Anonieme kunstenaars Onlangs werd de identiteit van straatkunstenaar Banksy onthuld. Het nieuws kwam voor menigeen als een anticlimax. Moet een kunstenaar anoniem kunnen zijn, en is niet juist die maskerade en mystificatie aantrekkelijk? En wat verliezen we als het raadsel is opgelost?
Ik typ deze regels vanachter een borstelige plaksnor, met een pruik op en een donkere pilotenbril. Niemand weet wie ik ben, en dat wil ik graag zo houden, maar dat terzijde. Na drie jaar onderzoek weet persbureau Reuters het zeker: de identiteit van ’s werelds ‘most famous anonymous man‘, de kunstenaar Banksy, ligt op straat.
Niemand is tegen vermeerdering van kennis, ik in ieder geval niet, maar behalve het gekriebel van mijn snor ervaar ik bij dit nieuws toch ook een vage teleurstelling. En een al even vaag solidariteitsgevoel, vandaar mijn vermomming. Een ontmaskering is per definitie een onttovering – achter een pseudoniem schuilen duizenden levens, om Cees Nooteboom te parafraseren, en daar blijft er maar één van over. Het Reuters-artikel leest als een spannende speurtocht en levert overtuigend bewijs, daar niet van, maar het nettoresultaat is een anticlimax. Sarah van Binsbergen schreef in de Volkskrant een ‘profiel’ van Banksy dat sprekend leek op een necrologie, en dat snap ik wel. Gevoelsmatig is de kunstenaar dood.
Banksy is (of was) de bekendste kunstenaar wiens identiteit onlangs onthuld werd, maar niet de enige. In de aanloop naar de Boekenweek trad schrijver Hendrik Groen (alias Peter de Smet) uit de schaduw, evenals de piepjonge poëziesensatie Evi Aarens (die niet zo piepjong bleek, en een man). Belangrijk verschil: Banksy’s masker werd afgerukt door Reuters, Groen en Aarens lieten het zelf zakken.
Hendrik Groen alias Peter de Smet.
Van Hendrik Groen was bekend dat het een pseudoniem betrof, terwijl Evi Aarens zich verschool achter een uitbundig biografisch rookgordijn. Al vanaf haar debuut in 2021 bestond er twijfel rondom haar identiteit: het kon toch niet dat een in Londen geboren en in Wales opgegroeide vrouw van 21 die enkel met haar vader Nederlands sprak zo’n homerische bezonkenheid en grondige kennis van de Europese klassieken tentoonspreidde? Het kon inderdaad niet, verklapte schrijver Lodewijk van Oord vorige maand in de video waarmee hij Aarens’ nieuwste bundel presenteerde. Knap gedaan, Van Oord, maar toch ook: jammer.
Natuurlijk heeft mijn teleurstelling iets hypocriets. Ik beken dat ik nooit een boek van Evi Aarens heb gelezen, maar wel alle stukken óver haar, die betoogden dat ze in feite Ilja Leonard Pfeijffer was , of Bas Jongenelen, of, inderdaad, Lodewijk van Oord. Misschien nog wel meer dan bij Banksy overvleugelde speculatie over haar identiteit het werk, de maskerade zelf was een performance. En nu? De vork zit in de steel, leg hem maar in de la. Al is Van Oords coming-out sympathieker dan het officiële stempel van Reuters, met die massieve toevoeging ‘na drie jaar onderzoek’, dat alle lucht uit het raadsel drukt. Het zal moeten blijken of het werk zoveel eenduidigheid verdraagt.
Je kunt de kwestie ook omdraaien. Waarom is het überhaupt relevant wie iets gemaakt heeft? In zijn roemruchte essay De dood van de auteur uit 1967 sneed de Franse literatuurtheoreticus Roland Barthes de tekst (of het kunstwerk) los van de intenties en de biografie van de maker. Het is de lezer/kijker die het werk voltooit, en iedere lezing is dus anders. Behalve een theoretische positie over auteurschap, waarmee je het eens of oneens kunt zijn, is Barthes’ stelling een vrij accurate beschrijving van de manier waarop we kunst in eerste instantie vaak tegemoet treden. Je hoort een lekker nummer, passeert een mooi gebouw, kijkt een serie, scant een museumzaal tot je blik blijft hangen aan een schilderij, zonder per se de naam van de songwriter, architect, regisseur of kunstenaar te kennen.
Een Banksy-kunstwerk uit 2022 in Londen.
