. Zelfs al zat ik dan in Los Angeles.’

Wat vindt u van olifanten?

‘Fascinerende wezens. Ik voel een zekere verwantschap met ze, alsof olifanten dicht bij me staan. Waarom dat zo is? Ik kan het je niet zeggen. Maar als ik een koe in het veld zie staan, voel ik die verwantschap niet.’

Herzogs oeuvre zit vol memorabele dierenoptredens. Zoals die (toch niet zo) onverstoorbare wilde grizzly’s waarmee ‘berenvriend’ Timothy Treadwell zich omringde in Grizzly Man (2005). Of die ene pinguïn die zich zomaar van de kolonie afzondert in Encounters at the End of the World (2007). De elfduizend zwart geschilderde (met de hand!) witte ratten uit Nosferatu (1979). Maar ook kippen: van de kannibalistische hen uit het absurdistische Auch Zwerge haben klein angefangen (1970) tot de dansende freakshowkip in de roadmovie Stroszek (1977). En, wellicht de meest zonderlinge: de albinokrokodillen in zijn 3D-film over grotschilderingen Cave of Forgotten Dreams (2010). ‘De puurste poëzie die ik ooit filmde’, volgens de regisseur.

Meer dan door het dier op zich lijkt Herzog gefascineerd door de obsessie (en omgang) van de mens met het dier. De natuur is nooit idyllisch in het werk van de filmmaker. ‘Kijk om je heen’, zegt Herzog staand voor de camera in Burden of Dreams (1982), het achter-de-schermenverslag van de door tegenslag geplaagde draaiperiode van Fitzcarraldo. ‘De enige harmonie hier in de jungle is een harmonie van overweldigende en collectieve moord. Het is smerig, laag en obsceen. Maar ik zeg dit vol bewondering. Het is niet zo dat ik de jungle haat. Ik houd ervan, tegen beter weten in.’

Los van de betekenis, zegt Herzog, heeft hij ook ‘gewoon graag’ dieren in zijn films. ‘Zonder nou precies te weten waarom. Ze zijn ook altijd goed. Ik bedoel: neem die aapjes in Aguirre.’

Voor die film (Aguirre, der Zorn Gottes uit 1972) over de conquistadores in de Amazone, filmde u acteur Klaus Kinski op een vlot met vijftig aapjes.

‘Het waren er vierhonderd, vierhonderd aapjes! Alleen de cameraman, Kinski en ik waren aan boord. Ik deed het geluid, terwijl ik Kinski regisseerde én hem naar de plek op het vlot dirigeerde waar de meeste aapjes zaten, terwijl ik wat clusters aapjes zijn kant op probeerde te bewegen. De cameraman werd in zijn oor gebeten door een aapje dat op zijn schouder zat, maar hij draaide door. Zelf ben ik dertig keer gebeten.’

Bent u vaker aangevallen door dieren?

‘Natuurlijk. Maar nooit zo dat het echt gevaarlijk was. Ik was voorzichtig genoeg. Bij Grizzly Man, in Alaska, liep ik af op een gigantische grizzly die lag te slapen bij de rivier. Ik stond op 10 meter afstand, en dat was de enige keer dat ik dacht: dit is dom en volstrekt onnodig. Het is verstandig om het territorium van de grizzly te respecteren, het niet te overschrijden, zoals Timothy Treadwell deed. Ik heb het één keer gedaan, daarna nooit meer. Ik wist dat het dom was.’

Kunt u genieten van een klassieke natuurfilm, waarin de natuur gewoonlijk majestueus in beeld wordt gebracht?

‘Nee. Ik heb ook nooit een echt goede gezien. Je hebt de puur verdorven soort, zoals March of the Penguins (de met een Oscar bekroonde Franse documentaire, waarin de nodige menselijke emoties op de dieren worden geprojecteerd, red.). Dat is echt afschuwelijk! Zulke films zie ik niet graag. En je hebt die films van de BBC, met David Attenborough. Ik weet hoezeer ze gemanipuleerd zijn. En dat Attenborough niks zelf draait: ze kopen het materiaal van zo’n veertig over de wereld verspreide cinematografen. Dat bevalt me niet, maar ik kan wel genieten van de presentatie van Attenborough, hoe hij erbij staat in het veld.’

De meest geziene opname uit Herzogs oeuvre is vermoedelijk de op hol geslagen pinguïn uit Encounters at the End of the World. Een meme van het fragment uit de film, onder de titel ‘nihilistische’ of ‘gestoorde pinguïn’, groeide uit tot een internetklassieker.

‘Die film van mij is achttien jaar oud. Wat ik niet begrijp: waarom was er zoveel jaar na de release plots die explosie op internet, van de ene op de andere dag? Raadselachtig. Het internet kent vreemde regels, die we nog niet ten volle begrijpen. Zelfs Trump en het Witte Huis hebben de pinguïn gebruikt.’

Het was een officiële uiting, onlangs op de sociale media van het Witte Huis: hoe president Trump de eenzame pinguïn bij de hand neemt, op weg naar Groenland (dat daar geen pinguïns leven deed er even niet toe). Het was een met artificiële intelligentie vervaardigde variatie op Herzogs bronbeeld.

Vond u het vervelend dat het Witte Huis uw pinguïn inzette voor de dreigementen rond de annexatie van Groenland?

‘Er bestaat zoiets als het citaatrecht, dat is vrij. Jij hebt het recht om uit mijn werk te citeren, net als mijn echtgenote of mijn buren. En ja, die vrijheid moet ik zelfs Trump toestaan.’

Is onze blik op de natuur te romantisch?

‘Niet in mijn films.’

Nee, niet in die van u. Maar in de ogen van de mens?

‘O, dat zeker. Het komt door de disneyficatie van de natuur: de trend van onze tijd. Maar dat zal ook wel weer voorbij gaan, die antropomorfische kijk. De idiote gewoonte om allerlei menselijke ideeën op de natuur te plakken.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next