Oceanenverdrag Nu het verdrag ter bescherming van de volle zee officieel van kracht is geworden, is het eerste gevecht tussen de landen begonnen: waar wordt het secretariaat gevestigd?
Een zeeschildpad voor de kust van Guadeloupe in de Caraïbische Zee.
Wordt het Chili of België, of toch China? Vorige week werd in New York in het hoofdkantoor van de Verenigde Naties voor het eerst onderhandeld over de invulling van het internationale oceanenverdrag, dat begin dit jaar van kracht is geworden. Een belangrijke vraag is waar het secretariaat wordt gevestigd. Dat bureau moet toezien op de naleving en de voortgang van het verdrag dat een groot deel van de aarde bestrijkt. Drie landen hebben zich kandidaat gesteld.
De „overeenkomst inzake bescherming en duurzaam gebruik van de mariene biologische diversiteit van gebieden buiten nationale jurisdictie” (BBNJ), zoals het oceanenverdrag officieel heet, gaat over wat ‘de volle zee’ wordt genoemd. Dat is het deel van de oceaan dat van niemand is, omdat het niet toebehoort aan een land of deel uitmaakt van de exclusieve economische zone van een kuststaat. Dat beslaat iets meer dan 60 procent van het totale oppervlakte van de oceanen of ongeveer 43 procent van het aardoppervlak.
In 2023 werd, na twintig jaar moeizaam onderhandelen, een akkoord bereikt over het beheer van dit gebied. Kernpunt daarvan is de wens om zo’n 30 procent van de oceaan een beschermde status te geven. Ook werden afspraken gemaakt over rechtvaardige verdeling van de economische opbrengsten van dit niemandsland. Daarbij gaat het vooral om winning en gebruik van genetisch materiaal van diepzeeorganismen. Kennis daarvan kan in medicijnen of andere toepassingen mogelijk veel geld opleveren. Ontwikkelingslanden vrezen dat rijke landen er met die kennis vandoor gaan.
Er zijn nog veel open kwesties. Welke gebieden verdienen bescherming? Hoe worden technologie- en kennisoverdracht geregeld? Daarover zal in de komende jaren verder moeten worden onderhandeld, in een moeizaam proces dat misschien nog het beste vergeleken kan worden met de internationale klimaatonderhandelingen.
Het gastland van het secretariaat kan daarbij een belangrijke rol spelen. Vorig jaar stelden Chili en België zich daarvoor kandidaat. Chili benadrukte dat het zich al jaren inzet voor een betere bescherming van de oceaan. Er zijn nog maar weinig instellingen van de Verenigde Naties in het mondiale Zuiden gevestigd. Bovendien ligt het grootste deel van de volle zee op het zuidelijk halfrond. België wees op de nabijheid van de multilaterale infrastructuur in Brussel en de nabijheid van Europese instellingen met veel wetenschappelijke kennis.
Dat ook China, met Xiamen als vestigingsplaats, zich in de strijd heeft gemengd geeft de discussie een geopolitieker karakter. De Zuid-Chinese kuststad huisvest enkele vermaarde wetenschappelijke instellingen voor onderzoek naar de zee. China heeft zichzelf in 2018 onder president Xi Jinping gedefinieerd als „ecologische beschaving”, daarbij past de bescherming van de oceanen. De Chinese regering heeft zo’n 60 miljoen euro beschikbaar gesteld voor de financiering van het secretariaat in de komende vijf jaar.
Niet iedereen is blij met het Chinese aanbod. Milieuorganisaties vrezen dat China zal proberen het oceanenverdrag naar zijn hand te zetten. Het land heeft grote belangen in de exploratie van zeldzame grondstoffen op de zeebodem. China heeft de grootste visserijvloot ter wereld die ver weg van eigen land, soms illegaal, actief is. Bovendien heeft China zich met succes verzet tegen het creëren van een beschermd gebied in de oceaan rondom Antarctica en wist het de Zuid-Chinese Zee buiten het verdrag te houden.
In de Europese Unie bestaan grote zorgen over de mogelijke vestiging van het secretariaat in China. Hoe zou China omgaan met een rol als toezichthouder? Hoe veilig is de kennis die landen moeten doorgeven aan het secretariaat, waaronder mogelijk lucratieve patenten en genetische informatie over mariene organismen?
Tegelijkertijd krijgt China vaak juist het verwijt – ook van veel Europese landen – dat het zich als grootmacht in de mondiale diplomatie afzijdig houdt. Volgens Li Shuo, directeur van een denktank in Washington op het gebied van onder meer het Chinese milieubeleid, probeert China in het gat te springen dat de Verenigde Staten onder president Donald Trump creëren? Het land probeert zich bewust te profileren als een alternatief voor de VS. „In een wereld van toenemende onzekerheid zal China een standvastige pijler van het multilateralisme blijven”, zei de Chinese VN-ambassadeur Fu Cong vorige week ter motivatie van het bod.
De beslissing over de vestigingsplaats van het secretariaat wordt begin 2027 verwacht.
Terugblikken, extra analyses en leestips bij de laatste uitzending van de podcast Wereldzaken.