Toch vertonen onze canons en eregalerijen een opvallende fascinatie voor de identiteit van de maker. Iedereen kent Banksy, zoals iedereen Beethoven en Picasso kent, maar wie heeft meer dan vluchtige kennis van hun werk, de lezers van deze bijlage niet te na gesproken? Iedereen kent Taylor Swift, maar hoeveel liedjes kunt u meezingen?
Anoniem zijn betekent letterlijk: geen naam hebben. Banksy en Evi Aarens zijn pseudoniemen, wat iets anders is. Echt anoniem is bijvoorbeeld ‘Anonymus IV’, de dertiende-eeuwse schrijver die een belangrijke bron van informatie is over de componisten Perotinus en Leoninus van de Parijse Notre-Dame-school. Of de persoon achter de noodnaam Meester van het Geborduurde Loofwerk. Nog anoniemer: de schimmen die we deduceren uit de schilderingen die ze achterlieten in de grotten van Lascaux of het spijkerschrift waarmee ze het verhaal van Gilgamesj in kleitabletten beitelden.
De anonimiteit van de vergetelheid ligt voor ons allemaal in het verschiet, maar mij interesseert de doelbewuste verhulling waarmee ons de naam van een maker wordt onthouden. Een kunstenaar kan verschillende redenen hebben om zich te verstoppen. Hij (m/v/x) wil de aandacht niet afleiden van het werk. Hij wil juist aandacht trekken – vermomming als marketing. Hij is eigenlijk een zij, zoals de 19de-eeuwse Britse George Eliot, maar leeft in een maatschappij met een sterke voorkeur voor schrijvers met mannennamen. Hij is ontevreden over het resultaat (filmregisseurs die als ‘Alan Smithee’ op de aftiteling verschijnen). Hij vreest de kritiek dan wel de heersende macht.
De 19de-eeuwse Britse schrijfster Mary Anne Evans publiceerde haar werk onder het pseudoniem George Eliot.
Hoe zit dat bij Banksy? Hij begon zijn loopbaan als graffitiartiest en het verhullen van zijn identiteit was cruciaal om uit handen van de politie te blijven. In een ontwapenend interview uit 2003 met The Guardian (Banksy was 28) noemt hij de „buzz” een belangrijke drijfveer voor zijn clandestiene straatkunst: „Better than sex, better than drugs.” Maar zijn werk was altijd ook activistisch en antiautoritair en dat is zo gebleven. In september 2025 stencilde Banksy op een Londense rechtbank een afbeelding van een rechter die een ongewapende demonstrant aanvalt, als reactie op het politie-ingrijpen bij vreedzame protesten van de groep Palestine Action. De afbeelding werd onmiddellijk afgedekt en verwijderd.
Volgens het Commentaar van NRC eind maart heeft Reuters er goed aan gedaan Banksy’s identiteit te onthullen, omdat hij net als iedereen verantwoordelijk moet kunnen worden gehouden voor zijn daden en zijn werk. Banksy hoeft volgens Reuters niet te vrezen voor vervolging (vanwege zijn roem) en bovendien verdient hij miljoenen met zijn kunst. Ook deze redenering kun je omdraaien: vervalt het recht op anonimiteit zodra iemand zijn schaapjes op het droge heeft? Wie bepaalt dat? Had Reuters de onthulling doorgezet als Banksy een maker zonder privileges was geweest (zoals in zijn begindagen)?
Persoonlijk vind ik Banksy’s miljoenen en mogelijke wetsvertredingen niet zo interessant. Wat hem boeiend maakt is het raadsel. Zijn interventies in de publieke ruimte hebben iets weg van het koor in een klassieke tragedie: vanachter het masker klinkt een stem die onbevreesd de macht confronteert of persifleert. Het masker is theater en tegelijkertijd een megafoon, want zonder het raadsel zou geen haai naar Banksy’s boodschap kraaien, zoals hij zelf erkent: „Niemand luisterde ooit naar mij, totdat ze niet wisten wie ik was.”
Het Commentaar was echter streng: „Waarom zou Banksy door zijn anonimiteit meer rechten hebben dan andere graffitikunstenaars? Waarom zou hij niet bevraagd hoeven te worden over zijn statements, waar anderen wel verantwoording moeten afleggen? Waarom wel ruimte geven aan een kunstenaar tegen wie niemand iets kan doen en niet aan stemlozen zelf?”
Je kunt zeggen: hier botsen journalistieke en artistieke waarden. Je kunt ook zeggen: zo argumenteert een geblaseerd establishment. Een veertienjarige jongen uit Bristol, van school geschopt en meermaals opgepakt, heeft geen stem. Maar zodra hij zich heeft opgewerkt tot wereldberoemd fenomeen en de ogen op zich gericht weet, krijgt hij het verwijt dat hij „ruimte” inneemt die ook geschikt zou zijn voor „stemlozen”.
