NSDAP Veel Duitsers zochten de afgelopen tijd in recent openbaar gemaakte lidmaatschapsregisters van de NSDAP. Maar veel debat leverde de openstelling van dit archief niet op.
Bijeenkomst van de NSDAP in 1932 in Berlijn voor de verkiezing van rijkspresident. Partijleider Adolf Hitler rijdt door de menigte.
Sinds kort kunnen belangstellenden gemakkelijk bekijken of voorouders, of willekeurige anderen, lid waren van de Nationalsozialistische Deutsche Arbeiterpartei (NSDAP); dus of iemand officieel een nazi was. Half maart zette het Amerikaans Nationaal Archief de microfilmopnamen van het NSDAP-lidmaatschapsregister online, dat het Amerikaanse leger na de Tweede Wereldoorlog in beslag nam. De databank bestaat uit miljoenen opnamen van lidmaatschapskaarten met gegevens als naam, woonplaats, beroep en geboortedatum, soms vergezeld van een pasfoto.
In 1945 waren zo’n negen miljoen Duitsers lid van de NSDAP. Het lidmaatschap werd centraal en regionaal geregistreerd, en de verschillende registers zijn in de Amerikaanse databank opgenomen. Van beide registers is een deel verloren gegaan, maar volgens schattingen van deskundigen is zo’n 80 tot 90 procent van de partijleden terug te vinden. De indexkaarten van prominente partijleden – die van Adolf Hitler bijvoorbeeld – zijn niet online gezet.
Sinds de documenten online staan was de site meermaals uit de lucht vanwege de grote interesse. Of veel mensen vonden wat ze zochten valt te betwijfelen: zeker bij het zoeken naar een veelvoorkomende naam moeten geïnteresseerden door honderden pagina’s scrollen om bij de persoon met juiste geboortejaar en geboorteplaats uit te komen. Weekblad Die Zeit ontwikkelde een tool om het zoeken iets makkelijker te maken.
In Duitsland is er weinig debat over de openbaarmaking van het Amerikaanse archief. Tot een jaar of twintig geleden was er in Duitsland nog regelmatig ophef als bleek dat een bekend persoon lid was geweest van de NSDAP, bijvoorbeeld de schrijvers Martin Walser en Siegried Lenz (die beiden zeiden niets te weten van dat lidmaatschap). Maar dergelijke consternatie klinkt niet meer – vooral omdat de generatie die lid had kunnen zijn van de NSDAP vrijwel geheel dood is. De jongst mogelijke partijleden zijn geboren in het jaar 1928, dus bijna honderd (tot 1944 was de minimumleeftijd voor lidmaatschap 18, daarna 17 jaar).
„De zogenaamde ‘ervaringsgeneratie’ zit niet meer aan tafel”, schrijft Die Zeit. Daardoor is het, volgens het weekblad, zonder twijfel makkelijker geworden om het verleden van de eigen familie na te gaan dan tien of twintig jaar geleden. Een reeks boeken die in de afgelopen jaren verschenen, waarin kleinkinderen de daden van hun grootouders reconstrueren, laat zien dat de drempel om in de familiegeschiedenis te duiken inderdaad niet zo hoog meer is.
De originele kaarten, waarvan het Amerikaanse National Archives and Records Administration de microfilmopnamen online zette, liggen in Berlijn in het Bundesarchiv. Die zijn weliswaar gedigitaliseerd, maar niet zomaar toegankelijk vanwege privacybezwaren. Die komen honderd jaar na de geboorte van betrokkenen te vervallen, dus ook de Duitse editie van het NSDAP-register zou in twee jaar vrij toegankelijk kunnen worden. Nu moet een uitgebreide aanvraag worden ingediend om deze documenten in te zien.
Die Zeit beschrijft aan de hand van het online materiaal hoe het ledental van de NSDAP zich ontwikkelde. Tot begin 1930 had de partij, die in 1920 werd opgericht, zo’n 235.000 leden. In de vroege jaren dertig begon de partij te groeien, en na de machtsovername door Adolf Hitler begin 1933 kreeg de NSDAP in een klap 1,7 miljoen nieuwe leden. Daarna kwam er een ledenstop omdat de partijtop vreesde voor opportunisten. Tussen 1933 en 1937 konden mensen alleen bij wijze van uitzondering lid worden, na 1937, toen de ledenstop werd opgeheven, was er weer een hausse van toetredingen. In 1942 volgde opnieuw een ledenstop, behalve voor leden van de Hitlerjugend en de meisjestak daarvan, de Bund Deutscher Mädel.
Op de lidmaatschapskaarten in de online databank staan basale gegevens. Bij radiozender Deutschlandfunk waarschuwde historicus Frank Bösch ervoor om verstrekkende conclusies te trekken uit het archief: iemand kan lid van de NSDAP geweest zijn en niet terug te vinden zijn in het bestand vanwege de onvolledigheid ervan, of een overtuigd nationaalsocialist zijn geweest zonder lidmaatschap, bijvoorbeeld omdat officieren van de Wehrmacht in actieve dienst officieel geen lid mochten zijn van de partij. De zoektocht op de site van het Amerikaans Nationaal Archief, aldus Bösch, kan dus alleen het begin zijn.