Home

De Ronde van Vlaanderen? Die zie je het beste vanaf de fiets

Niet alleen de wedstrijdrenners koersen tijdens de Ronde van Vlaanderen, maar tussen de klimmetjes door zoeken ook toeschouwers op racefietsen hun weg. Wie handig is, kan de koers meermaals zien passeren. ‘Frisse lucht, lichaamsbeweging en nog gratis ook!’

is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, atletiek en roeien.

Als de renners voor de eerste keer over de kasseien van de Oude Kwaremont zijn gedenderd, komen Anita Morris en Lewis Snook in vol wielerornaat haastig achter de toeschouwers langs gelopen. Ze pakken hun fietsen en rijden naar de dranghekken die een kleine kilometer verderop staan.

Daar passeert juist het grote, veelkleurige peloton waarin het moeilijk is om de individuele coureurs van naam te spotten. Mathieu van der Poel maakt het de Britse fans gemakkelijk: hij komt in zijn eentje net wat later dan het peloton door de bocht, tussen de volgwagens. ‘Come on Mathieu!’, roept Snook.

Paar minuten peddelen

Als de sliert van volgwagens in de Ronde van Vlaanderen voorbij is, klimt het duo weer op hun fietsen en zet koers naar de aan elkaar geschakelde klimmetjes Oude Kruisberg en Hotond, ook maar een paar minuten peddelen verderop. ‘Hij bepaalt waar we heen gaan’, zegt Morris met een lach.

Ingewikkeld is dat niet, legt Snook uit. Wie de weg naar Ronse op en neer fietst, kruist meerdere keren het pad van de Ronde van Vlaanderen. Heerlijk vindt Morris het om zo naar de wedstrijd te kijken. ‘Frisse lucht, lichaamsbeweging en het is nog gratis ook.’

Onontwarbare lusjes

Afsteken heet het: het afsnijden van het parcours om als toeschouwer op meerdere plekken de renners te zien passeren. Het gebeurt bij veel wielerwedstrijden. Vaak doen fans dat met auto’s, maar in de Ronde van Vlaanderen is de fiets het beste vervoermiddel.

Het gebied waar de koers zondagmiddag wordt beslist, is op de dag van de Ronde verboden voor auto’s. Het is een driehoek tussen Kluisbergen, Ronse en Melden. Daarbinnen liggen de Paterberg, de Oude Kruisberg/Hotond en de Oude Kwaremont.

Die laatste kasseienklim is de dikste knoop in het parcours dat bijna onontwarbare lusjes maakt in de paar vierkante kilometer ten zuiden van Oudenaarde. Op de Oude Kwaremont komt de koers vier keer voorbij – driemaal de mannen, de vrouwen eenmaal. Dat is een ongekende luxe in de wielersport, waar het peloton in de grootste wedstrijden doorgaans geen lusjes maakt en slechts eenmaal passeert.

Stadionsfeer

De klim is afgeladen met publiek, sommigen staan in de viptenten in de berm, maar de meesten bouwen er een feestje op eigen gelegenheid. Een groep Spaanstalige fans die een zak chips en een doosje borrelnootjes deelt, heeft papieren feesthoedjes opgezet. Waarom? ‘Om de Ronde te vieren.’

Het is de beleving van het publiek die de Oude Kwaremont zo aantrekkelijk maakt, zal Tadej Pogacar na afloop zeggen. En die in het verlengde daarvan de hele Ronde van Vlaanderen van extra cachet voorziet. Het is een stadionsfeer die in het wielrennen eigenlijk niet voorkomt. En het is de plek waar de koers hard wordt gemaakt, door hem en door Demi Vollering bij de vrouwen.

In deze Bermudadriehoek van de koers – tussen Oude Kwaremont, Paterberg en Hotond – verdwijnen de biertjes al de hele dag in rap tempo. Ruim voor de vroege vlucht van de mannenwedstrijd passeert, staat vlak bij de Paterberg een groepje mannen wankel op de benen en met pijpjes pils in de hand in de berm te plassen.

