Memoires Liza Minnelli Vorige maand verschenen de memoires van de nu 80-jarige Liza Minnelli, waarin ze onder andere de rol van haar moeder in haar leven onder de loep legt: musicalster en actrice Judy Garland, net als haar dochter verslaafd aan drank en drugs. „Leven met haar was een farce, een absurd toneelstuk.”
Portret van Liza Minnelli.
Liza Minnelli: Kids, Wait Till You Hear This! Hodder & Stoughton, 420 blz. € 27,99.
Liza Minnelli zou haar moeder van alles de schuld kunnen geven. Van haar levenslange verslaving aan drank en drugs: moeder Judy Garland bezweek er op haar zevenenveertigste aan, dochter Liza overleefde alleen dankzij interventies van beroemde vrienden als actrice Elizabeth Taylor („Je moet terug naar de afkickkliniek. Nu.”). Van haar soms desastreuze partnerkeuzes: Garland versleet vijf echtgenoten, Minnelli vier, en er zaten enorme flops tussen („Ik was duidelijk niet nuchter toen ik met deze clown trouwde.”). Van haar onvermogen om geld te beheren: profiteurs en wonderdokters sloegen gaten in het zuurverdiende showbizzfortuin van zowel Garland als Minnelli.
Maar deze dochter doet niet aan vingerwijzen. Actrice en zangeres Liza Minnelli (Los Angeles, 1946) is nu tachtig, sinds elf jaar clean en doordrongen van de eerste les die hoort bij het afkicken van verslavingen: je bent zelf verantwoordelijk. In haar vorige maand verschenen memoires Kids, Wait Till You Hear This! verontschuldigt ze zich meermalen voor de chaos die ze in haar jongere jaren heeft aangericht – affaires en overspel, chaotische nachten die ze zich niet of nauwelijks kan herinneren, driftbuien en zelfs het versjteren van een rol op Broadway (in The Rink, 1984). Allemaal omdat ze eigenwijs was, schrijft ze: hoeveel pillen en alcohol ze ook nodig had om haar tournees en filmrollen en uitgaansleven vol te kunnen houden, ze zag zichzelf nooit als een verslaafde. Ze was een artiest; dit hoorde erbij.
Toch ontkomt Minnelli niet aan het ontleden van het duistere voorbeeld dat haar moeder stelde na de scheiding van Liza’s geliefde vader, filmregisseur Vincente Minnelli (1903-1986). Judy Garland (1922-1969), America’s sweetheart die al op haar zestiende onsterfelijk werd met de rol van Dorothy in The Wizard of Oz (1939), leed aan heftige stemmingswisselingen en was dan weer lief en clownesk, dan weer woedend of in paniek. Leven met haar moeder was een „farce”, schrijft Minnelli, een „absurd toneelstuk”. Als Garland weer eens blut was, ontsnapten ze om vijf uur ’s ochtends uit hun hotelkamer zonder de rekening te betalen, „met vijf lagen kleren aan”. Lachen! Maar Garland verdween ook wekenlang naar ziekenhuizen en psychiatrische inrichtingen, en deed meerdere suïcidepogingen. Op haar dertiende fungeerde Minnelli als haar moeders „verpleegster, dokter, farmaceut en psychiater ineen”.
Liza Minnelli met haar moeder Judy Garland, circa 1960.
Na een verbluffend totaal van tweeëntwintig verschillende scholen had Minnelli er genoeg van en verhuisde ze in haar eentje naar New York. Ze was zestien en wilde weg uit Hollywood, weg van de wispelturige filmindustrie die haar beide ouders in de greep had. Liza wilde het podium op. Dankzij hun schat aan contacten in het wereldje openden haar ouders menige auditiedeur – Minnelli noemt zichzelf „the original nepo baby” – maar ze bleek een uniek, onmiskenbaar talent: ze zong zich een weg naar Broadway en beleefde in 1972 een artistiek en commercieel hoogtepunt, met een legendarisch geworden vertolking van Sally Bowles in Bob Fosses verfilming van de musical Cabaret én een live op televisie uitgezonden liedjesshow, Liza with a Z.
Voor wie niet (meer) weet wie Minnelli is: kijk naar Cabaret, en zie hoe Fosse de regels van de musical oprekt tot een duister, levensecht, politiek geladen drama. Minnelli knalt van het doek. Ze vertelt in haar boek dat ze oorspronkelijk een blonde pruik wilde dragen als eerbetoon aan Marlene Dietrich, maar dat haar vader iets anders suggereerde: de korte, zwarte coupe met rechte pony van de „Duitse actrice Louise Brooks”. Brooks was Amerikaans – het is onbegrijpelijk dat de twee journalisten die Minnelli hebben geholpen om haar verhalen te ordenen dit foutje over het hoofd hebben gezien, maar goed. Sally Bowles’ look is tijdloos gebleken. Minnelli won een Oscar en een Golden Globe voor de rol, op haar zevenentwintigste. Haar moeder maakte het niet meer mee.
Maar dan. Wat doe je ná zo’n topjaar? Minnelli blijft optreden en wordt overladen met filmscripts, maar de vrouwenrollen die ze krijgt aangeboden zijn bijna allemaal „dependent on the fella”. Een sterk, complex personage als Sally Bowles komt niet meer op haar pad, en de films die ze wél maakt floppen. Arthur (1981) met komiek Dudley Moore is een uitzondering: Moore is een „komische tovenaar”, en een „geweldige man”. Minder moois heeft Minnelli te melden over Martin Scorsese, die na het succes van Mean Streets en Taxi Driver denkt dezelfde werkwijze te kunnen toepassen bij de musical New York, New York (1977): geen script, improviseert u maar. Tegenspeler Robert De Niro weet daar wel raad mee, maar Minnelli heeft als goed getraind podiumdier last van het gebrek aan houvast. Bovendien belandt ze in een affaire met Scorsese. Ze zijn allebei getrouwd, allebei aan de coke, en snuiven zich letterlijk een weg door de opnames. New York, New York wordt geen groot succes. Als Minnelli jaren later op Scorsese afstapt tijdens een Oscar-uitreiking, keert hij zich van haar af. „Heel verdrietig”, schrijft ze.
Die Oscar-ceremonie brengt haar sowieso weinig geluk meer. In 2022 wordt Minnelli uitgenodigd om de vijftigste verjaardag van Cabaret luister bij te zetten door samen met Lady Gaga de Oscar voor beste film uit te reiken. Niets gaat zoals de dan 76-jarige Minnelli het hoopte: ze moet in een rolstoel want de gevraagde regisseursstoel wordt te riskant geacht, ze heeft haar leesbril niet en Gaga behandelt haar alsof ze dementie heeft. De staande ovatie van de zaal weegt niet op tegens het gevoel vernederd te zijn, en dat is niet voor het eerst. Boezemvriend Michael Feinstein omschrijft in zijn voorwoord bij Minnelli’s boek haar imago in de media als „soms een beetje geflipt”, maar dat is te mild uitgedrukt: in de roddelpers en in tv-programma’s als Saturday Night Live wordt Minnelli nu al decennia neergezet als een verwarde verslaafde, en niet veel meer.
Minnelli besteedt er, heel chic, zo weinig mogelijk aandacht aan, maar formuleerde met dit boek wel een eigen antwoord: grappig, eerlijk, en een must voor de fans die haar al die jaren trouw zijn gebleven. Als haar „oudere, gebutste lichaam” het toestond, zou ze nog steeds elke avond het podium opgaan om ze toe te zingen.