Verkeersdoden Het CBS meldt opnieuw een stijging van het aantal verkeersdoden. Opmerkelijk is dat de stijging van het aantal fietsdoden alleen door mannen van boven de zeventig wordt veroorzaakt. Van alle fietsdoden zat „minimaal” 41 procent op een e-bike.
Files rondom knooppunt Ekkersweijer na een ongeluk met een asfalteringsmachine.
Vorig jaar kwamen in Nederland 759 mensen in het verkeer om het leven. Dat zijn er 84 meer dan in 2024. Dat blijkt uit deze donderdag verschenen cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De stijging van het aantal verkeersdoden deed zich louter voor onder mannen, meldt het CBS: een toename van 21 procent. Onder vrouwen daalde dat cijfer juist met 8 procent.
Onder fietsers was het aantal sterfgevallen het grootst: 281. Dat zijn er 35 meer dan in 2024. En ook hier geldt: de toename komt voor rekening van mannen. Mannen van zeventig jaar en ouder, specificeert het CBS. Die beslaan liefst 42 procent van alle fietsdoden.
Reden is onder meer dat oudere mannen simpelweg meer fietsen dan oudere vrouwen, zegt hoofdsocioloog van het CBS Tanja Traag, verwijzend naar eerdere mobiliteitscijfers van het bureau. Zo legden mannelijke 75-plussers in 2024 gemiddeld ruim 1.100 fietskilometers af, versus een fietsgemiddelde van 640 kilometer bij vrouwen van 75 jaar en ouder.
Hoe meer onderweg, des te groter de kans op een ongeluk. De vergrijzing speelt ook een rol: er zíjn simpelweg meer ouderen en dus ook meer doorfietsende ouderen – vooral mannen dus. Met de leeftijd stijgt de lichamelijke kwetsbaarheid. Dat schemert door in de CBS-cijfers: bij de fatale fietsongelukken zónder botsing – met een auto, tegen een paaltje – is het aantal zeventigplussers oververtegenwoordigd. Die fietsers stierven bijvoorbeeld doordat ze eenvoudigweg onderuit gingen en een smak maakten op het asfalt.
Bij bijna twee derde van alle fatale fietsongelukken van vorig jaar was hoofdletsel de belangrijkste doodsoorzaak. Het niet dragen van een helm speelt waarschijnlijk een rol: bij wie met een helm op fietst, daalt het risico op fataal hoofd- en hersenletsel met ongeveer 70 procent, aldus Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV). Het fietshelmgebruik in Nederland is „veel lager” dan in andere landen, meldde SWOV in een factsheet in 2024. Cijfers van SWOV over helmgebruik onder ouderen dateren van 2023: 5 procent van de mannen zou een helm dragen, 3 procent van de vrouwen, bleek na observaties van ruim veertienduizend fietsers in de zomer van 2023. Ouderen droegen wél vaker een helm dan jongeren, bleek, maar zij werden geschaard onder de vrij brede categorie ‘50plus’.
Van alle fietsdoden zat „minimaal” 41 procent op een e-bike: CBS houdt een slag om de arm omdat in de registratie na een ongeluk het fietstype niet altijd wordt gespecificeerd. In hoeverre het grote aandeel oude mannen onder de verongelukte fietsers samenhangt met het gebruik van een e-bike, is dus onduidelijk.
Kan het zijn dat oudere mannen ook roekelozer fietsgedrag vertonen dan oudere vrouwen? „We weten: over het algemeen vertonen mannen meer risicogedrag dan vrouwen”, zegt Marjolein Versteeg, gedragsonderzoeker bij Veiligheid NL, kenniscentrum voor letselpreventie. „Maar hoe ouder, hoe kleiner de verschillen.” Niettemin, zegt ze voorzichtig: oudere, mannelijke verkeersdeelnemers líjken eerder geneigd tot overschatting van hun kunnen dan oudere vrouwen. Zie de écht oude mensen die het autorijden niet willen opgeven, zegt ze: „Dan heb je het vooral over mannen. Dat zie je ook terug op de spoedeisende hulp. Vrouwen denken dan toch sneller: ik ben ouder, dus ik doe voorzichtiger.”
Allard Thoen is medeoprichter van trainingscentrum Fietsvalpreventie.nl, dat een tienweeks programma biedt aan zestigplussers in Gelderland. Ze leren beter op- en afstappen, oefenen een noodstop, slaan extra smalle paden in. Gemiddelde leeftijd: tussen de zeventig en tachtig. Acht cursisten per keer. „Eén man meestal. Zeven vrouwen.”
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen