Home

Deze Franse onderbroek moet een revolutie ontketenen: de ingewikkelde strijd van de EU tegen fast fashion

Frankrijk gaat voorop in de strijd tegen fast fashion. Als eerste land in de Europese Unie wil het producenten van spotgoedkope, vervuilende kleding beboeten. Toch blijkt duurzaamheid niet de belangrijkste drijfveer, ook niet voor Brussel.

In de onderbroekenfabriek in de Parijse banlieue Aubervilliers ruikt het naar Aziatische gerechten. Het is vrijdagmiddag, lunchtijd, en de stemming is opgewekt. Zojuist is een record gebroken: 21.648 stuks ondergoed zijn er deze week gemaakt. Allemaal 100 procent ‘made in France’, glundert Guillaume Gibault, oprichter van Le Slip Français.

Le Slip Français is het paradepaardje van de Franse textielindustrie. Het ondergoed wordt volledig lokaal geproduceerd, van het naaigaren tot aan de elastieken band in Franse driekleur; alleen de ruwe katoen komt niet uit Frankrijk. Het team zelf is internationaal, met werknemers uit acht landen. Van hen hebben de meeste Chinese of Vietnamese wortels.

In een serie verhalen onderzoekt de Volkskrant hoe de verduurzaming van de kledingindustrie dreigt te stranden door het gebruik van goedkope, synthetische stoffen, en wat de mogelijke oplossingen zijn.

‘U wilt de wereld veranderen? Begin met een andere onderbroek!’ Met die slogan lanceerde Gibault in 2011 zijn ondergoedbedrijf. ‘Het begon als een weddenschap’, vertelt hij in de kantine boven het atelier. ‘Ik was 24 en wist niets van textiel, maar ik wilde laten zien dat volledig in Frankrijk produceren mogelijk is. Le Slip Français is heel Frans: iets serieus doen zonder jezelf te serieus te nemen.’

Het bedrijf werd het symbool van hoe het anders kan in de textielindustrie, die steeds meer wordt gedomineerd door razendsnelle productie onder erbarmelijke arbeidsomstandigheden, waarbij kleding een wegwerpproduct is geworden. Binnen enkele jaren groeide Le Slip Français uit tot het grootste textielbedrijf in Frankrijk dat alles in eigen land produceert. De omzet: 20 miljoen euro.

Maar wat het initiatief ook liet zien, was dat goede bedoelingen alleen niet rendabel zijn. Drie jaar geleden was het erop of eronder, vertelt Gibault. ‘Onze onderbroeken kostten 40 euro per stuk. Dat is niet premium, maar superluxe. Zoiets koop je als kerstcadeau, misschien nog eens voor Vaderdag, maar dan heb je het wel gehad. Men vond ons sympathiek, maar simpelweg ook te duur.’

Het is de worsteling in de strijd tegen fast fashion: de geest van de consument is gewillig, maar tegenover de overvloed aan koopjes blijkt het vlees zwak. Veelzeggend waren de lange rijen bij de opening van de eerste fysieke Shein-winkel, de Chinese online fastfashiongigant, vorig jaar in Parijs. Bezoekers spraken schande van Sheins productiemethoden, maar konden tegelijkertijd de verleiding niet weerstaan.

Hoog tijd dus dat de politiek fast fashion aan banden legt, klonk het in Frankrijk. Afgelopen zomer keurde de Senaat een wetsvoorstel goed dat onlineplatforms als Shein en Temu verbiedt reclame te maken en sancties oplegt aan influencers die ultrafast fashion promoten. Vervuilende producenten moeten bovendien een boete betalen tot 5 euro per kledingstuk, die boete wordt verhoogd tot maximaal 10 euro in 2030.

