Simpele berekeningen lopen stuk voor stuk fout, in het 19de-eeuwse fantasieverhaal over een reis naar de maan.
Illustratie uit De la terre à la lune, door Émile Bayard.
Wat moeten de Amerikanen nu weer op de maan? Een kolonie bouwen? Tarwe telen en delfstoffen delven? Voorkomen dat de Chinezen de blits maken? De media komen er niet uit en verspreiden lariekoek over de maanachterkant. Er is een afstandsrecord gebroken, spannender kan NASA het niet maken.
Hoe anders lag dat in 1865. De Amerikaanse burgeroorlog was voorbij, artilleristen en wapenfabrikanten dreigden brodeloos te raken en tuigden haastig een project op dat tot de verbeelding sprak en werk verschafte. Zou het niet geweldig zijn, riepen ze, om een holle kogel naar de maan te schieten met daarin een groet én wat monsters van de aarde? Wie weet kwam er wel antwoord. ’t Was een idee van Impey Barbicane, voorzitter van de Gun-Club waarin militairen en industriëlen zich hadden verenigd. Als je een kanon, een houwitser, ontwierp die de kogel een mondingssnelheid gaf gelijk aan de vermaarde ‘ontsnappingssnelheid’ dan moest het lukken, dat had Newton al voorgerekend. De aardse ontsnappingssnelheid is hóóg, 11 km per seconde, maar er waren in 1865 al stukken geschut die 750 m/s haalden. Gewoon doorzetten.
Er kwam geld en Barbicane zétte door. De bolvormige kogel moest een diameter krijgen van 9 voet, dus 2,74 meter, bedacht hij. Dan was-ie, eenmaal op de maan, met een nog te bouwen supertelescoop net zichtbaar vanaf de aarde. Maakte je het projectiel van het moderne aluminium dan hoefde de wand niet dikker te zijn dan 12 duim, dus 30 cm. Het gewicht kwam dan op 8.740 kilogram.
Voor de lengte van de loop nam Barbicane 100 maal het kaliber (de binnendiameter), dus 274 meter. Dat was wat meer dan normaal, meestal was de looplengte 20 à 25 keer het kaliber, maar dat was voor de securiteit. Voor de – gladde – loop, die overal even wijd was, werd geen brons gebruikt maar gietijzer, dat was goedkoper. Wel weer wat duurder was het moderne, krachtige schietkatoen (nitrocellulose) dat de plaats innam van buskruit. Je had er minder van nodig.
Lezer van Generatie Z! Dit was niet écht hoor, dit was een verzinsel van de Franse sciencefictionschrijver Jules Verne die destijds heel bekend was maar nu niet meer. Hij publiceerde tussen 1862 en 1905 zóveel reisverhalen en toekomstromans dat niemand ze allemaal gelezen heeft. Zijn De la terre à la lune behoort tot de bekendste uit de serie en het geldt als visionair.
Want uiteindelijk werd besloten de vorm van het projectiel aan te passen zodat er ruimte kwam voor drie mannen en twee honden. Ze werden midden in de winter met het reuzekanon recht omhoog geschoten, vanuit Florida wel te verstaan want dat is het enige stukje VS waar de maan in december in het zenit kan staan. De drie bereikten de maan al binnen een dag of vier, kregen warempel ook haar achterkant te zien en konden terugkeren dankzij remraketten, niets minder. Ze vielen bij Californië in zee en kwamen met de trein weer thuis.
In het echt hadden de astronauten de lancering niet overleefd, ook al hadden ze een dempingssysteem dat tonnen water wegperste, en was die ontsnappingssnelheid überhaupt niet bereikt. Bovendien was die snelheid onvoldoende geweest om de maan te halen en verder waren de drie ook véél eerder gewichtloos geworden dan Verne dacht en is er nog steeds geen aardse telescoop die objecten van maar 2,7 meter op de maan kan zien. En ga zo maar door. Vernes fouten en onjuiste aannames vind je all over the internet.
Toch is De reis naar de maan ondanks de Franse humor best aardige lectuur. Ze beschrijft met het aluminium, nitrocellulose en de elektrische ontsteking de stand van de techniek en laat ook de vorderingen van de wetenschap zien, al werd Verne daar niet erg wijs uit. Het complex kracht, stoot, arbeid en energie was al rond 1850 ontrafeld maar Verne snapt er niets van. Hij ziet de hoge snelheid van het projectiel ook als een kracht en hij maakt een denkfout als hij aanneemt dat de weerstand van de dampkring verwaarloosbaar is omdat die in zo korte tijd wordt gepasseerd. Hij laat Barbicane uitleggen dat de astronauten het donderend kabaal van hun eigen lancering niet hoorden omdat ze sneller dan het geluid vlogen.
Wat de AW-recensent vooral opviel is dat er in ‘De reis’ zo slecht gerekend wordt. Voor een deel bleek het te liggen aan het vertaalwerk van dominee H.M.C. van Oosterzee die in 1876 jammerlijk vastliep in de exotische eenheden die Verne hanteerde (niet alleen milles, pieds en pouces – mijlen, voeten en duimen – maar ook livres, toises en lieues). Maar raadpleeg je bij Google Books het Franse origineel dan blijkt dat de jurist Verne zelf ook de weg was kwijtgeraakt. Hij experimenteert soms met kilogram en kilometer maar het helpt niet. Simpele berekeningen aan het gewicht van het projectiel, de loop van het kanon en de hoeveelheid schietkatoen lopen stuk voor stuk fout.
En verder zijn er die vreemde inconsistenties. Vaak lijkt het alsof Verne halverwege zijn boek al niet meer weet wat-ie in het begin beweerde of aannam. Het ene moment worden de astronauten recht omhoog geschoten, dan weer onder een schuine hoek. De invloed van de dampkring is eerst verwaarloosbaar en dan weer overweldigend. Berekeningen aan dezelfde telescoop vallen op verschillende plaatsen heel verschillend uit. Het is te begrijpen: ‘De reis’ verscheen in 1865 als feuilleton en Verne had ongetwijfeld meerdere feuilletons onder handen. Je kunt ook zeggen dat Vernes reis naar de maan meer te denken geeft dan die van de NASA.
Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin