Onderwijs De Limburgse Zuyd Hogeschool verving het bindend studieadvies (bsa) door een niet-bindend persoonlijk studieadvies. „Met een bsa stuur je vooral jongens weg, terwijl je later ziet dat ze het wel degelijk kunnen.”
De locatie Nieuw Eyckholt van Zuyd Hogeschool in Heerlen.
Als eerste hogeschool schafte Zuyd Hogeschool in Limburg vier jaar geleden het bindend studieadvies (bsa) af. In plaats daarvan werd een niet-bindend persoonlijk studieadvies (psa) ingevoerd. En nu blijkt uit onderzoek dat meer studenten hun hbo-diploma halen, onder wie ook degenen die vroeger zouden zijn weggestuurd, omdat ze te weinig punten haalden. Bovendien vallen op de Limburgse onderwijsinstelling mannelijke studenten in het eerste jaar minder vaak uit dan voorheen.
Het onderzoek werd uitgevoerd door het lectoraat ‘Professionalisering van het onderwijs’ van de hogeschool, in samenwerking met Saskia Brand-Gruwel, bestuurder bij Zuyd en bijzonder hoogleraar aan Maastricht University. „Het laat zien dat studenten die in het eerste jaar struikelen, niet per se op de verkeerde plek zitten”, zegt ze. „Soms hebben ze gewoon meer tijd en begeleiding nodig. Zonder bsa krijgen studenten meer rust en ruimte om met een aangepast traject in de studie te komen en die goed te vervolgen. Mijn conclusie: neem jongeren die aan een opleiding beginnen serieus en laat ze niet te snel los.”
Het bsa is een minimumaantal studiepunten dat eerstejaars bij de meeste opleidingen in het hoger onderwijs moeten halen om door te mogen met hun studie. Per opleiding verschilt het vereiste aantal. Het ‘advies’ zou studenten sneller naar een passende opleiding moeten leiden, het percentage gediplomeerden verhogen en de gemiddelde studieduur verkorten.
Vorige week bleek echter uit grootschalig onderzoek onder universitaire studenten dat het bsa averechts werkt: het verkleint de kans dat studenten een diploma halen. Het onderzoek van Zuyd Hogeschool bevestigt nu die conclusie.
Enkele opleidingen op de hogeschool hadden al voor de coronacrisis pilots gedaan met een niet-bindend studieadvies. Vervolgens kregen alle eerstejaarsstudenten in het hoger onderwijs tijdens de pandemie een jaar uitstel om het verplichte puntenaantal te halen. Zuyd Hogeschool besloot het bsa daarna volledig af te schaffen.
„Het bsa paste steeds minder bij onze onderwijsvisie”, zegt Brand-Gruwel. „Als je als onderwijsinstelling tegen studenten zegt: wij zijn er voor jou en wij willen jou helpen een diploma te halen, dan past dat bindend studieadvies daar gewoon niet bij.” Bovendien begonnen studenten die moesten stoppen met hun studie vaak aan een andere hogeschool aan dezelfde opleiding. „Als ze daar dan succesvol zijn, dan hadden ze net zo goed bij ons kunnen blijven.”
Voor het onderzoek werden bijna 1.500 studenten gevolgd die in 2021 waren begonnen aan een van de dertig voltijd bacheloropleidingen en die daar na vier jaar nog steeds ingeschreven waren. Deze studenten kregen in het eerste jaar nog steeds een studieadvies, maar dat was niet meer bindend. Brand-Gruwel: „Het is niet meer: je hebt te weinig punten, dus je moet weg. Een studieloopbaanbegeleider gaat nu met de student in gesprek: wat is er gebeurd dit studiejaar, past deze opleiding wel bij je, wat heb je nodig om verder te kunnen?”
Soms krijgen studenten het advies om het eerste jaar nog een keer over te doen, of om de studie in een ander tempo te vervolgen. „En als de opleiding niet goed past, dan moet je daar eerlijk over zijn en samen kijken of iets anders beter aansluit”, zegt Brand-Gruwel.
Volgens Zuyd Hogeschool houdt het psa meer rekening met persoonlijke omstandigheden. Brand-Gruwel: „Er zijn studenten die zeggen: ik ben eigenlijk heel blij met veertig studiepunten. Omdat ik moet werken, of voor iemand thuis moet zorgen.”
Van de 1.500 onderzochte eerstejaars kreeg 85,5 procent een positief psa en 12,2 procent haalde de norm niet maar de studie leek wel passend. De overige 2,3 procent voldeed niet aan die twee voorwaarden, maar besloot toch door te gaan met de studie. Onderzocht werd hoever al deze studenten na vier jaar met hun studie waren. „Van de groep met een positief advies was bijna 60 procent afgestudeerd”, vertelt Brand-Gruwel. „Maar het mooiste vind ik dat ook in de groep die zou zijn weggestuurd als het studieadvies nog bindend was geweest, ruim 20 procent binnen vier jaar het diploma toch haalde.”
Uit het onderzoek blijkt dat mannelijke studenten en degenen die van de havo komen in het eerste jaar vaker een negatief studieadvies krijgen dan vrouwelijke studenten en degenen met een mbo-achtergrond, internationale studenten en overige studenten. Toch presteren ze later in de opleiding niet slechter. „Met een bsa stuur je vooral jongens weg, terwijl je later ziet dat ze het wel degelijk kunnen”, concludeert Brand-Gruwel.
In de kleinste groep, die doorging met de opleiding hoewel die niet goed leek te passen, was nog niemand afgestudeerd. Toch was ook bij deze studenten vooruitgang te zien. „In de eerste jaren zie je tussen de drie groepen verschillen in het aantal behaalde studiepunten en het studietempo. Maar in het vierde jaar niet meer”, zegt Brand-Gruwel. De hogeschool blijft alle nog niet afgestudeerden volgen. Naar verwachting zullen de slagingspercentages dus nog hoger worden.
Of de gemiddelde studieduur door de afschaffing van het bsa langer wordt, valt nog niet te zeggen. Volgens Brand‑Gruwel is dat ook niet het belangrijkste. „Als studenten langer over hun studie doen, maar uiteindelijk toch een diploma halen, dan heb je die student wel een toekomst gegeven.”