Nicola Coughlan als Penelope Bridgerton in de serie ‘Bridgerton’, die in de serie een feuilleton schreef onder het pseudoniem Lady Whistledown.
Het voorval deed me denken aan een zaak in een andere dimensie van de werkelijkheid, namelijk het universum van de serie Bridgerton. Daar werd de enigmatische Lady Whistledown, die de society met haar feuilleton een niet altijd flatteuze spiegel voorhield, ontmaskerd als een jongedame uit eigen kring. Deze Penelope ondervond dat ze met haar masker ook haar vrije pen was kwijtgeraakt. Opeens wilde iedereen iets van haar en werd ze een speelbal van belangen.
‘Speaking truth to power’ is lastiger zonder masker. Bovendien is mysterie een krachtig plotelement. Bridgerton was minder leuk zonder het onverbloemde feuilleton, moeten de makers hebben geconstateerd, want het laatste seizoen nam op de valreep een wending toen er plots een nieuwe, opnieuw anonieme Lady Whistledown opdook.
Het NRC-commentaar verdedigde niet alleen Banksy’s ontmaskering, het deelde ook een sneer uit aan onschuldige omstanders die net als ik met vage teleurstelling kampen: wij zijn „religieuze wezens” die belang hechten aan immateriële dingetjes als „mystiek” en „nevelen”. Rare jongens, die kunstliefhebbers, tikje achterlijk ook. Uit een niet-representatieve enquête in mijn directe omgeving bleek dat deze toon menigeen in het verkeerde keelgat schoot. Lezer Oscar Donck wees in NRC op „de betovering van het niet-weten” die we onszelf ontnemen, in ruil voor een armetierige scoop. Terwijl dat niet-weten „zo belangrijk is in de kunst en daarmee de verhalen die we elkaar vertellen”.
Ah, het niet-weten! We hadden een straatprofeet annex ontsnappingskunstenaar en nu zitten we hier met een stapeltje gortdroog onomstotelijk bewijs.
Wat maakt een mysterie zo aantrekkelijk? Waarom kijken we graag naar een masker? Ik weet het niet, mompel ik door mijn nepsnor, die afzakt en half voor mijn lippen bungelt. Ik druk hem aan, neem de trein naar Amsterdam en wandel naar het Leidsebosje, waar een bronzen mannetje al jaren bezig is de tak waarop hij staat af te zagen. Vroeger fietste ik er vaak langs. Het is een werk van De Onbekende Beeldhouwer die in de jaren 80 en 90 verschillende beelden in de stad plaatste, zoals de violist die opduikt uit de vloer van de Stopera, dwars door de plavuizen, of de meneer die tram 10 probeert te halen. Maar dat wist ik toen nog niet. Ik zag alleen die zagende figuur op een plek waar hij duidelijk niet hoorde, waar hij de indruk wekte dat ik hem zelf had ontdekt. Het beeld had geen afzender. Het onttrok zich aan de orde der dingen en juist dat maakte het onweerstaanbaar.
Metalgitarist Buckethead.
Zangeres Sia.
Mystificatie is geen eenrichtingverkeer. Nescio (what’s in a name), Elena Ferrante en Banksy bestaan omdat wij bereid zijn in hen te geloven. Het mechanisme werkt ook op het podium, in het volle zicht. Avant-garde-rockcollectief The Residents treedt op met maskers, net als de Blue Man Group en metalgitarist Buckethead. Zangeres Sia verborg haar gezicht jarenlang achter een platinablonde pruik, de band Gorillaz bestaat alleen virtueel. Stuk voor stuk verhevigen deze kunstenaars hun werkelijkheid. Door iets te verhullen creëren ze ruimte voor verbeelding. De aanwezigheid van het afwezige stimuleert de geest. Een andere wereld, waarin Banksy een vrouw is, of een reïncarnatie van Shaka Zoeloe, of God, begint met de gelegenheid om je die wereld voor te stellen.
Waarom zouden we ons die gelegenheid laten ontnemen? Dus als u deze week iemand tegenkomt met een pruik en een nepsnor die de tekst ‘Je suis Banksy’ op de muren van Nederland stencilt – het zou best kunnen dat ik het ben. Al hoop ik eigenlijk stiekem dat u zichzelf in die figuur met z’n spuitbus zult herkennen.
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden