Home

De Verenigde Naties van de wetenschap?

Censuur, desinformatie, veiligheidsprotocollen – de wetenschap ondervindt wereldwijd veel tegenwind. Maar dit geldt wellicht nog meer voor internationale samenwerking en diplomatie. De International Science Council is de oudste en breedste organisatie die de mondiale wetenschap vertegenwoordigt, maar wanneer ik haar introduceer als „de Verenigde Naties van de wetenschap”, kijken mensen me bezorgd aan: „Ik hoop het niet!”

Multilateralisme lijkt zijn beste tijd te hebben gehad. De Verenigde Naties en hun agentschappen worden actief tegengewerkt en ondermijnd. De Verenigde Staten hebben zich teruggetrokken uit de Wereldgezondheidsorganisatie, Unesco en een zestigtal andere VN-organisaties die allemaal essentieel zijn voor het coördineren van mondiale reacties op rampen en bedreigingen. Wetenschappelijke rapporten, zoals die van het IPCC, worden ondergraven door goed georganiseerde desinformatiecampagnes.

Maar juist in deze tijd van stijgende geopolitieke spanningen kunnen wetenschappers een gat vullen dat de diplomatie laat vallen. Politici en intergouvernementele organisaties zitten op de eerste rij van het geopolitieke theater – de politieke splash zone. Sommigen verlaten zelfs boos het theater. Wetenschappers zitten op de tweede rij. Daar, op de goedkope stoelen, kunnen ze minder én meer. Ze zijn op veilige afstand van het politieke steekspel, maar dichtbij genoeg om uitkomsten te kunnen beïnvloeden. Ze beschikken over gezag dat landsgrenzen overstijgt en werken op tijdschalen die voorbij verkiezingscycli gaan. Hun netwerken maken contacten mogelijk die regeringen niet kunnen of willen onderhouden. Wetenschap is een van de weinige convergerende krachten in onze fragmenterende wereld.

Internationale wetenschappelijke samenwerking mag dan dubbele tegenwind ervaren, het is goed Hollands gebruik om tegen de wind in te fietsen, juist als het stormt. En de geschiedenis kan daarbij raadgever zijn.

Een bron van inspiratie is het Internationaal Geofysisch Jaar van 1957–1958. In 1950, op het hoogtepunt van de Koude Oorlog, deed de Amerikaanse natuurkundige Lloyd Berkner een boud voorstel: laten we weer een internationaal pooljaar organiseren – eerdere edities waren in 1882 en 1932 – maar nu gericht op de gehele planeet. Met de nieuwe rakettechnologie kon men de atmosfeer en de aarde als geïntegreerd systeem bestuderen.

Het werd een doorslaand succes. Zevenenzestig landen deden mee, waaronder aartsvijanden de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. Het jaar begon met een verrassing: de lancering van de Spoetnik op 4 oktober 1957. De Amerikaanse satellieten volgden snel. Deze ruimtesondes ontdekten de Van Allen-stralingsgordels: twee reusachtige ‘zwembanden’ vol elektronen en geladen deeltjes die de aarde omringen op honderden kilometers hoogte en haar beschermen tegen kosmische straling. Een andere ontdekking vond op grote diepte plaats. Met behulp van sonar vond men onderzeese vulkanische bergketens die de gehele aardbol omspannen – cruciaal bewijs voor de theorie van platentektoniek.

Voor het eerst verkreeg men wereldwijde, gecoördineerde datasets over klimaat, oceaanstromingen, ijslagen en magnetische straling. Het was de start van systematische CO2-metingen. Om al die data op te slaan werden de World Data Centers opgericht: 52 archieven in 15 landen, een prachtige voorloper van open science. En met vooruitziende blik werden de centra in de VS en de Sovjet-Unie voor de zekerheid gedupliceerd.

De grootste impact echter was niet wetenschappelijk, maar politiek. Het geofysische jaar mondde uit in een van de meest succesvolle diplomatieke akkoorden uit de geschiedenis: het Antarctisch Verdrag van 1959. Dit verbood alle militaire activiteit op Antarctica en wees het continent aan als beschermd gebied voor vrij wetenschappelijk onderzoek. Het maakte decennia van cruciaal klimaatonderzoek mogelijk. Ook belangrijke kosmologische observatoria staan nu in het Zuidpoolgebied.

We leven opnieuw in tijden van geopolitieke spanningen. Het pleidooi voor wetenschappelijke samenwerking is nu nog dwingender dan in 1957. Klimaat, biodiversiteit en pandemieën vereisen mondiale coördinatie, en de wetenschappers die deze samenwerking moeten dragen komen inmiddels uit alle windstreken.

Maar de obstakels zijn ook groter dan tijdens de Koude Oorlog. De wetenschap is slachtoffer van haar eigen succes. Grote mogendheden zien technologie nu als het primaire strijdtoneel voor economische concurrentie en nationale veiligheid. Vooruitgang in kunstmatige intelligentie, halfgeleiders en biotechnologie wordt gezien als een nulsomspel.

Deze ‘bewapening’ van de wetenschap creëert een diepe contradictie: we hebben elkaar meer nodig dan ooit, maar onderlinge contacten worden steeds moeilijker. Kennisveiligheidsprotocollen en visumbeperkingen nemen toe. Zelfs routinematige partnerschappen ogen ineens verdacht.

En opnieuw vraagt de wetenschap een domein te beschermen. Nu niet op aarde, maar erboven. Terwijl vier astronauten deze week voor het eerst sinds 1972 om de maan vlogen, speelt achter de schermen een urgentere vraag: wie beschermt de maan als wetenschappelijk erfgoed?

De verre zijde van de maan is voor radiosignalen de rustigste locatie in het zonnestelsel, permanent afgeschermd van alle aardse storing. Nergens anders kunnen we zo goed luisteren naar de kosmische ‘donkere eeuwen’: de periode vóór de eerste sterren werden gevormd. Maar de Artemis-akkoorden, het internationale raamwerk voor maanverkenning, bieden geen bescherming vergelijkbaar met het Antarctisch Verdrag. Eenenzestig landen tekenden, maar China en Rusland niet. En de mijnbouwbedrijven die het maanijs en helium-3 willen winnen, staan al in de startblokken. De radiotelescopen dreigen te worden verdrongen voor ze kunnen worden gebouwd.

De vraag hier en breder is of de wetenschap het lef en de verbeeldingskracht kan mobiliseren die het Internationaal Geofysisch Jaar kenmerkten. Maar dan op een moment waarop de politieke tegenwind sterker is, de technologische inzet hoger en het venster voor actie smaller.

Pionier Lloyd Berkner memoreerde in 1957 dat wanneer de politiek de kop opstak, de wetenschappers haar wegwuifden met een schouderophalen en een glimlach. Ze wisten: kennis trekt zich niets aan van grenzen.

Geopolitiek is te belangrijk om aan politici over te laten.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Wetenschap

Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin

Geopolitiek

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next