Home

Toeslagenaffaire: verschillende schadebedragen leiden tot scheve gezichten

Het schadebedrag dat een gedupeerde van de toeslagenaffaire krijgt, hangt af van de rekenmethode. En die is een paar keer aangepast. Dat leidt tot ongenoegen. ‘Waarom krijgen mensen met weinig schade soms meer geld dan ouders die alles zijn kwijtgeraakt?’

is verslaggever van de Volkskrant en schrijft over jeugdzorg en de toeslagenaffaire.

Het liefst zou Miena (50) met haar drie kinderen in een tijdmachine stappen. Terug naar vóór 2017, toen zij nog in een ruime eengezinswoning in Hoofddorp woonden. In april van dat jaar veranderde alles. Toen vluchtte het gezin naar Antwerpen. Vanwege een huurachterstand waren ze uit huis gezet. De moeder was bang dat haar kinderen haar zouden worden afgenomen.

In 2019 ontving Miena een excuusbrief van de staat, waarin werd erkend dat ze was gedupeerd door de toeslagenaffaire, ze kreeg 30 duizend euro. Vorige maand sloot Miena ook de afhandeling van haar aanvullende schade af. De door prinses Laurentien opgerichte stichting Gelijkwaardig Herstel had berekend dat die 120 duizend euro bedroeg.

Het klinkt als een ruime compensatie, maar Miena is teleurgesteld. Het bedrag doet volgens haar geen recht aan de schade die ze heeft geleden. Ze hoort bovendien van ouders die veel meer geld hebben gekregen, terwijl ze in haar ogen veel minder gedupeerd zijn.

Van directiesecretaresse naar een uitkering

Nog steeds woont het gezin in Antwerpen, in een flat met een tijdelijk huurcontract. Voorheen had Miena een voltijdbaan als directiesecretaresse in het notariaat, nu leeft ze grotendeels van haar uitkering – ze werd arbeidsongeschikt verklaard. Door de stress, zegt ze, kreeg ze hartproblemen, migraine en een hoge bloeddruk. De kinderen, die destijds van de ene op de andere dag van hun Nederlandse school zijn gehaald, hebben nog steeds geen middelbareschooldiploma.

Miena is niet de enige toeslagengedupeerde die ontevreden is over de afhandeling van de aanvullende schade. Omdat de regels tussentijds zijn veranderd, kan de compensatie per toeslagenouder flink verschillen. Zo bedraagt het schadebedrag voor de eerste lichting gedupeerden gemiddeld minder dan een zesde dan voor ouders die tijdens de ‘gulste’ methode compensatie kregen.

Het leidt tot scheve gezichten, afgunst en vooral tot meer onvrede, zo blijkt uit de gesprekken die de Volkskrant voerde met toeslagenouders en betrokkenen bij de hersteloperatie. Er is volgens hen sprake van rechtsongelijkheid. ‘Waarom krijgen mensen met weinig schade soms meer geld dan mensen die alles zijn kwijtgeraakt?’, vraagt een gedupeerde zich af.

Miena is niet zelf degene die het hardst roept dat haar schade onvoldoende is gecompenseerd en dat de berekening ondoorzichtig is. Dat is haar ‘luisterend schrijver’ Richard Engelfriet, die haar verhaal optekende voor de Stichting Gelijkwaardig Herstel. Aan de hand van zo’n ‘feitenrelaas’ berekenen schadeanalisten het bedrag dat de overheid moet uitkeren.

Bij elke zin een bonnetje

Engelfriet, die in zijn dagelijks leven werkt als schrijver en dagvoorzitter, meldde zich vorig jaar aan als een van de inmiddels 8.500 vrijwilligers. Hij werd aan Miena gekoppeld. De gesprekken die ze voerden in de bibliotheek in Breda raakten hem. ‘Natuurlijk wist ik van de toeslagenaffaire, maar door haar verhaal werd ik me echt bewust van de reikwijdte. Het heeft een enorme impact op haar leven en dat van haar kinderen.’

Maar de stichting maakte haar belofte niet waar, vindt hij. Ouders zouden worden gecompenseerd op basis van vertrouwen, aan de hand van hun verhaal. ‘Het was bizar dat de schadeanalisten, in dienst van de stichting, bij elke zin van het verhaal een bonnetje vroegen, terwijl Miena door de verhuizingen veel papierwerk was kwijtgeraakt’, zegt Engelfriet. Miena kon uiteindelijk alles bewijzen. ‘Maar het gaf haar wel nog meer stress.’

Manager Harriët Garvelink van de Stichting Gelijkwaardig Herstel zegt desgevraagd dat er van ouders inderdaad ‘nu te veel bewijsstukken worden gevraagd’. Maar volgens een woordvoerder van het ministerie van Financiën is dat nodig om een realistisch schadebedrag te kunnen vaststellen.

