Columnist Frank Heinen ziet dat alles altijd zomaar opeens helemaal anders kan worden.
Dat Reda Kharchouch nog voetbalde, was zelfs voor mij een verrassing. Dat hij vorige week met een groot interview in het Algemeen Dagblad stond, had ik dan ook niet zien aankomen. Laat staan dat ik de aanleiding voor dat gesprek had kunnen voorzien.
Ruim zes jaar geleden, corona was nog slechts a blink in a Chinese bat’s eye, schreef ik voor Voetbal International een column over Reda Kharchouch.
Destijds was ik hem net op het spoor. Kharchouch was nog maar kort spits van Telstar, hij kwam van de amateurs en werkte parttime als pedagogisch medewerker. Wat me het meeste opviel, was zijn grijns. De grijns van iemand die ook niet weet waar hij met zijn geluk naartoe moet. Een grijns als een dijk die doorbreekt.
Meester Reda, noemde ik hem. De week ervoor had hij een doelpunt gemaakt tegen Ajax, de club waar hij om de week op de tribune zat. Aan de andere kant stond Klaas-Jan Huntelaar, nog zo’n naam uit een ander tijdperk.
(Hoe zou het zijn met Klaas-Jan Huntelaar? Het laatste wat ik op Instagram van hem zag, was een afdaling van een zonovergoten skipiste. Geen beelden om medelijden van te krijgen. Zelf heb ik, in mijn aantekeningen, bij de naam Huntelaar het volgende genoteerd: ‘Moestuin. Ook fan van: ransuil, Caravaggio en Herman Brood.’ Ooit overgenomen uit de Substack-nieuwsbrief van ESPN-redacteur Daan Sutorius. Ruw gesteente, waar ik ooit nog eens het definitieve Huntelaar-verhaal uit hoop te houwen. Voor nu houd ik het bij ‘ransuil’.)
Het prettige van elke week op zoek zijn naar een onderwerp voor deze column is dat je soms uitkomt in de raarste uithoeken, en bij de fraaiste figuren. Ik zou Reda Kharchouch nooit hebben onthouden, en ik zou hem zeker niet op afstand zijn blijven volgen als ik niet ooit, pre-covid, een middag lang intensief over hem had nagedacht. Zo iemand blijft je bij. Sowieso geldt voor voetbal in verhevigde mate wat in feite voor het hele leven geldt: dat het leuker wordt naarmate je er meer van weet. Elke wedstrijd is een mozaïek van talloze verhalen, en al die mozaïeken vormen samen een eindeloos feuilleton, een vervolgverhaal waar je een heel leven mee vooruit kunt. Zonder die verhalen is er weinig aan.
Niet lang na mijn vorige column over hem maakte Kharchouch een transfer naar Sparta. Dat verbaasde me niets: Kharchouch was als een aandeel waarin ik had geïnvesteerd, en net als iedere andere gokker ging ik er blind van uit dat die investering zich vanzelf zou terugbetalen. In mijn fantasie zag ik meester Reda de ene goal na de andere maken bij Sparta, ik zag Hugo Borst hem live op televisie een ode brengen en ik zag hem naar PSV vertrekken, en vervolgens naar Olympique Lyon, of AS Roma of zo. En bij elke stap, bij elk succes zou ik weer even dat bedwelmende gevoel ervaren van iemand die op het juiste paard heeft gewed.
In werkelijkheid vlotte het bij Sparta al snel niet meer. Meester Reda ging naar Emmen, Excelsior en Saoedi-Arabië, om uiteindelijk terug te keren bij Telstar. Maar hij was niet meer de speler die er ooit vertrok: nul goals in vijf wedstrijden.
'Over een paar weken keert hij definitief terug. Met de vraag of zijn club in de tussentijd nog promoveert, houdt hij zich niet erg bezig. Hij denkt aan zijn kind'
En toch bleef mijn vertrouwen in hem onaangetast. Het aandeel Kharchouch was inmiddels minder waard dan waar ik het ooit, rond die eerste column, voor had aangeschaft, maar ik weigerde mijn verlies te nemen. Al kun je je afvragen of het werkelijk geldt als verlies, om je jaren met een speler verbonden te voelen die je door het uitblijven van de grote doorbraak voor jezelf mag houden. Zo wandelen overal ter wereld spelers rond die het voetbal voor mij meer de moeite waard maken, gewoon omdat ik me iets bijzonders van hen herinner: een goal, een bijzondere hobby, een grijns. Zij maken voor mij het voetbal de moeite waard.
Reda Kharchouch woont tegenwoordig op Cyprus. Hij voetbalt bij een club zo klein, dat hij met het blote oog nauwelijks waarneembaar is. Tegen Vincent de Vries van het AD vertelde hij vorige week over zijn zoontje, dat een ernstige neurologische aandoening heeft. Kharchouch’ vrouw en kind wonen in Nederland, hij zit in zijn eentje op Cyprus. Om geld te verdienen. Over een paar weken keert hij definitief terug. Met de vraag of zijn club in de tussentijd nog promoveert, houdt hij zich niet erg bezig. Hij denkt aan zijn kind, ik kan me niet voorstellen dat hij nog ruimte over heeft om aan iets anders te denken.
Je weet nooit bij voorbaat wat je over iemand onthoudt, en wat niet. Klaas-Jan Huntelaar: ransuil. Reda Kharchouch: meester Reda. En: grote grijns. En, vanaf nu: de herinnering aan eenieder dat alles altijd zomaar opeens helemaal anders kan worden.
Source: VI Nieuws