Heffing op pakketjes

Frankrijk loopt in Europa al langer voorop in het verduurzamen van de kledingindustrie. Zo zijn Franse textielproducenten verantwoordelijk voor de afvalverwerking van hun producten. Kledingmerken betalen een verplichte bijdrage voor inzameling en hergebruik. En onverkochte kleding mag niet worden vernietigd, maar moet worden gedoneerd of hergebruikt. Sinds 2023 bestaat er een tegemoetkoming voor wie kleding laat repareren. En op 1 maart werd de nieuwste maatregel van kracht: een heffing van 2 euro op kleine pakketjes gekocht op onlineplatforms buiten de EU, bedoeld om de stroom kleding die per stuk wordt verzonden vanuit Azië te verminderen én lokale bedrijven te beschermen tegen oneerlijke concurrentie.

Maar wat begon als een strijd voor duurzaamheid, lijkt steeds meer te draaien om protectionisme. Het initiatief voor de anti-fastfashionwet komt van het Franse Kamerlid Anne-Cécile Violland van centrumpartij Horizons. Ze lanceerde het voorstel in 2024 om de milieu-impact van de mode-industrie te verkleinen, wat haar een plaats bezorgde in de top-100 van mensen die wereldwijd een belangrijke rol spelen in de aanpak van klimaatverandering van het Amerikaanse tijdschrift Time.

In het doorgaans zo verdeelde Franse parlement kreeg haar voorstel overweldigende steun. In de Senaat was één tegenstem. De Assemblée nationale, de Franse Tweede Kamer, nam haar voorstel zelfs unaniem aan. ‘Het idee kwam voort uit de klimaaturgentie: de textielindustrie is een van de vervuilendste ter wereld’, zegt Violland. ‘Maar ik realiseer me dat de brede steun in de eerste plaats te maken had met de zorgen om oneerlijke concurrentie.’

H&M en Zara

Die concurrentiestrijd met niet-Europese spelers woedt steeds feller, mede vanwege de Amerikaanse importheffingen op Aziatische producten, die de export van die producten naar Europa opstuwen, zegt Violland. Dat is direct terug te zien in de Franse anti-fastfashionwet: na goedkeuring in de Assemblée wijzigde de Senaat het voorstel op cruciale punten, tot onvrede van organisaties die actie voeren tegen fast fashion.

‘Aanvankelijk was het wetsvoorstel gericht tegen de hele fastfashionindustrie’, zegt Pauline Debrabandère van de milieuorganisatie Zero Waste France. ‘Onder druk van Europese modebedrijven wordt nu onderscheid gemaakt tussen traditionele fast fashion en ultrafast fashion.’ Wat precies het verschil is, blijft volgens haar onduidelijk. Maar in praktijk raakt de wet nu vooral niet-Europese spelers. Fastfashionbedrijven van Europese bodem, zoals H&M en Zara, blijven gedeeltelijk buiten schot. ‘Tegenover de extreme praktijken van Shein zetten zij zich neer als verantwoord. Het argument is dat ze bijdragen aan de economie, met werkgelegenheid op verkooppunten.’

‘Economische soevereiniteit’, het idee waar deze bedrijven mee zwaaien, doet het uitstekend in deze tijd. ‘Maar kijk naar de feiten’, zegt Debrabandère. ‘Shein heeft niets nieuws uitgevonden, het heeft de bestaande logica versterkt. Het produceert nog sneller, lanceert dagelijks nieuwe modellen. Maar Franse fastfashionmerken produceren hun kleding eveneens goedkoop in Azië, ook bij die merken is de sociale en milieuimpact groot. Je kunt het wetsvoorstel dus ook zien als protectionisme’, aldus Debrabandère.

Brusselse wind

Duurzaamheid en protectionisme gaan in Frankrijk vaker hand in hand. Maar ook in Brussel is de verschuiving te zien. ‘Door de grotere macht van rechtse politieke partijen is duurzaamheid steeds meer een vies woord geworden’, zegt Paul Roeland van de Nederlandse ngo Schone Kleren Campagne. ‘Deze partijen willen deregulering. Pas als duurzaamheidswetgeving zich tegen China keert, zijn ze vóór.’

