Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
Je hebt gebeurtenissen. En dan heb je gebeurtenissen die je leven veranderen. De verbouwing van de lokale Albert Heijn valt in de tweede categorie. De supermarkt sloot een week lang en gedurende die week sidderde de buurt in hooggespannen verwachting. Er werd geboord, gezaagd en gesneden. Nieuwsgierige aagjes gluurden naar binnen. En na een week was er een feestelijke heropening.
‘De broodafdeling is een meter kleiner geworden’, vertelde een vrouw bij het naastgelegen café. Daar hadden blijkbaar al mensen over geklaagd, op de dag van de opening nog wel. Wat voor leven heb je dan, als je het frustrerend vindt dat de broodafdeling in je buurtsuper een meter kleiner is geworden? ‘Maar verder voelt de hele supermarkt veel groter.’
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Uiteraard moest ik zelf de proef op de som nemen. De missie: eieren. Eieren zijn een problematisch product. Supermarkten weten niet wat ze ermee aan moeten. Soms vind je ze bij de versafdeling, na groenten en fruit; soms liggen ze in de buurt van zuivel. Vaak genoeg heb ik ze ook aangetroffen in een schap in de buurt van de koekjesafdeling. Heel soms liggen ze in een koeling.
Als supermarkten dan toch prijsafspraken maken, kunnen ze dan niet gelijk even kortsluiten waar de eieren moeten liggen?
Nu kon ik de eieren dus ook niet vinden. Nergens. Ik liep een rondje. En nog een rondje. Absoluut niet ging ik vragen waar de eieren lagen. Dan liever weer naar huis.
Ik zag een andere man, wat ouder, die ook wanhopig speurde. ‘Waar liggen de eieren?’, vroeg hij aan een jonge medewerker. Die nam de man mee richting de versafdeling. Daar liepen ze weer een andere klant tegen het lijf. ‘Ze hebben geen eieren’, zei die man.
Hij maakte een grapje, maar ondertussen begon zelfs het jongetje van de Albert Heijn radeloos te kijken. Na een rondje gaf hij het op en liep richting de servicebalie om een andere medewerker te halen.
Een meisje met rossig haar stapte kordaat door het gangpad en de man, de andere man en ik (zo onopvallend mogelijk, alsof ik toevallig ook die kant op moest) liepen achter haar aan. Ze leidde ons helemaal naar het eind van de winkel, die inderdaad veel groter aanvoelde dan voorheen. Het was zo lang lopen dat ik onderweg genoeg tijd had om te bedenken dat we eieren aan het zoeken waren en dat het Pasen was en dat ik die gedachte van mezelf beslist niet spitsvondig mocht vinden.
De eieren bleken dus helemaal achter in de winkel te liggen, in een verdekt opgesteld schap dat uitkeek op zuivelproducten. Logisch, maar dus ook weer helemaal niet. Ik mompelde iets dat ik hier maar beter niet kan herhalen.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant