Columnist Nico Dijkshoorn zag Peter Bosz iets ongelofelijk dappers doen.
Peter Bosz is in de aanloop naar de kampioenswedstrijd een weekje gaan skiën. Er werd tijdens een persconferentie gevraagd of hij voetbal had gekeken. Kleine glimlach, een grimas, een microseconde wat trekken met de mond en daarna het antwoord. ‘Nee.’ Het voelde een beetje alsof hij een juwelenroof bekende. Peter Bosz leek na zijn kordate antwoord heel even op een vegetariër die net tijdens een bijeenkomst van de organisatie Leven Voor Alles Wat Leeft heeft bekend dat hij een week lang vlees heeft gegeten. ’Lamsvlees. Zo jong nog. Bijna ongebakken. Ik kon het zo naar binnen zuigen.’
Ik heb het filmpje waarin Bosz bekent dat hij dagenlang geen voetbal heeft gekeken minimaal twintig keer bekeken. Er wordt daar iets essentieels geraakt. Ik keek steeds maar weer naar Peter Bosz en de manier waarop hij ‘nee’ had geantwoord. Ik keek naar zijn ogen en zijn mond, en ik begreep opeens waarom voetbal zo belangrijk voor mij is en waarom ik er al 25 jaar iedere week over schrijf. Die rare voetbalwereld, met zijn ijzeren wetten. Die rare verzameling beroepsgekken bij elkaar, die al een leven lang langs een veld staan. Kinderen op hun sokken door het huis, want papa moet morgen een hele belangrijke wedstrijd spelen.
Deze column is afkomstig uit het VI-weekblad.
Source: VI Nieuws