Roeland neemt al jaren deel aan ‘expertcommissies’, praatsessies waar deskundigen de Europese Commissie adviseren over wetgeving rond de textielindustrie. De vorige Commissie, met Frans Timmermans als Europees Commissaris ‘Green Deal’, zette sterk in op duurzaamheidswetgeving, zegt Roeland. Ook toen al speelde protectionisme een rol: de Commissie deed het uit milieu- en klimaatovertuigingen, maar ook vanuit het idee dat verduurzaming op langere termijn de positie van de Europese economie en Europese bedrijven zou verstevigen. Er werden maar liefst zeven plannen opgetuigd die ook de kledingindustrie flink zouden raken.

Maar voor de meeste wetgeving realiteit werd, draaide de politieke wind in Brussel. Dat, samen met een instabiele internationale situatie en dreigende taal vanuit de Verenigde Staten over strenge Europese regelgeving, leidde ertoe dat in Brussel flink gesneden wordt in ‘de hausse aan onnodige duurzaamheidsregels’, zoals politici rechts van het politieke spectrum het verwoorden.

Daar kan Europarlementariër Lara Wolters van GroenLinks-PvdA (PRO) over meepraten. Zij was de architect van de antiwegkijkwet, die bedrijven verplicht mensenrechtenschendingen en milieuschade in de toeleveringsketen te rapporteren en aan te pakken. Maar die wet werd door de nieuwe Europese Commissie afgezwakt. Alleen bedrijven met meer dan duizend werknemers hoeven nog te rapporteren – niet jaarlijks, maar eens per vijf jaar.

Wetgeving die gaat over recycling en greenwashing (het als milieuvriendelijk presenteren van zaken die dat in feite niet zijn) bleef wel overeind. Ook gaat Brussel per 1 juli invoerrechten heffen op pakketten van onder de 150 euro die van buiten de EU komen.

‘Makkelijk scoren’

Het tekent de nieuwe machtsbalans in het Europees Parlement en in de lidstaten, zegt Wolters. ‘Voorheen konden duurzaamheidsregels rekenen op steun vanuit het politieke midden. De Franse president Emmanuel Macron verdedigde in 2017 nog een nieuw Europa, met regels voor verantwoord ondernemen. Nu is dat ineens klaar en klinkt ook bij hem vooral de roep om minder regels.’

Wolters is daarom wat cynisch over de Franse anti-fastfashionwet. Ze vindt het op zich een mooi initiatief, maar noemt het ‘makkelijk scoren’ dat het in het Franse wetsvoorstel vooral gaat over Chinese bedrijven. ‘Het is een beetje pronken met een mooie deelaanpak terwijl je plannen die op een structureel niveau problemen aanpakken, weggooit.’

Immers: na jaren van tegenstribbelen hadden veel Europese textielbedrijven zich voorbereid op nieuwe, strengere EU-regels. ‘Ze waren er niet blij mee’, zegt Roeland van de Schone Kleren Campagne, ‘maar het besef was ingedaald dat dit moest gebeuren.’ Ook investeerders stellen steeds meer eisen aan duurzaamheid.’ Het is dus maar de vraag hoe protectionistisch de huidige deregulering is, zegt hij: ‘Europese bedrijven die vooroplopen in duurzaamheid worden in feite gestraft.’

Ondanks de kritiek op de anti-fastfashionwet pleiten milieuorganisaties in Frankrijk er wel degelijk voor om haast te maken met de nieuwe wet. Want er móét iets gebeuren, stellen zij. Ongeveer 10 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot komt van de textielindustrie. Bovendien is het de verwachting dat fast fashion de komende jaren alleen maar blijft groeien. Zo bracht Shein in de twee jaar die zijn verstreken sinds de lancering van het wetsvoorstel meer dan vijf miljoen nieuwe modellen uit, becijferde de Franse Stop Fast Fashion-coalitie. Na de aanpassingen in de Senaat moet een gezamenlijke commissie van de Senaat en de Assemblée overeenstemming bereiken over de definitieve tekst.

