Home

‘Ik moet concluderen dat het niet zo’n goed boek is’

Mira Aluç Als tiener las schrijver Mira Aluç (1993) Christiane F. van Kai Hermann en Horst Rieck. Waar de levensstijl van drugsverslaafde Christiane eerder bewonderenswaardig was, vindt ze het hoofdpersonage nu vooral vermoeiend.

„Christiane F. is een boek dat ik al vele verhuizingen meesleep. Mijn editie is een mooie jaren ’80 versie met felblauwe kaft. Toen ik veertien was en diep in de subcultuur van de emo’s zat, las ik het voor het eerst. Met mijn vrienden sprak ik toen vooral over jongens, rockmuziek en haarlak. Maar ik las veel en was zoekende naar meer volwassen boeken en kwam zo uit bij memoires als Christiane F.

Het boek speelt zich af in de jaren ’70 in Berlijn. Je volgt Christiane, een 14-jarig meisje dat drugsverslaafde wordt en als prostituee werkt. Ze glijdt steeds verder af. Wat begint bij blowen in de soos van een progressieve kerk, leidt tot het gebruik van psychedelica in een nachtclub en uiteindelijk tot dat van heroïne op de wc van station Bahnhof Zoo. Daardoor begreep ik als tiener enigszins hoe je verslaafd raakt.

Dit boek wil vooral uitstralen: ‘Kids, don’t do drugs’, maar daar slaagde het volgens mij niet in. Het is niet zo dat ik na lezing ervan wilde experimenteren met drugs, maar ik vond de levensstijl van Christiane bijna bewonderenswaardig. Wat zij uitstraalt, wilde ik ook. Alleen neemt Christiane de verkeerde afslag en vormt zij haar identiteit op basis van drugsgebruik.

In die tijd was ik bezig met mijn identiteit en wilde ik ergens bij horen. Een subcultuur – emo, hippie of gothic – is heel hecht en brengt een eigen levensstijl met zich mee; je praat, eet en kleedt je op een bepaalde manier. Net als Christiane wilde ik bij de coole mensen horen. Voor mij betekende dat steeds dikkere eyeliner en een gezichtspiercing, voor Christiane heroïne spuiten. Haar drugsgebruik lijkt een esthetische keuze te zijn, als een voorloper van heroin chic.

Tegelijkertijd vond ik het boek spannend. Christiane spreekt achteloos en rauw over drugs, zoals wanneer ze een ader niet kan vinden om een naald in te brengen. De eerste keer durfde ik het daarom niet ’s avonds te lezen, omdat ik bang was voor nachtmerries.

Na die eerste keer heb ik het nog vier keer herlezen. Het leest makkelijk weg en de gebeurtenissen volgen elkaar chronologisch op. Ik had gedacht veel vergeten te zijn, maar dat was niet zo. Nu lette ik meer op andere zaken, zoals de stijl. Christiane vindt alles ‘klote’ of ‘het einde’.

Ik zou het boek zeker niet lezen voor de literaire kwaliteiten.Bij herlezing vond ik Christiane vooral vermoeiend. Ze doet me denken aan een klein meisje dat tierend roept dat niemand haar begrijpt. Toch heeft die houding een voorgeschiedenis die me eerder niet opviel. Ze woonde in een troosteloze wijk met veel armoede. Het boek gaat verder niet in op haar sociaaleconomische positie en dat vind ik jammer.

Daardoor snap je beter hoe iemand in zo’n nare situatie terechtkomt.Ik concludeer dat Christiane F. niet zo’n goed boek is, maar het was voor mij een overgangsfase in het lezen tijdens mijn puberteit. Sindsdien ben ik elf keer verhuisd en telkens stopte ik mijn felblauwe exemplaar weer in de verhuisdoos. Ik denk dat het gewoon bij me hoort.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Boeken

Het laatste boekennieuws met onze recensies, de interessantste artikelen en interviews

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next