De internetblokkade maakt het moeilijk Iraniërs te bevragen over de oorlog. Aan de Turks-Iraanse grens, waar dagelijks honderden Iraniërs arriveren, kan dat wel. Een flink deel steunt de aanvallen nog altijd. ‘Het is de prijs die we moeten betalen voor de vrijheid.’
schrijft vanuit Istanbul over Turkije, Iran, Israël en de Palestijnse gebieden.
Met zoekende blik komt Masi tevoorschijn uit de ijzeren poort onder een blauw bord met de tekst ‘Gelen yolcu’, Turks voor ‘arriverende passagiers’. Op het bord boven de poort ernaast staat ‘Giden yolcu’, vertrekkende passagiers.
Masi heeft zojuist haar vaderland Iran verlaten en stapt nu Turkije binnen, het land waar ze studeert. De zoekende blik betreft de aanwezigheid van taxi’s, maar dat vormt geen probleem. Gele taxi’s genoeg hier, evenals witte minibussen.
De voertuigen komen uit de stad Van, twee uur rijden vanaf hier, om Iraniërs met bestemming Iran af te leveren bij de grenspost Kapiköy, gelegen tussen bruine heuvels en wit besneeuwde bergtoppen. Vanaf daar brengen ze uit Iran komende Iraniërs naar Van. De reizigers reizen vervolgens door per trein of vliegtuig. Naar Istanbul, zoals Masi, of vanaf Istanbul naar oorden in Europa, Canada en de VS, zoals de meesten.
Twee weken geleden ging de 27-jarige Masi naar haar familie in de stad Tabriz om met hen Noroez te vieren, het Perzisch nieuwjaar. Dat in Iran volop oorlog woedde, vond ze geen beletsel, hoewel Tabriz geenszins verschoond bleef van het oorlogsgeweld.
‘De luchtaanvallen waren vreselijk’, zegt ze. ‘Bommen vielen rond onze buurt. Eén aanval was zo zwaar dat bijna al onze ramen braken. Afgelopen nacht werd de olieraffinaderij van Tabriz getroffen. En hoewel ik het totaal eens ben met deze oorlog, ben ik niet blij met bombardementen van zulke infrastructuur. Dit is een oorlog tegen het regime, niet tegen de bevolking.’
Het verloop van de oorlog stemt haar somber, niet alleen vanwege die infrastructuur. Ze is bezorgd over wat met de Iraniërs zal gebeuren als de oorlog straks is afgelopen en het regime er nog zit, repressiever dan ooit. Daarom heeft de Amerikaanse president Donald Trump haar nogal teleurgesteld. ‘Eerst zei hij dat hij ons wilde helpen om snel van het regime af te komen. Nu heeft hij het over onderhandelingen.’
De meeste gewone Iraniërs denken net als Masi, meent ze. ‘Ze zijn vóór deze oorlog om van dit regime af te komen. Ongeacht de honderden burgerdoden, wat niets is vergeleken met de tienduizenden die in januari zijn vermoord. We willen dat deze oorlog leidt tot een totale ineenstorting van het regime.’
Dat een ruime meerderheid van de Iraanse bevolking af wil van de Islamitische Republiek, werd in september nog eens bevestigd in een grote peiling online van instituut Gamaan. Ook zijn er legio aanwijzingen dat veel Iraniërs met genoegen zagen hoe de VS en Israël op 28 februari de aanval openden tegen het regime, een aanval waarbij meteen al de opperste leider Ali Khamenei werd gedood.
Maar hoe groot is nu nog, ruim een maand na ‘Operation Epic Fury’, de steun voor de oorlog? Behoorlijk groot, zo valt voorzichtig te constateren na twee dagen van gesprekken met tientallen Iraniërs. Donderdag gebeurt dat op het station van Van, waar een trein met 240 Iraniërs aankomt; vrijdag bij grenspost Kapiköy. Ruim vijftig reizigers zijn bereid te praten, van wie 31 tamelijk uitgebreid.
