Het natuurbrandseizoen is losgebarsten. De kans op branden zal de komende jaren in Nederland verder toenemen door klimaatverandering. Meteorologen van het KNMI gaan de hulpdiensten daarom helpen om de branden beter te voorspellen.
"Denk je aan bosbranden, dan denk je misschien aan mediterraanse landen", zegt klimaatadviseur Lone Mokkerstorm van het KNMI. Maar natuurbranden zijn wel degelijk een probleem in Nederland. Tussen 2017 en 2022 waren er per jaar gemiddeld 611 branden in Nederland, waarbij in totaal meer dan 400 hectare natuur verbrandde. Dat zal de komende jaren waarschijnlijk verder toenemen, blijkt uit de klimaatscenario's van het KNMI.
Natuurbranden ontstaan vooral als het warm is en er een lange tijd geen neerslag valt. Takken, struiken en heideplanten verdrogen en worden brandbaar. Op dit moment komt die situatie het vaakst voor in de lente, met name in het zuiden van het land. Maar door de opwarming van de aarde worden ook onze zomers steeds droger en wordt de grond daardoor gevoeliger voor brand.
Niet iedere natuurbrand laat zich goed voorspellen, omdat brand vaak (onbedoeld) door mensen wordt veroorzaakt. Om beter zicht te krijgen op de risico's, ontwikkelden het KNMI en de brandweer de 'natuurbrandverwachting'. Dat computermodel is gebouwd op weergegevens van de afgelopen tien jaar en 112-data. Het maakt een voorspelling op basis van factoren als temperatuur, luchtvochtigheid, wind en droogte.
Het model laat per dag zien hoe groot de kans is op een brand en stuurt die informatie door naar de brandweer, die vervolgens voorbereidingen kan treffen. Het is de bedoeling dat het dashboard natuurbranden tot twee weken van tevoren kan voorspellen. Het KNMI stelt dat het als eerste weerdienst ter wereld zo'n verwachting met hulpdiensten deelt.
In Nederland zijn natuurbranden meestal klein, maar toch kunnen ze een grote impact hebben. We wonen dicht op elkaar en natuurgebieden grenzen vaak aan een recreatiegebied of campings. Ook liggen er relatief veel zorginstellingen in de buurt van een natuurgebied.
Daarnaast kunnen branden op meerdere plekken tegelijk ontstaan, vertelt Jelmer Dam. Hij is chef natuurbrandbeheersing bij het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid. Niet elke brand is nog te blussen, weet de brandweerman.
Een voorbeeld is de brand op de Eder heide in april vorig jaar, die ontstond nadat er wekenlang geen druppel regen was gevallen. Er werden honderden brandweermensen op afgestuurd, maar het lukte niet om de brand volledig te bestrijden.
Van Dam: "We zullen steeds meer moeten wennen aan de veranderende omstandigheden." De brandweer rekent bijvoorbeeld op een toename van grootschalige, langdurige natuurbranden.
De hulpdiensten hebben beperkte middelen en moeten daardoor afwegingen maken. Zo moet er bepaald worden waar mensen, voertuigen en blushelicopters heen worden gestuurd, en hoeveel. Het dashboard van het KNMI kan daar mogelijk bij helpen.
Daarnaast komt er een nationaal centrum voor natuurbrandbeheersing, waar meteorologen, natuurbeheerders, ministeries en de brandweer gaan samenwerken om het risico op natuurbranden te verkleinen. Zo is er bijvoorbeeld een belangrijke rol weggelegd voor Staatsbosbeheer als het gaat om het aanleggen van klimaatbestendige bossen en bosbeheer.
Natuurliefhebbers kunnen ook zelf iets doen. Mensen zijn veruit het vaakst de oorzaak van een natuurbrand in Nederland. Maak geen open vuur (en gebruik dus ook geen barbecue) in de natuur en gooi geen sigarettenpeuken op de grond. Ook is het verstandig om de auto niet in hoog gras te parkeren.
Source: Nu.nl algemeen