Het bedrag dat er voor Miena uitrolde was volgens Engelfriet veel te laag, ‘nog geen drie keer het jaarinkomen dat ze voorheen had’. Terwijl, zo zegt hij, door de toeslagenaffaire aantoonbaar veel ‘levensgebeurtenissen’ hebben plaatsgevonden waarvoor ze gecompenseerd zou moeten worden: huisuitzetting, alle bezittingen kwijtraken, gezondheidsproblemen, verlies aan inkomen. Een berekening van hoe het schadebedrag tot stand is gekomen, heeft hij niet gezien. ‘Als je alleen al kijkt naar de inkomensderving over de tien jaar dat ze niet kon werken en het door haar vlucht ontstane AOW-gat, zou ik 400 duizend euro passender vinden.’

Huurachterstand en vertrek

Miena serveert deze ochtend thee in haar Antwerpse flat met een tegelvloer. Haar zonen Mo (21) en Tariq (22) zitten op eenvoudige donkergrijze hoekbank. Er zijn weinig persoonlijke spulletjes. Haar 18-jarige dochter is naar school.

Haar nagels zijn zorgvuldig donkerrood gelakt, een zonnebril prijkt op haar donkerbruine haar. Maar als ze een foto van tien jaar geleden laat zien, blijkt hoezeer ze is veranderd. De onbevangen blik in haar ogen is weg.

De stralende vrouw op de foto werkte met haar Schoevers-diploma sinds 1995 bij verschillende notarissen op de Amsterdamse Zuidas. Omdat haar toenmalige partner nauwelijks hielp bij de opvoeding, gingen haar kinderen veel naar de kinderopvang. Het ging goed, zegt ze, tot de Belastingdienst 60 duizend euro eerder uitgekeerde kinderopvangtoeslag terug wilde hebben.

De geëiste 1.750 euro per maand kon ze niet opbrengen. Vanwege een opgelopen huurachterstand werd het gezin in 2017 uit de huurwoning in Hoofddorp gezet. De nacht voor de uitzetting reed ze met haar kinderen naar Antwerpen. Ze had op Marktplaats een flat daar gezien voor 700 euro per maand – inclusief kakkerlakken en muizen. Een andere uitweg zag ze niet, zegt ze. ‘Ik wilde niet dat we dakloos werden en de jeugdbescherming mijn kinderen zou komen halen.’ Inmiddels hebben ze een betere woning, maar ze hebben nog geen huis in Nederland kunnen vinden.

Onafgemaakte school

Haar zoon Tariq zat in de derde klas van het vmbo toen ze uit Nederland weggingen. Nu, zoveel jaren later, heeft hij zijn school nog steeds niet afgemaakt; hij kampt met diabetes en darmproblemen. Het gebrek aan een diploma hindert hem bij het vinden van werk.Tariq heeft via de kindregeling 10 duizend euro ontvangen. ‘Dat is het dan, voor mijn leven dat naar de klote is’, zegt hij. ‘Ze hadden me beter een diploma kunnen geven.’

Zijn broer Mo zat in de havo-vwo-brugklas toen het gezin vertrok. Hij volgt nu volwassenenonderwijs op mavo-havo-niveau om alsnog een diploma te behalen. ‘Hopelijk kan ik daarna nog een hbo-opleiding doen.’

De hersteloperatie van de toeslagenaffaire sleept zich al jaren voort. Veel zwaar gedupeerden beseffen dat hun leven en dat van hun kinderen nooit meer wordt zoals het was, welk bedrag ze ook krijgen.

Het uitgekeerde schadegeld gaat bij Miena snel op. Ze vertelt dat ze zo’n 30 duizend euro terugbetaalde aan familieleden en ex-collega’s van wie ze geld had geleend. De rest van het geld gebruikt ze voor haar kinderen. Ze hebben een beugel gekregen, en rijlessen. ‘Ik had een schuldgevoel dat ik had gefaald als moeder’, zegt Miena. ‘Daarbij heb ik mezelf al afgeschreven, met al mijn gezondheidsproblemen. Mijn kinderen moeten het beter krijgen.’

Miena wil niet met haar volledige naam in de media. Haar twee zoons hebben een gefingeerde voornaam.

Vanaf 2020 is de overheid bezig met het compenseren van slachtoffers van de toeslagenaffaire. Dat zijn al diegenen bij wie is vastgesteld dat de Belastingdienst tussen 2004 en 2019 onterecht uitbetaalde kinderopvangtoeslag heeft teruggeëist. Alle 44 duizend erkend gedupeerden hebben 30 duizend euro gekregen, ongeacht de hoogte van die terugvordering. Bij 26 duizend ouders was dat teruggevorderde bedrag lager dan 30 duizend euro. De overigen kregen het volledig teruggevorderde bedrag terug, wat redelijk objectief kon worden bepaald.

Het bleek lastiger om objectief vast te stellen welke overige schade de ouders hebben geleden. Ze raakten bijvoorbeeld hun huis of baan kwijt, of kregen gezondheidsproblemen. Jarenlang worstelde de overheid met de berekening ervan. Hoe konden ouders bijvoorbeeld bewijzen dat hun schade direct voortkwam uit de toeslagenaffaire? Sommige gedupeerden hadden immers daarvoor ook al problemen. Het leidde tot meerdere tussentijdse aanpassingen in de schadeafwikkeling. Er zijn vier fasen te onderscheiden.

Fase 1
2020-begin 2024

Bij de Commissie Werkelijke Schade (CWS) moeten ouders een causaal verband aantonen tussen de aangedragen schade en de toeslagenaffaire. De gemiddelde uitkering bedraagt aanvankelijk minder dan 20 duizend euro, maar dat wordt begin 2024 verhoogd, na kritiek op de striktheid en de trage afhandeling. Van 2.000 ouders heeft CWS tot op heden de schade berekend, waarvan de eerste lichting dus het minste heeft gekregen.

Zo is er een 43-jarige gedupeerde wier schade volgens berekening door CWS in 2022 op 6.800 euro uitkwam. Veel te weinig, vond ze, gezien haar arbeidsongeschiktheid en de gedwongen verkoop van haar huis. Het steekt haar dat ‘de spelregels’ tussentijds zijn aangepast. ‘De eerste pannenkoek mislukt altijd’, zegt ze. ‘Bij mij waren ze te wantrouwend en later bij Laurentien zijn andere ouders zozeer op basis van vertrouwen gecompenseerd dat er misbruik van is gemaakt.’ Het bezwaar dat ze heeft gemaakt, is gegrond verklaard; ze mag het extra schadebedrag niet bekendmaken maar ze ‘kan ermee leven’.

Fase 2
2023-2024
Vanwege onvrede met CWS komt prinses Laurentien in 2023 met een alternatieve schadeafhandelingsmethode. Via haar Stichting Gelijkwaardig Herstel berekenen professionele schadeanalisten het schadebedrag, aan de hand van het verhaal van de toeslagenouder, met vastgestelde bedragen per levensgebeurtenis. In de proefperiode is het gemiddeld berekende schadebedrag 128 duizend euro. Veel te hoog, vindt de overheid, en op basis van te weinig bewijs. Daarom moet de herstelroute in juni 2024 stoppen.

De kleine driehonderd ouders uit deze fase zijn verreweg het gulst bedeeld. Onder hen is Yasmin Molleman, bekend vanwege haar beslaglegging op een sculptuur bij het ministerie van Binnenlandse Zaken. De stichting berekende voor haar in juni 2024 een bedrag van 190 duizend euro. Volgens het ministerie veel te veel, gezien haar bescheiden schade. Molleman zelf ziet dit anders.

Fase 3
2024-2025

In het najaar van 2024 mag de Stichting Gelijkwaardig Herstel toch weer door, onder voorwaarde dat zij meer bewijs vraagt en minder scheutig is. Het gemiddeld berekende schadebedrag valt sindsdien lager uit, meestal tussen de 60 duizend en 100 duizend euro. Zo’n 2000 ouders hebben inmiddels een zogenoemde vaststellingsovereenkomst getekend, onder wie Miena (zie hoofdverhaal).

Fase 4
2025-heden

In november 2025 opent de overheid, naast de Stichting Gelijkwaardig Herstel, een eigen nieuwe herstelroute, Mijn Herstel. Die gaat uit van dezelfde schadebedragen per levensgebeurtenis als bij de methode-Laurentien en moet de Commissie Werkelijke Schade (CWS), die te traag werkt, vervangen. Slechts vijftig ouders hebben tot nu toe de ‘Mijn Herstel-route’ doorlopen, gemiddelde bedragen zijn nog niet bekend.

***

Tot nu toe is van minder dan 3.500 gedupeerden de aanvullende schade afgehandeld. Zo’n 16 duizend gedupeerden die zich hiervoor hebben aangemeld, wachten nog. Vanaf nu moet het sneller gaan, belooft een woordvoerder van het ministerie van Financiën. In totaal is ruim 3,5 miljard euro uitgekeerd aan de gedupeerden en hun kinderen.

Betrokkenen zien dat ouders onrealistische verwachtingen kunnen hebben. De uitgekeerde bedragen zijn in de ogen van deskundigen eerder te hoog dan te laag, zeker in vergelijking met andere hersteloperaties.

Hoogleraar bestuursrecht Michiel Tjepkema bevestigt dat er in het hele traject gevaar van overcompensatie is ontstaan. De eerste, korte ‘gulle’ fase van de methode van de Stichting Gelijkwaardig Herstel werd een nieuwe maatstaf voor de gedupeerden, ‘wat daarna leidde tot onvrede, toen het weer minder werd’. Onterecht, vindt hij.

In zijn geheel beoordeelt Tjepkema deze hersteloperatie als ‘excessief ruimhartig’, in vergelijking met die voor andere gedupeerden van overheidshandelen. ‘De eerste 30 duizend euro was al een flink bedrag voor de groep die nauwelijks schade heeft geleden. Daarnaast konden ze ook nog dwangsommen innen als de overheid te traag reageerde. Natuurlijk zijn er ook zwaar gedupeerden die alles zijn kwijtgeraakt. Bij zo’n grote groep gedupeerden kun je het als overheid nooit goed doen.’

Source: Volkskrant

Previous

Next