Wat in gesprekken in de eerste plaats opvalt, is de brede steun voor de aanvallen op Iran door Israël en de VS, zeker in het begin van Epic Fury. ‘De eerste dag, toen Khamenei doodging, was een van de gelukkigste dagen van mijn leven’, zo verwoordt de 35-jarige studente Roya een breed gedeeld gevoelen.
Van de 31 spraakzame Iraniërs zijn er elf nog altijd vóór de oorlog, ook nu er burgerdoden vallen. ‘We moeten van het regime af. Dat heeft een prijs: oorlog’, zegt Nasrin (36), die terugkeert naar haar vader in Teheran na drie maanden studie in Londen. ‘Oorlog is de enige oplossing. Gewone mensen lijden, maar helaas is dat de prijs die we moeten betalen voor de vrijheid.’
Hoe het regime zal verdwijnen? ‘Deze oorlog heeft het regime verzwakt, het is nu de beurt aan de bevolking’, zegt Nasrin. ‘Wij moeten het laatste zetje geven. We konden het niet alleen, we hadden hulp van het buitenland nodig.’ En zelfs al deugt Trump niet, wat dan nog? ‘De vijand van mijn vijand is mijn vriend’, zegt Bijan (50), zelfstandig ondernemer uit de stad Ahvaz.
Acht gesproken mensen steunen de aanval op Iran enthousiast, maar zijn inmiddels gaan twijfelen vanwege het vernielen van civiele infrastructuur, omdat het regime gewoon blijft zitten en vanwege de grillen van Trump, met zijn alsmaar wisselende oorlogsdoelen. Vooral zijn uitspraak over Iran ‘terugbombarderen naar het stenen tijdperk’ valt slecht. Bij sommigen van de acht werd de twijfel zo sterk dat ze nu inzien dat ‘oorlog toch niet zo’n goed idee was’, in de woorden van de 48-jarige gynaecoloog Salome.
‘Eerst vond ik, net als elke Iraniër, dat oorlog de enige manier was om vrijheid te krijgen’, zegt ze. ‘We haten onze regering. Maar dit blijkt geen oorlog te zijn om Iran vrij te maken, het gaat om energie en andere belangen. Trump heeft stap voor stap laten zien wat zijn plan is. Europese kennissen snapten niet waarom we blij waren dat ons land werd aangevallen. Nu denk ik dat de Europeanen Trump beter begrepen dan wij.’
Iets dergelijks klinkt bij andere tegenstanders van het regime. ‘Trump is gek’, wordt er gezegd, en ‘hij doet het voor het geld en de olie’. Opmerkelijk genoeg straalt de kritiek minder af op de Israëlische premier Benjamin Netanyahu. ‘Ik hou van Bibi’, zegt Nasrin. ‘Netanyahu vind ik nog steeds geweldig’, zegt Roya. ‘Hij is de enige politicus in de wereld die echt om het Iraanse volk geeft.’ Exact hetzelfde citaat valt op te tekenen uit de mond van de 40-jarige Elmaz.
Onder de Iraniërs aan de grens zijn ook mensen die van meet af aan tegen de oorlog waren. Dat zijn uiteraard de enige twee die zich laten kennen als uitgesproken voorstanders van de Islamitische Republiek – een verhouding die overeenkomt met het onderzoek van Gamaan – maar ook twee tegenstanders, plus enkele mensen die hun mening over het bewind in het vage laten.
Wie eruit springt, is de 51-jarige Seraj Mirdamadi, de enige die er geen probleem mee heeft om met naam en foto in de krant te komen (alle anderen zijn ook in de tekst onherkenbaar gemaakt). Mirdamadi is verklaard tegenstander van het regime en zat als hervormingsgezinde journalist ooit twee jaar lang gevangen. Maar buitenlandse machten die zijn land aanvallen om van Iran een ‘failed state’ te maken? Geen sprake van. ‘Dan zijn we als Iraniërs één.’
Hij ging zelfs uit protest met de Iraanse vlag de straat op toen hij afgelopen maand op bezoek was bij zijn ouders in de stad Mashhad. Zijn echtgenote deed hetzelfde bij een manifestatie in hun woonplaats Parijs. ‘Niet uit steun voor de Islamitische Republiek, maar tegen de aanvallen.’
Diverse reizigers constateren dat onder de grote meerderheid van Iraniërs die niets van het islamitische bewind moeten hebben, inmiddels twee groepen te onderscheiden zijn. ‘Eén groep wil dat de oorlog doorgaat totdat het regime instort’, zegt de 56-jarige Arash, gepensioneerd ambtenaar. ‘De andere groep is bezorgd over de infrastructuur. De verdeeldheid loopt soms dwars door families.’
Welke groep groter is? ‘De felle tegenstanders van het regime’, meent Arash stellig. Zelf zegt hij tot geen van beide kampen te behoren. ‘Ik wil een grote verandering met zo min mogelijk schade.’
Van het ‘ontvluchten’ van Iran is geen sprake, zo blijkt verder uit de gesprekken. Degenen die onder het bord ‘arriverende passagiers’ vandaan komen, hebben uiteenlopende redenen voor hun reis, maar ontsnappen aan het oorlogsgeweld hoort daar niet bij. Studie, werk en vakantie worden genoemd. Sommigen waren op familiebezoek in Iran, anderen gaan op familiebezoek in Europa.
Hetzelfde geldt voor de stroom reizigers richting Iran, die bijna even groot is. Volgens de VN kwamen in de oorlogsmaand maart ruim 68 duizend Iraniërs aan in Turkije, terwijl er 53 duizend Iran binnenkwamen. Die aantallen waren aanzienlijk lager dan vóór de oorlog. Geen van de circa twintig door de Volkskrant aangesproken terugkeerders zegt het oorlogsgeweld te vrezen.
Iedereen heeft explosies gehoord (meer dan gezien), maar allen zeggen dat het dagelijks leven gewoon doorgaat, hoewel grotendeels binnenshuis. ‘Het geluid van de bommen was vreselijk, vooral de laatste dagen’, zegt tandarts Mina (42). ‘Ons huis in het centrum van Teheran schudde. Maar afgezien daarvan leefden we een normaal leven thuis: series kijken, boeken lezen, een stukje wandelen.’ De 40-jarige Zahra zegt zelfs zich ‘nooit onveilig’ te hebben gevoeld.
Als grootste probleem wordt door velen niet het oorlogsgeweld genoemd, maar het afsluiten van het internet. ‘Dat is echt een tragedie’, zegt de 26-jarige Setareh. ‘Niet alleen omdat contact met familie buiten Iran onmogelijk is, maar vooral omdat de mensen binnen Iran het nodig hebben voor belangrijke informatie en toegang tot de vrije wereld.’ Voor Zahra is het gebrek aan internet reden tijdelijk naar haar neef in Italië te gaan.
Het nieuws pikken veel Iraniërs op van Iran International, een satellietzender in de diaspora. ‘Daar kijkt werkelijk iedereen naar’, zegt Fateme, universitair docent Engelse literatuur. ‘Ook aanhangers van het regime.’ Iedereen in Iran, zo wordt gezegd, heeft een schotel. Een van de leuzen tijdens de dagelijkse, door de autoriteiten georganiseerde protesten in Iraanse steden is zelfs ‘Val de kantoren van Iran International aan’.
Een minder prettig gevolg daarvan, en van de oorlog als zodanig, is volgens Roya dat zelfs tieners over politiek discussiëren als ware analisten. ‘Mijn neefjes en nichtjes ook. Ze bespreken wie beter is, Marco Rubio of JD Vance. Ze zouden gewoon tieners moeten zijn.’
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant