In het verrassendste en meest vrije werk tot nu toe van de Spaanse cineast Carla Simón gaat de 18-jarige Marina op zoek naar sporen van haar biologische ouders, die al op jonge leeftijd aan aids overleden.
schrijft voor de Volkskrant over film, met speciale aandacht voor filmmuziek en horror.
Netjes gaan de kinderen in de rij staan, zodra opa zijn geldkistje tevoorschijn haalt. Zo gaat dat duidelijk vaker binnen deze familie. Voor de 18-jarige Marina is de kleinkinduitkering een nieuw, uiterst ongemakkelijk ritueel.
De heldin van Carla Simóns verrukkelijke Romería maakt nu pas kennis met het gezin van haar overleden vader Fon. Marina (Llúcia Garcia), al vroeg wees geworden en geadopteerd, is van Barcelona naar de Galicische kuststad Vigo getrokken om beter te begrijpen wie haar biologische ouders waren. Met het dagboek van haar moeder op zak, videocamera in de hand, zoekt ze naar sporen van hun door heroïne en aids verwoeste levens. Bovendien heeft ze opa’s handtekening nodig, want zonder kan ze geen studiebeurs aanvragen.
Maar grootvader geeft haar liever een dikke envelop vol bankbiljetten dan dat hij een krabbel zet. Zwijggeld is het, een zegel op een verleden dat onbesproken moet blijven. Behalve als het aan Marina ligt.
De derde speelfilm van de Spaanse cineast Simón is wederom een zeer persoonlijke. Na Summer 1993 (2017) en Alcarràs (2022) weeft ze opnieuw autobiografisch materiaal in de plot, fictie mengend met haar eigen geschiedenis. Het in 2004 spelende Romería (‘pelgrimstocht’) is ook Simóns verrassendste en meest vrije werk: van levensecht naturalisme beweegt de film gracieus naar iets eerder magisch en dromerigs.
Voor dat zover is, dient Marina zich te leren verhouden tot haar ‘nieuwe’ familie. Zoals ze als Barcelonees moet wennen aan het koude zeewater, zo moet ze aarden in dit welgestelde, maar disfunctionele nest.
Simón en cinematograaf Hélène Louvart houden Marina vrijwel voortdurend in beeld, maar dan wel als iemand die (nog) geen rol heeft naast de anderen, zich voorzichtig op de achtergrond van het familiegedruis beweegt, niemand tot last wil zijn. En dat terwijl ze heus wel de gesprekken hoort die ze over haar voeren en verward raakt door de vaak tegenstrijdige dingen die ze haar vertellen.
Debutant Llúcia Garcia treft die onzekerheid perfect, al is het maar met een licht weifelende lichaamshouding of ongemakkelijke glimlach. Wat gaat er door Marina heen wanneer neef Nuno (Mitch Martin), haar leeftijdsgenoot en medestander in de film, vertelt dat de stervende Fon in een achterkamertje werd verstopt? Wanneer ze een foto ziet van haar ouders, zittend in een tuin, en even later zelf door die tuin dwaalt?
Zulke scènes raken diep aan de thematiek van Romería, zonder dat het ooit te zwaarmoedig of geforceerd tragisch wordt. Laat dat maar over aan Simón: net als in haar vorige films nodigt ze je uit om met kalmte, zachtmoedigheid, humor en waar mogelijk empathie naar de vele personages te kijken.
Om vervolgens stiekem met Marina weg te glippen. Met een Alice in Wonderland-achtige manoeuvre – volg die kat! – maakt de film ruimte voor scènes die evenzogoed fantasie of flashback als tijdreis zouden kunnen zijn, nu met Garcia en Martin in de rol van Marina’s ouders. Goed mogelijk dat die wonderbaarlijke, überromantische én pijnlijke droommomenten nog het dichtst bij de waarheid van Romería komen.
Drama
★★★★☆
Regie Carla Simón
Met Llúcia Garcia, Mitch Martin, Tristán Ulloa, Alberto Gracia
114 min., in 38 zalen en op Picl.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant