Evacuaties Libanon Ondanks evacuatiebevelen van het Israëlische leger verblijven nog tienduizenden mensen in het zuiden van Libanon. „Wij geloven dat ons niets overkomt”, zegt een priester in een grensdorp. Ook in dorpen iets verder weg is de oorlog dichtbij.
Kinderen spelen buiten bij een van de drie scholen in het Libanese plaatsje Jezzine die als opvangcentrum dienen voor ontheemden uit het zuiden van het land.
Een uur voor zonsondergang luiden kerkklokken in de bergen van Zuid-Libanon het begin van de Goede Vrijdagprocessie in. Biddend en zingend lopen tientallen mensen langs de kruiswegstaties. Bij elke stop beelden kinderen uit het dorp de lijdensweg van Jezus uit.
De sereniteit in de valleien met eeuwenoude terrassen wordt om het kwartier verstoord door het gezoem van drones, gebrom van laag overvliegende gevechtsvliegtuigen en doffe dreunen van Israëlische bombardementen verderop in Zuid-Libanon. De groep is dit jaar slechts een fractie van wat normaal meeloopt. Bang voor de oorlog blijven de meeste mensen noordelijk.
Desondanks vindt Nabil Limaa het hier „een paradijs”, vertelt hij eerder die dag op het terras bij het Sint Petrus en Paulusklooster bij Jezzine. „En een paradijs heeft engelen – dat zijn Vaders Petrus en Filemon”, zegt hij over de twee geestelijken die het klooster bestieren.
Vader Filemon Salwan.
De ontheemde Nabil Limaa is opgevangen in het Sint Petrus en Paulusklooster bij Jezzine.
Net als honderdduizenden anderen werd Limaa begin maart opgeschrikt door bombardementen, die het begin inluidden van een nieuw Israëlisch offensief in Libanon. Ongeveer een miljoen inwoners van Libanon zijn op de vlucht geslagen sinds de oorlog tussen Israël en Hezbollah begin maart werd hervat, kort na de start van de Amerikaanse en Israëlische aanvallen op Iran.
Zo’n 1.500 mensen zijn bij Israëlische aanvallen gedood, en ruim 4.600 zijn gewond geraakt, aldus cijfers van het Libanese ministerie van Volksgezondheid. Het Israëlische leger (IDF) zegt de bezetting van Libanees grondgebied uit te breiden en alle huizen in het directe grensgebied te vernietigen.
„We vluchtten halsoverkop in pyjama het dorp uit”, zegt Limaa. „Iemand gaf mij het telefoonnummer van Vader Petrus (Abuna Boutros). Ik belde en nog voor ik was uitgepraat, zei hij: wat doe je nog op straat, kom naar ons klooster.”
De 60-jarige Limaa maakte zich zorgen over hoe hij en zijn gezin door andere Libanezen behandeld zou worden. „Maar Vader Petrus heeft zijn medemenselijkheid laten spreken en ons, sjiitische moslims, opgevangen. Hij gelooft in vrede en co-existentie, de boodschap van Jezus. Hij wachtte ons buiten op, stelde geen vragen, en liet ons binnen. Er zijn bedden, er is warm water, we konden doorgaan met het vasten tijdens de ramadan, en we mogen hier bidden.”
Het klooster herbergt meerdere gezinnen uit Zuid-Libanon. Kinderen spelen buiten op het plein, binnen bereiden sommigen de lunch. Anderen helpen op het land of met klusjes op het terrein.
In Jezzine hebben ongeveer tienduizenden ontheemden hun toevlucht gezocht.
Jezzine ligt net ten noorden van de Zahrani-rivier die nu als grens dient voor het door de IDF opgelegde evacuatiegebied in Zuid-Libanon. De IDF beschouwt het gebied ten zuiden hiervan als een vogelvrije zone waarin het kan bombarderen wat het wil en burgers en civiele infrastructuur niet hoeft te sparen.
Het Israëlische leger rechtvaardigt de campagne met de aanwezigheid van Hezbollah. Maar juristen en mensenrechtenexperts wijzen op het verbod op willekeurige aanvallen en benadrukken dat burgers ook in ‘evacuatiezones’ beschermd blijven onder het oorlogsrecht. Human Rights Watch waarschuwt voor het risico op gedwongen verplaatsing, een oorlogsmisdaad.
Maar ook buiten de evacuatiezones dreigt gevaar. De IDF bombardeerde zondag verschillende gebouwen – waarbij zo’n vijftien mensen, inclusief kinderen, werden gedood – op verschillende plekken zonder evacuatiebevelen.
Sporen van de inslag van raketten zijn te zien op de weg waar drie journalisten werden gedood door een Israëlische aanval.
Ondanks de evacuatiebevelen en de bombardementen op bruggen waardoor het zuiden steeds geïsoleerder raakt, zijn tienduizenden mensen daar achtergebleven. Sommigen in de zuidelijke stad Tyrus zeggen tegen NRC dat ze uitgeput zijn en niet nog eens ontheemd willen raken. Een woning huren is inmiddels onbetaalbaar, opvangplekken zijn vol.
In en rond Tyrus verblijven nog zo’n vijfentwintigduizend Libanezen en dertigduizend Palestijnen. „Er zijn nog maar enkele ziekenhuizen en klinieken open, en is nog maar één brug naar de stad”, zegt Mortada Mhanna, hoofd rampenbestrijding van het lokale Libanese Rode Kruis telefonisch. „We hebben veel meer voedselpakketten en hygiënekits nodig om deze mensen in leven te houden.”
