Veel Hongaren stemmen op Orbán omdat hij na de vernederingen uit het verleden alsnog een geduchte macht heeft gemaakt van Hongarije: niet in grootte, maar wel in de invloed die het uitoefent met zijn dwarse gedrag in Europa.
is redacteur van de Volkskrant.
Tot de grootste tegenslagen waar de Europese Unie mee te maken kreeg, behoort alles wat de Hongaarse premier Viktor Orbán deze eeuw heeft durven doen. In zijn nieuwe boek De burger in opstand spreekt de Belgische oud-premier Guy Verhofstadt namens velen, als hij zijn verbijstering uit over Orbáns schaamteloze aanval op de democratie, zijn schaamteloze gestook tegen Brussel en dito steun aan Poetin. Hoe kon zo’n politicus opstaan ‘juist in een land als Hongarije dat zich niet één, maar twee keer van de Russische beer had bevrijd’, vraagt Verhofstadt zich af.
Het waren Hongaarse bewindslieden die in augustus 1989 de eerste stukken uit het IJzeren Gordijn knipten. Bijna 33 jaar eerder, in oktober 1956, was het de Hongaarse bevolking die als eerste in Midden- en Oost-Europa tegen de Sovjetoverheersing in opstand kwam.
Over de auteur
Olaf Tempelman is redacteur van de Volkskrant.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Omdat Hongarije van de zes satellietstaten van Moskou de minst repressieve was, kregen ‘democratische instituten’ er na 1989 sneller gestalte dan elders. In Brussel stond Hongarije jarenlang te boek als een land waar de democratie wortel had geschoten, ‘waar het wel goed zat’. Begin deze eeuw voldeed Hongarije als eerste in de regio aan alle EU-toetredingscriteria. Ten tijde van de EU-toetreding in 2004 kregen verkiezingen in Hongarije nauwelijks meer aandacht dan verkiezingen in Luxemburg.
Twee decennia later leven we in een andere wereld. De Hongaarse verkiezingen van 12 april vinden plaats in een klimaat van politieke hoogspanning: die draaien om niets minder dan de vraag of 21ste-eeuws autoritarisme in Europa nog via de stembus te stoppen is. Nog nooit waren zo lang van tevoren al zoveel buitenlandse media in Hongarije aanwezig. Op internationale tv-zenders lijkt het of Hongarije – slechts twee keer Nederland en nog geen tien miljoen inwoners – een grootmacht is.
Als Hongaarse bewindslieden na 1989 lieten zien hoe snel je ‘democratische instituten’ kunt opbouwen, dan liet Orbán na 2010 zien hoe snel je ze kunt afbreken, en hoe makkelijk ook: die instituten blijken machteloos tegen iemand die zich domweg niet aan afspraken houdt, die als een vandaal in de ‘instituten’ huishoudt.
Orbán liet óók zien dat de EU geen antwoord heeft op zulk vandalisme. De EU blijkt niet bij machte een lidstaat op het autoritaire pad te corrigeren. Zo’n lidstaat blijkt wel bij machte Europese besluitvorming te frustreren, met dank aan het unanimiteitsprincipe waarin álle lidstaten akkoord moeten gaan. Het geeft zo’n lidstaat de mogelijkheid de EU van binnenuit te ondermijnen.
Er is in het verleden vaak gewaarschuwd voor het ontstaan van ‘anti-Europese EU-lidstaten’. Maar in Hongarije werd de EU verrast. In verklaringen wordt Viktor Orbán vaak de uitvinder van het moderne rechts-populisme genoemd. Of dat klopt, valt te bezien. Hoewel Orbán vaak podia deelt met West-Europese ‘vrienden’ à la Wilders, Le Pen en Salvini, heeft zijn politieke universum weinig van doen met dat van hen.
Inzichtelijk voor de casus Hongarije is de plek waar Orbán in 2014 zijn bekende toespraak hield waarin hij aankondigde van Hongarije een ‘illiberale democratie’ te gaan maken: Băile Tușnad, in Roemenië. Vóór de geallieerde overwinnaars van de Eerste Wereldoorlog in Versailles de dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije opknipten, en van het enorme gebied waarin Hongaren de dienst hadden uitgemaakt louter een rompstaatje overlieten, genoot dit kuuroord faam onder de Hongaarse naam Tusnádfürdö. In die tijd kenden Europese reizigers Slowakijes tweede stad Košice als het Hongaarse Kassa en Roemeniës derde stad Cluj als het Hongaarse Kolozsvár.
Kennis van deze geschiedenis was in Brussel minder ingeburgerd dan die van de Sovjetinval in Hongarije. Toch is het deze geschiedenis die zich in de EU doet gelden als slecht karma.
Op 4 juni 1920 verloor Hongarije in het verdrag van Trianon (een lustslot in Versailles) twee derde van het gebied waarover het in de dubbelmonarchie had geheerst. Een derde van de Hongaarse bevolking belandde buiten de landsgrenzen. In de Hongaarse taal is ‘Trianon’ nog altijd verbonden met woorden als schande, onrecht en tragedie. West-Europese liberalen à la Guy Verhofstadt mogen zich ergeren aan rancune over ‘oude geschiedenis’ – grote Hongaarse minderheden in Roemenië, Slowakije, Servië en Oekraïne zorgen ervoor dat die geschiedenis niet verjaart.
De afstand tussen Versailles en Brussel bedraagt maar 300 kilometer. Een cruciaal bestanddeel van Orbáns succes was zijn vermogen ‘de lui in Versailles die ons slecht gezind waren’ te verbinden met ‘de lui in Brussel die ons slecht gezind zijn’. Destijds pakten ze ons imperium af, nu willen ze onze identiteit en onze waarden afpakken. Ze promoten homoseksualiteit, ze dringen ons migranten op, ze willen ons de oorlog in Oekraïne binnenslepen.
In tegenstelling tot zogenaamd verwante politici elders, kreeg Orbán een historisch overgeleverd wantrouwen tegen West-Europa in de schoot geworpen. Orbán excelleert in vuil spel en onbeschofte methoden. Maar de maatregel waarvan hij het meest profiteert, is in 2011 met een ruime meerderheid aangenomen door het Hongaarse parlement: de mogelijkheid voor de ‘slachtoffers van Trianon’ in de buurlanden om een Hongaars paspoort aan te vragen.
Zonder de stemmen van Hongaren in Roemenië en Slowakije, had Orbán de verkiezingen van 2022 mogelijk verloren. Zonder deze kiezers zou hij zijn achterstand in de huidige peilingen niet meer kunnen inlopen. In Roemenië zullen op 12 april enkele honderdduizenden Hongaren gaan stemmen: in hún polls staat Orbán op 92 procent.
Voor een aanzienlijke groep stemgerechtigden, binnen én buiten de landsgrenzen, is Orbán niet de leider die de Hongaarse democratie om zeep hielp, maar de verpersoonlijking van Hongaarse trots, de leider die van Hongarije weer een belangrijk land maakte, de leider die Europese besluiten kan maken en breken. Ze zien hem op Euronews, CNN, BBC en Al Jazeera. Zijn meegaande voorgangers zagen ze daar nooit, in Brussel kende niemand hun namen.
Viktor Orbán kennen ze overal, een prestatie voor een leider van een de facto onbelangrijk land. Dankzij de eindeloze stoet Europese politici die de afgelopen jaren naar Boedapest trok om Orbán tot medewerking te bewegen, ging hem het aura aankleven van een Belangrijk Leider.
Een eeuw geleden werden Hongaarse ambities als Midden-Europese grootmacht in Versailles gefnuikt. Orbán maakte van Hongarije alsnog een land waar Europa niet omheen kan. Geen grootmacht qua gebied, wel qua aandacht die het opeist en invloed die het uitoefent. De bron is rancune. In 1920 werd al voorspeld dat de gevolgen van Trianon nog lang merkbaar zouden zijn.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant