Te midden van het schandelijke oorlogsgeweld in het Midden-Oosten – door Amerika, tegen en door Iran, door en tegen Israël, in Libanon, in de Arabische Golfstaten, in Irak en in Gaza niet te vergeten – blijft Syrië relatief rustig. Relatief, daar kom ik straks op terug. Maar dat is wel opmerkelijk zo midden tussen de drones en raketten, terwijl het ook nog maar net een regimewisseling én Iraanse betrokkenheid achter de rug heeft, en het als herberg voor diverse etnische en religieuze minder- en meerderheden nogal instabiel is (voorzichtig uitgedrukt).
Nu zag ik zo’n aardige foto – de positieve aanleiding tot deze column – van interim-president Ahmed al-Sharaa op 31 maart met de Britse koning Charles. Een ex-al-Qaedaterrorist met 10 miljoen dollar op zijn hoofd in Buckingham Palace. Altijd leuk zo’n terrorist die zich opwerkt, net als de Palestijnse leider Arafat en Israëlische premier Begin, die het respectievelijk in 1994 en 1978 tot de Nobelprijs voor de Vrede brachten.
Sharaa is in trek. Sinds hij december 2024 aan de macht kwam, heeft hij 24 officiële bezoeken afgelegd aan vijftien landen. Vorig jaar november stond hij als eerste Syrische leider ooit in Washington in het Witte Huis, een half jaar nadat hij door de Saoedische kroonprins in Riad in president Trumps armen was geduwd. Trump is of onder de indruk van een leider, of helemaal niet (Macron), en Sharaa vond hij meteen „een heel sterke leider” voor wie hij alles wilde doen om hem te laten slagen. Inderdaad bewerkstelligde hij dat het Congres in december de moordende Caesar Act-sancties tegen Syrië introk die elk begin van wederopbouw en herstel van de dramatische economische situatie onmogelijk maakten.
Europa heeft zijn sancties inmiddels ook ingetrokken. Sharaa’s reis naar Londen en vervolgens Berlijn ging vooral over Syrische vluchtelingen, een onderwerp dat ons hier in Europa dwarszit – mij niet, maar de politiek wel. Sinds de val van Assads regime zijn vorig jaar volgens de Verenigde Naties al 1,7 miljoen ontheemden en 1,4 miljoen vluchtelingen naar hun woonplaatsen teruggekeerd, plus nog eens zo’n 200.000 vanuit Libanon in de afgelopen maand door die moordende Israëlische oorlog tegen Hezbollah. Syrië telt ruim 26 miljoen inwoners; er zijn nog vier miljoen Syrische vluchtelingen in het buitenland.
De Duitse kanselier Merz zei na zijn gesprek met Sharaa te hopen dat 80 procent van de circa miljoen Syriërs in Duitsland de komende drie jaar zal terugkeren. Daar kreeg hij nogal wat kritiek op, onder andere uit welbegrepen eigenbelang omdat dat in sommige sectoren tot arbeidstekorten zou leiden.
Maar de dramatische economie van Syrië, waar 90 procent van de bevolking onder de armoedegrens leeft, en de schade van Assads oorlog vormen andere blokkades. „De werkelijkheid op de grond vertelt een verhaal van doorgaande strijd. De schade is overal zichtbaar, in verwoeste gebouwen, overbelaste diensten en in de levens van mensen die nog proberen te herbouwen”, zei de Britse oud-minister David Miliband vorige week na een bezoek ter plaatse namens het International Rescue Committee.
Ik zou nog terugkomen op dat ‘relatief rustig’ in mijn eerste zin. De rust is heel relatief – Israël heeft na de val van Assad nog een extra stuk Syrië bezet, voorbij de Golan die het in 1967 veroverde. Het heeft zich opgeworpen als beschermer van de Druzische minderheid en vindt haast dagelijks wel een aanleiding voor een aanval hier of daar. Israël wil een in sektarische enclaves verdeeld, zwak Syrië. Vorige week herhaalde de Israëlische minister Ben-Gvir zijn oproep Sharaa te liquideren – want „de slag met het nieuwe Syrië komt eraan en die is een beslissende voor ons”.
Geen wonder dat de meeste van de ruim 150.000 Syriërs in Nederland niet van plan zijn om op korte termijn naar Syrië terug te keren, zo peilde de Internationale Migratie Organisatie.
Correctie: Er stond eerst dat aan Arafat in 1978 en aan Begin in 1994 de Nobelprijs voor de Vrede werd toegekend. Dat is hierboven gecorrigeerd.
Volg de laatste politieke ontwikkelingen in de VS op de voet