In het dorpje Rmeish, pal aan de zuidgrens met Israël, weigeren zo’n 6.500 inwoners te vertrekken omdat ze bang zijn dat ze dan nooit meer kunnen terugkeren. Volgens priester Najib al-Amil heeft het dorp nog voorraden voor maar een paar weken. „Om ons heen wordt gevochten, er zijn bombardementen en explosies. Zelfs het [Libanese] leger is weggegaan”, zegt hij aan de telefoon.
Geen enkele weg naar Rmeish is nog begaanbaar. Ondanks oproepen voor bescherming door het Libanese leger en humanitaire konvooien, dreigt het dorp volledig geïsoleerd te raken en wordt het omringd door verder oprukkende Israëlische troepen. Weggaan willen de inwoners niet, zegt Al-Amil. „We houden van ons land en van onze huizen waarvoor we zo hard gewerkt hebben. Wij geloven in God en dat ons niets overkomt. Ons credo is: Wie Jezus heeft, heeft alles.”
In Jezzine hebben zo’n tienduizend ontheemden hun toevlucht genomen. Volgens schooldirecteur Colette Slim verblijven hier veel mensen uit de omgeving van Nabatieh, een stad op nog geen twintig kilometer afstand. „Veel mensen zaten hier in 2024 ook al. Vorige maand kwamen sommigen direct naar dezelfde opvangplek, ze wisten hun weg te vinden naar hun oude kamer”, zegt Slim die nu ook de noodopvang aanstuurt.
Burgemeester David el-Helou is trots op hoe zijn dorp de crisis aanpakt. „We vrezen de toekomst niet zolang we steun krijgen van de overheid, ngo’s en donaties, en de wegen naar het dorp openblijven.”
David el-Helou, burgemeester van Jezzine: „Vooralsnog is het hier veilig.”
Veel dorpsbewoners die in de wintermaanden in Beiroet verblijven durven niet terug te keren vanwege de nabijheid van de bombardementen. El-Helou is daar niet bang voor. „Ik heb sinds mijn tiende jaar oorlog meegemaakt. Helaas, maar we weten hoe we ermee om moeten gaan. Vooralsnog is het hier veilig.”
Toch doodde het Israëlische leger ruim een week geleden nog Libanese journalisten net buiten het dorpscentrum. De raketinslagen en zwart geblakerde brandplekken zijn nog te zien in het wegdek. In de berm liggen resten van de uitgebrande auto en verzekeringspapieren. Twee journalisten kwamen direct om in de auto. Een derde probeerde weg te komen, waarna een tweede paar raketten haar, samen met een paramedicus en een omstander die te hulp waren geschoten, alsnog doodde, vertelde een ooggetuige.
De priesters Petrus Akoury en Filemon Salwan zijn vrijdag druk in de weer met de voorbereiding voor de processie. Buiten repeteren kinderen uit het dorp de scènes van de lijdensweg. Een van zal Jezus spelen. Terwijl hij een groot houten kruis op zijn rug voortsleept, instrueert hij anderen hoe ze hem met touwen moeten geselen.
Sjiitische moslims die in het klooster bij Jezzine zijn opgevangen bekijken en nemen deel aan de Goede Vrijdagprocessie.
„Mensen zijn gestrest en verdrietig, hebben soms alles verloren”, zegt Salwan. „Daarom willen we hen de ruimte geven om zich te uiten en te leven hoe ze willen. Wij zijn er voor hen.”
Tijdens de oorlog in 2024 huisvestte het klooster christelijke families uit het zuiden. De geestelijken worden nu bejubeld omdat ze onderdak geven aan sjiitische moslims. President Joseph Aoun prees „de geest van solidariteit en onderlinge steun”.
Filemon Salwan benadrukt dat het niet om religie zou moeten gaan. „De boodschap heeft zichzelf verspreid, dit is waar wij in geloven. Mensen sliepen op straat, hoe konden wij niets doen?”
Dat dit een gevoelige snaar raakt in Libanon is het gevolg van interreligieuze conflicten tijdens de burgeroorlog in de jaren zeventig en tachtig. Nu draait het conflict vooral om de positie van sjiitische Libanezen.
De meerderheid van de bewoners van Zuid-Libanon en Zuid-Beiroet is sjiitisch; Hezbollah heeft in deze gebieden zijn oorsprong en achterban. Israël probeert deze gemeenschap van de rest van Libanon te isoleren.
Christelijke en druzische gemeenschapsleiders in dorpen in het directe grensgebied zijn door Israël gewaarschuwd geen sjiitische vluchtelingen in hun dorpen onderdak te bieden. Uit angst voor bombardementen leven de meeste dorpen dit na.
Onbedoeld biedt de samenkomst van moslims en christenen in Jezzine tegenwicht voor die angst voor de ander. Nabil Limaa en een paar andere ontheemden lopen op de avond van Goede Vrijdag mee met de processie die vanaf een kapelletje op een andere heuvel terug naar het klooster leidt.
„Onze ervaring hier zal ons voor altijd veranderen”, zegt Limaa. „Ons is altijd verteld: pas op voor die christenen. Daar kan ik nu niet meer naar luisteren. Ik zal mijn kinderen leren nooit grenzen tussen religies te accepteren.”
Schooldirecteur Colette Slim leidt de opvang in haar school. „Veel mensen zaten hier in 2024 ook.”
Jezzine ligt net ten noorden van de door het Israëlische leger ingestelde evacuatiezone.