Mensenwerk

In Aubervilliers heeft Gibault geen tijd om te wachten op politieke verandering. De laatste jaren kelderde de omzet van Le Slip Français. Gibaults grootste uitdaging blijft de prijs. ‘Kleding produceren is puur mensenwerk, tijd is de belangrijkste factor.’ Sneller produceren is dus de enige manier om te besparen en de kostprijs omlaag te brengen.

Vandaar de opening van een eigen fabriek. Voorheen maakte Gibault zijn onderbroeken op lege plekken in ateliers van andere merken, onder druk van fast fashion is de Franse kledingproductie de afgelopen dertig jaar fors geslonken. Le Slip Français bracht het aantal ‘funky’ modellen terug en stortte zich op productie van zijn populairste onderbroek: de marineblauwe met Frans vlaggetje.

‘We hebben 2,5 jaar lang gevochten voor het invoeren van een tarief van enkele euro’s op pakketjes uit China’, zegt Gibault. ‘In die tijd is een grote Shein-winkel geopend, bouwde het merk aan een sterke aanwezigheid op TikTok en Instagram, en gingen jongeren steeds meer online bestellen.’

Hij wil maar zeggen dat de toekomst onzeker is. Want Shein heeft voor het Franse invoertarief dat op 1 maart van kracht werd reeds een omweg gevonden. Het verzendt zijn pakketjes eerst naar Polen, om ze daarna van daaruit naar Frankrijk te verschepen: heffingsvrij.

Waste Framework Directive

Deze zogenoemde Kaderrichtlijn afvalstoffen verplicht EU-lidstaten om textiel gescheiden in te zamelen, ook maakt ze producenten verantwoordelijk voor de inzameling, sortering en recycling van kleding. Geretourneerde kleding mag niet meer worden vernietigd.

Status: goedgekeurd, en moet in EU-landen tot wetgeving worden uitgewerkt en uitgevoerd.

Ecodesign for Sustainable Product Regulation

Deze verordening verplicht Europese bedrijven hun producten duurzamer en beter recyclebaar te maken. Ze stelt bijvoorbeeld eisen aan de levensduur van producten, maar stelt ook percentages vast hoeveel van een product gerecycled moet kunnen worden. Zo komt er een code op ieder kledingstuk waarin staat wat voor materiaal er is gebruikt, wat de CO2-afdruk is, hoe het gerecycled en gerepareerd kan worden: het aangekondigde ‘digital product passport’.

Status: goedgekeurd, maar de details moeten nog worden uitgewerkt.

Empowering Consumers for the Green Transition Directive (ECGT)

Deze richtlijn moet misleidende duurzaamheidsclaims terugdringen en consumenten helpen daarover makkelijker een klacht in te dienen. Zelfbedachte duurzaamheidslabels worden verboden. Overheden mogen forse straffen uitdelen: als bedrijven valse claims doen, krijgen ze een boete van minstens 4 procent van de jaaromzet.

Status: goedgekeurd, moet in EU-landen tot wetgeving worden uitgewerkt en uitgevoerd.

EU Forced Labour Regulation

Een verbod op het verkopen van producten die met dwangarbeid tot stand zijn gekomen. Ook niet-betaald overwerk wordt verboden. De bewijslast komt bij bedrijven te liggen.

Status: goedgekeurd, maar de details moeten nog worden uitgewerkt.

EU Deforestation Regulation

Deze verordening dwingt Europese bedrijven die onder andere soja, koffie of cacao importeren aan te tonen dat ze niet bijdragen aan ontbossing.

Status: eerder goedgekeurd, nu tot nader order uitgesteld.

Corporate Sustainability Reporting Directive en Corporate Sustainability Due Diligence Directive (ook: anti-wegkijkwet)

Deze richtlijnen verplichten grote bedrijven om de negatieve gevolgen van hun productie voor zowel mensenrechten als op milieugebied in kaart te brengen en maatregelen te treffen om die te voorkomen, te verminderen of te stoppen. Ook bieden de richtlijnen gedupeerden en maatschappelijke organisaties de mogelijkheid deze bedrijven aan te klagen.

Status: eerder goedgekeurd, nu in afgezwakte vorm ingevoerd.

Source: Volkskrant

Previous

Next