EIS Kenniscentrum Insecten slaat alarm over de snelle afname van bijen en zweefvliegen in Nederland en waarschuwt dat er "draconische maatregelen" nodig zijn om de trend uiterlijk in 2030 te keren. EU-landen zijn door de Europese natuurherstelverordening verplicht om ervoor te zorgen dat het aantal bestuivende insecten tegen die tijd niet verder afneemt, maar Nederland zet nu eerst in op een grootschalige telling.
Uit lokale tellingen blijkt dat het aantal zweefvliegen in de afgelopen decennia met 50 tot 90 procent is gedaald. Van de ruim 300 soorten die in Nederland voorkomen, staan er bijna 150 op de rode lijst. Volgens entomologen neemt elke soort gemiddeld 3 tot 4 procent per jaar in aantal af, wat volgens hen directe gevolgen kan hebben voor de voedselvoorziening.
Ongeveer 80 procent van alle bloemen en 85 procent van de landbouwgewassen is afhankelijk van bestuivende insecten zoals bijen en zweefvliegen. Zonder deze dieren komen fruitsoorten als appels, peren en kersen, maar ook groenten als courgettes en komkommers in de knel. Entomoloog John Smit merkt ironisch op dat je tegenwoordig van Amsterdam naar Maastricht kunt rijden zonder de voorruit te hoeven schoonmaken, maar dat gemak gaat volgens hem gepaard met een ernstig ecologisch risico.
De daling van het aantal bestuivers kent volgens Smit vier hoofdoorzaken: een teveel aan stikstof, het gebruik van pesticiden, klimaatverandering en een "aangeharkt" landschap zonder ruige hoekjes. De stikstofneerslag zorgt ervoor dat vooral grassen hard groeien, terwijl veel insecten juist afhankelijk zijn van bloemrijke planten. Larven van zweefvliegen worden daarnaast geraakt door bestrijdingsmiddelen, doordat zij bladluizen eten die op bespoten planten leven en zo grote hoeveelheden gif binnenkrijgen.
Nederland start daarom een vijf jaar durend monitoringsprogramma, gefinancierd door het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. Op 150 locaties in het land worden bijen en zweefvliegen vijf keer per jaar, van april tot en met september, geteld. Voor deze grootste telling ooit is 7,5 fte beschikbaar, maar Smit benadrukt dat meten alleen niet genoeg is en pleit voor een stop op bestrijdingsmiddelen, een forse reductie van stikstof en meer natuurinclusieve landbouw. Hij verwijst naar een eerdere analyse van het Planbureau voor de Leefomgeving, dat stelt dat zeker 100.000 hectare landbouwgrond moet veranderen in natuur om de doelstellingen voor 2050 te halen en bestuivers voldoende ruimte te geven.
Afbeelding: Grok AI / FOK.nl
Source: Fok frontpage