De Nederlandse overheid wil dat wetenschappers open access publiceren. Maar een hoog btw-tarief gooit roet in het eten.
De 19de-eeuwse Artis-bibliotheek, onderdeel van de Universiteit van Amsterdam.
Al jaren is het een streven van de Nederlandse overheid: zorgen voor 100 procent open access tot wetenschappelijke publicaties. Alle artikelen over onderzoek dat is betaald met publieke middelen – zoals subsidies – zouden gratis te lezen moeten zijn voor iedereen. Om dat te bereiken is in 2023 zelfs een speciaal programma in het leven geroepen, Open Science NL, ondersteund door vijftien kennisinstellingen én het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Toch lijkt diezelfde overheid nu roet in het eten te gooien, waarschuwden de Nederlandse universiteiten vorig jaar al in een brief aan de rechtbank. Voor veel artikelen moet alsnog betaald worden, maar dan niet langer door de lezer maar door de onderzoeksinstellingen of auteurs die het onderzoek willen publiceren. En daar blijkt een fors prijskaartje aan te hangen. Voor die plaatsingen past de Belastingdienst namelijk niet het lage btw-tarief toe dat voor veel ándere digitale artikelen wel geldt. Onder dat verlaagde tarief van 9 procent vallen bijvoorbeeld e-boeken en digitale artikelen uit kranten en tijdschriften. Maar bij wetenschappelijke en educatieve publicaties wordt een deel nog tegen het hogere tarief van 21 procent belast.
Daar tekenden de onderzoeksinstellingen bezwaar over aan. Maar afgelopen maand bleek uit het oordeel van de rechter dat het wél mag. Die stelde de Belastingdienst in het gelijk, tot ongenoegen van de universiteiten. Of zoals ze nu in een gezamenlijke open verklaring laten weten: „Hierdoor zijn de onderwijspartijen jaarlijks miljoenen extra kwijt aan open access van hun publicaties. […] De doelstelling van dezelfde overheid, 100 procent open access beschikbaarheid van wetenschappelijke publicaties die met publiek geld zijn gefinancierd, wordt hierdoor een stuk duurder.”
Nederland is internationaal een koploper wat betreft open access, schreef kennisinstituut Rathenau eind 2025: zo bleek in 2024 al 83 procent van de wetenschappelijke publicaties met een Nederlandse auteur gratis te lezen. Subsidieverlener NWO Subsidieverlener stelt al sinds 2020 open access verplicht voor wetenschappelijke artikelen én voor boeken die zijn gericht op een academisch publiek. Maar door de hoge belastingen zou de Nederlandse voorsprong kunnen stagneren, vrezen de universiteiten.
Wat het financiële proces ingewikkeld maakt, is dat er verschillende varianten van open access zijn. Zo is er in Nederland vaak sprake van de ‘hybride’ route, waarbij met uitgevers wordt afgesproken om (in ruil voor betaling door de onderzoeksinstellingen of door de auteurs) open access te kunnen publiceren in ‘gesloten’ abonnementstijdschriften. In die tijdschriften is slechts een deel van de digitale artikelen gratis toegankelijk voor lezers en moet voor een ander deel nog worden betaald. Een andere veelvoorkomende variant is de gouden route, waarbij een tijdschrift volledig open access is maar er alsnog voor de publicatie moet worden betaald door de instellingen. Daarmee vergeleken komt de diamanten route, waarbij níémand hoeft te betalen, veel minder vaak voor. In totaal kost open access de onderwijs- en onderzoeksinstellingen zo tientallen miljoenen per jaar.
In hun gezamenlijke verklaring schrijven de universiteiten nu hoe de belasting in geval van de gouden route nadeliger uitvalt dan bij de hybride route: „Uitgevers die alleen openaccesstijdschriften uitbrengen moeten het hoge btw-tarief in rekening brengen, terwijl hun concurrenten met het oude abonnementenmodel nog wel het lage btw-tarief mogen toepassen.” Dat zou, nog los van de hoge kosten voor de onderwijsinstellingen, voor oneerlijke concurrentie tussen uitgeverijen kunnen zorgen.
Iedere week bespreekt de redactie wetenschap hier ophef in de wetenschap.
Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin