De ogen van de wereld zijn vrijdag gericht op Islamabad, waar Amerikaanse en Iraanse delegaties onderhandelen over een einde aan de oorlog. Waarom speelt juist Pakistan de rol van bemiddelaar?
is correspondent Zuid-Azië voor de Volkskrant.
Enkele uren voordat er in Iran volgens de Amerikaanse president Donald Trump een ‘hele beschaving’ zou sterven, leek de kou uit de lucht. De VS en Iran gingen dinsdagnacht akkoord met een staakt-het-vuren. Twee weken lang leggen beide landen de wapens neer.
De onverwachte spil in dit voorlopige vredesproces is Pakistan. Delegaties uit zowel de VS als Iran reizen vrijdag naar de hoofdstad Islamabad om te praten over een permanent einde van de oorlog. Ook andere landen hadden een bemiddelende rol willen spelen. Hoe werd uitgerekend Pakistan – dat zelf overhoop ligt met buurlanden Afghanistan en India – het toneel van deze onderhandelingen?
Dat lag geenszins voor de hand, zegt Farhan Hanif Siddiqi, professor internationale betrekkingen aan het Institute of Business Administration in Karachi. ‘Pakistan gold jarenlang als een pariastaat vanwege banden met terroristische groeperingen.’ Het land bood dan ook ‘niets dan leugens en bedrog’, schamperde Trump tijdens zijn eerste ambtstermijn.
Juist daarom is het opvallend dat uitgerekend dit land nu optreedt als diplomatiek tussenstation tussen Washington en Teheran. Die onverwachte renaissance heeft Pakistan te danken aan goedgekozen deals, vleierij en harde dollars. Zo gaf de Pakistaanse regering vorig jaar bijna 5 miljoen dollar uit aan Amerikaanse lobbykantoren, om bij Trump in het gevlei te komen.
De regering nomineerde Trump publiekelijk voor een Nobelprijs. Ook bood het de VS deals over oliereserves, kritieke grondstoffen en cryptovaluta. ‘Pakistan heeft heel goed begrepen hoe het met zo’n onconventionele president moet omgaan’, zei de Amerikaanse analist Michael Kugelman tegen de Financial Times.
Dat de band tussen Pakistan en de VS een impuls heeft gekregen, is goed te zien aan de relatie tussen Trump en de machtige Pakistaanse legerleider Asim Munir. Hij bezocht het Witte Huis het afgelopen jaar minstens vier keer; Trump noemt Munir liefkozend ‘mijn favoriete veldmaarschalk’, een ‘geweldige vechter’ en een ‘uitzonderlijk mens’.
Toen het wapengekletter losbarstte in de Golfregio, wierp Pakistan zich na enkele weken op als bemiddelaar. Dat was welbegrepen eigenbelang, zegt professor Hanif Siddiqi: Pakistan vreesde dat het zelf de oorlog zou worden ingezogen vanwege een defensiepact met Saoedi-Arabië. ‘En dat kan voor het Pakistaanse publiek lijken alsof het land zich achter Israël schaart. Dat wil de regering koste wat het kost voorkomen.’
Een aanhoudende oorlog heeft op allerlei andere manieren direct invloed op Pakistan. Nu al zijn de benzineprijzen aan de Pakistaanse pomp met bijna 50 procent gestegen. Het land heeft een aanzienlijke schuldenberg en weinig geld om burgers te compenseren. De oorlog in het buurland Iran vergroot bovendien de kans op geweld in Pakistan, van onder meer terroristische groepen en separatisten in de provincie Baluchistan.
Pakistan is niet alleen acceptabel voor de VS, maar ook voor het aangevallen Iran. Het land stelt zich in de ogen van Teheran betrekkelijk neutraal op. Op de eerste dag van de oorlog veroordeelde Pakistan zowel de aanvallen van de VS en Israël, als de vergeldingsaanval van Iran. Het bood Iran bovendien condoleances aan na de liquidatie van ayatollah Khamenei.
Ook China, een van de weinige handelspartners van Iran, kan goed met Pakistan leven. China speelde de afgelopen weken naar verluidt een stille maar invloedrijke rol, door bij Iran aan te dringen op onderhandelingen. Pakistan en China hebben een uitstekende band. Het benadrukte begin dit jaar dat het Pakistan steunt om ‘een grotere rol te spelen in internationale en regionale aangelegenheden’.
De eerste grote kans dient zich aan, nu de ogen van de wereld op Islamabad gericht zijn. Vrijdag gaan de VS en Iran daar met elkaar om tafel. Een tijdelijk vredesakkoord bereiken is ingewikkeld, maar permanente vrede bereiken nog veel ingewikkelder. En Pakistan heeft als vredesduif in deze oorlog ook één groot nadeel.
Islamabad onderhoudt relaties met de meeste van de belangrijke spelers: Washington, Teheran, Beijing en de verschillende Golfstaten. Maar Israël is de grote uitzondering. Pakistan heeft altijd geweigerd om het land te erkennen, zolang de Palestijnen geen eigen staat hebben gekregen. En juist Israël lijkt zich vooralsnog het minst van het staakt-het-vuren aan te trekken. Woensdag bleek dat het land ondanks het akkoord doorging met het bombarderen van Libanon.
Dat Pakistan zichzelf nu op de kaart zet als bemiddelaar, leidt tot scheve ogen in het buurland India. Volgens de oppositie had ook India die rol kunnen spelen, stelde parlementslid Tariq Anwar van de Congrespartij. ‘Pakistan, dat kleiner en in elk opzicht zwakker is, treedt nu op als bemiddelaar. Terwijl wij zwijgende toeschouwers blijven.’
De Indiase regering heeft echter voldoende gedaan, meent minister van Buitenlandse Zaken S. Jaishankar. Hij benadrukte dat India heel andere prioriteiten heeft: de veiligheid van Indiërs in de Golfregio bewaken en zorgen dat India genoeg olie en lng heeft.
De minister deelde vervolgens een sneer uit naar aartsrivaal Pakistan. ‘We reizen niet de wereld rond om landen te vragen welke bemiddeling we voor hen kunnen doen.’
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant