Democratie Zondag zijn de Hongaarse verkiezingen, waarbij ook Hongaren die in Nederland wonen mogen stemmen. Wat staat voor hen op het spel? „Na de vorige verkiezingen kreeg ik het gevoel dat ik pas na vijf jaar weer terug kon verhuizen.”
Dóri Iványi reist voor de verkiezingen terug naar Hongarije. “Ik stem altijd met mijn familie en daarna wacht ik met vrienden op de uitslagen.
Hongarije gaat zondag naar de stembus, voor wat mogelijk historische verkiezingen worden. Ook Hongaren die in het buitenland wonen, mogen stemmen: op de ambassade, het consulaat of per post in het geval van etnische Hongaren zonder adres in Hongarije. Waar briefstemmers overwegend loyaal blijven aan Fidesz, de partij van de huidige premier Viktor Orbán, stemmen expats of studenten doorgaans juist niet op de regeringspartij.
De verkiezingen zijn spannend: na zestien jaar verliest Orbán mogelijk de macht. Een peiling van Politico, die peilingen combineert, zet Fidesz op 39 procent van de stemmen. Tisza, de oppositiepartij van Péter Magyar, wordt gepeild op 49 procent. Dat zegt nog niet alles: het Hongaarse kiesstelsel is zo ingericht dat Orbán ook met minder stemmen kan winnen.
Ook buiten de Hongaarse grenzen leven de verkiezingen. De Amerikaanse vicepresident JD Vance bezocht Boedapest deze week om steun te betuigen aan Orbán. In de Europese Unie ligt de huidige premier dan weer minder goed. Omdat hij weigert rechtsstatelijke hervormingen door te voeren, is een aanzienlijk deel van de EU-geldstroom naar Hongarije stopgezet – geld dat Magyar belooft terug te krijgen als hij aan de macht komt.
Hoe kijken Hongaren die in Nederland wonen naar de verkiezingen?
<strong>Dóri Iványi</strong> vindt het „eng voor de democratie” dat de politie invallen deed bij IT’ers van Tisza.
Dóri Iványi (25) werkt als onderzoeksassistent aan de Universiteit van Amsterdam en de Vrije Universiteit in Amsterdam. Ze gaat vrijwel zeker op Tisza stemmen. „Niet omdat ik het met ze eens ben, maar omdat ze kans bieden op een regeringswissel.” Het systeem onder Orbán noemt ze „onhoudbaar”. Het is volgens haar „eng voor de democratie” dat de politie, aangestuurd door inlichtingendiensten, recent invallen deed bij IT’ers van Tisza om de digitale infrastructuur van de oppositiepartij te destabiliseren.
Voor de verkiezingen vliegt Iványi terug naar Hongarije. „Stemmen is voor mij iets gemeenschappelijks. Ik stem altijd met mijn familie en daarna wacht ik met vrienden op de uitslagen. Het is een soort wederzijdse zorg: je deelt elkaars geluk of verdriet.”
Op de lange termijn wil ze terug naar Hongarije – juist dat maakt deze verkiezingen zo belangrijk voor haar. „Bij de vorige verkiezingen kreeg ik het gevoel dat ik pas na vijf jaar weer terug kon verhuizen. Natuurlijk kan het altijd, maar mensen in de academische wereld worden getreiterd en van posities weggeduwd als ze het niet eens zijn met de regering. Als 25-jarige voel ik nog niet de kracht om tegen dit systeem te vechten.”
„De manier waarop Magyar leider van Tisza is geworden, vind ik immoreel”, zegt <strong>István Letai</strong>.
Sociaal werker István Letai (45) woont al veertien jaar in Nederland. Op dit moment woont hij met zijn vrouw en kinderen in Almere. Hij kan zich niet voorstellen dat Fidesz de verkiezingen gaat verliezen. Hijzelf stemt in ieder geval – per post – op de partij van Orbán. „Geen enkele partij is perfect, maar Fidesz heeft het land vooruitgebracht”, aldus Letai. Verder prijst hij de bestuurservaring en het pragmatisme van de partij.
„Hongarije komt vanuit een enorme achterstand, door de Sovjet-dictatuur. Nu worden bijvoorbeeld ziekenhuizen opgeknapt, nog niet allemaal, maar dat kan ook niet van de ene op de andere dag. Als honderd werden opgeknapt en vijftig nog niet: waar kijk je dan naar? Ik zie het glas halfvol.”
Fidesz zal niet eeuwig aan de macht blijven, zegt Letai, maar op dit moment ziet hij geen alternatief. Magyar en diens partij vindt hij te „agressief”. „En de manier waarop Magyar leider van Tisza is geworden, vind ik immoreel.” Magyar kwam in de schijnwerpers te staan, nadat hij in 2024 een stiekem opgenomen gesprek met zijn toenmalige vrouw, voormalig minister van Justitie Judit Varga (Fidesz), had geopenbaard, waarin ze mogelijke overheidsbemoeienis in een corruptiezaak beschrijft. Dankzij het daaruit voortvloeiende schandaal kon Magyar uitgroeien tot een politicus van belang.
Dat mensen opteren voor Tisza als stem tégen de regeringspartij, vindt Letai „schrikbarend”. „De partij maakt misbruik van jongeren die hopen op iets beters.”
"Ik stem meer tegen Orbán dan voor Magyar,” zegt <strong>Bence Kis</strong>.
Ruim vier jaar geleden kwam Bence Kis (23) uit Boedapest naar Utrecht om te studeren. Hoewel Péter Magyar zich niet uitspreekt over onderwerpen die Kis belangrijk vindt, zoals het klimaat, is hij voornemens op Tisza te stemmen. „We hebben één persoon nodig die Orbán kan verslaan en hij is die persoon. Ik stem meer tegen Orbán dan voor Magyar.”
Orbáns regime heeft een „systeem gebouwd gestoeld op angst”, zegt Kis. „Toen ik op de middelbare school zat, wilden leerlingen en docenten zich uitspreken voor de vrijheid van onderwijs. In het lesmateriaal werd bijvoorbeeld informatie over gender en seksualiteit weggelaten. Maar volgens de schooldirecteur moesten we op onze woorden passen. Hij was bang voor de repercussies.”
Na de verkiezingen hoopt Kis dat „het gevoel groeit dat wij, Hongaren, samen een volk zijn”. „Dat zijn we verloren. De politiek is onderdeel geworden van het dagelijks leven en mensen – aan beide kanten – zijn zo boos. Ik zou het fijn vinden als politiek weer gewoon iets functioneels wordt.”
Europaredacteuren praten je bij over de belangrijkste ontwikkelingen in de EU