Wanneer Morris en Snook naar de Oude Kruisberg fietsen, worden ze hartstochtelijk aangevuurd door een fan. ‘Komaan Wout!’, roept hij terwijl een van zijn makkers op hetzelfde moment een aanzienlijk deel van zijn bierontbijt over de dranghekken braakt.

Massa’s mensen

Net over de top van de Hotond staan bij een hotel twee grote schermen opgesteld. Er klinkt, terwijl zon en regen om voorrang vechten, het stemgeluid van de VRT-commentatoren Karl Vannieuwkerke, José De Cauwer en Renaat Schotte vanaf de motor. Lokale wielerjeugdtrainer Tim Van den Berghe met zijn zoon Ferre (12) en pupil Luca Soetaerts (8) parkeren er de racefiets. Zij wonen in finishplaats Oudenaarde, vertelt hij. ‘Maar daar kun je niets.’

In het centrum van het stadje is het aan het begin van de middag bij de start van de vrouwen stampvol, het is er aan het eind van de dag ontstellend druk bij de finish en het blijft dringen tijdens de feesten na afloop. Massa’s mensen, maar relatief weinig te zien van de wedstrijd. Nee, dan liever op de racefiets heen en weer en zo de Ronde meebeleven, vindt Van den Berghe. Dat het gebied autovrij is, maakt het alleen nog maar mooier. ‘Dat is voor de kinderen echt de max.’

Van drukte is helemaal geen sprake in het gebied dat ingesloten ligt door het parcours. Boven de weg van de Hotond naar de voet van de Koppenberg, aan de rand van het autovrije gebied, is de televisiehelikopter verdwenen. Het enige dat er nu in de lucht hangt is een biddende torenvalk aan de rand van het veld.

Even wordt de rust verstoord door toeterende motoren met fotografen achterop. Zij kennen het belang van afsteken ook en zoeken voortdurend naar manieren om het parcours af te snijden en zo op meerdere plekken foto’s te schieten. Ze hebben haast.

Op een holletje

Het is soms ook haasten voor de afstekers op de fiets. Aan de voet van de Koppenberg worden twee wielrenners in het zwart door een verkeersregelaar van het parcours gestuurd. Ze mogen, anders dan de motoren met fotografen, de steile kasseienklim niet op: de wedstrijdrenners kunnen er elk moment zijn.

Tijd voor vragen van een journalist hebben de fietsende fans niet. Ze zetten hun glimmende racefietsen op slot aan de voet van de klim en verdwijnen met zweet op het voorhoofd en klik-klakkend op hun ongemakkelijke wielerschoentjes op een holletje tussen het publiek. Net op dat moment roept achter hen een signaalgever luid ‘rode vlag’.

Voor de wedstrijd uit rijden drie auto’s met waarschuwingsborden, met daaronder de woorden ‘wedstrijd/course’, en rode vlaggen. Als zij passeren, is de weg verboden terrein voor iedereen behalve de coureurs. Aan het hek ziet Chiel Verlinden hoe Pogacar met Van der Poel in zijn wiel begint aan de Koppenberg, die zo steil en met keien bekleed van onderaf oogt als een muur. Vlak erachter volgt Evenepoel en nog weer iets later Van Aert met Mads Pedersen.

Groene vlag

Verlinden is in training voor de recreantenversie van Luik-Bastenaken-Luik en maakt deze Paaszondag een ronde van 100 kilometer. Hij stond eerder aan het hek op de Berendries, nu hier bij de Koppenberg en hij zal zich daarna naar de finish in Oudenaarde spoeden. Hij moet nog even wachten voordat hij verder kan. Pas als alle renners voorbij zijn en ook de stoet ploegleiderswagens komt, rijdt uiteindelijk een auto met groene vlaggen voorbij. Dat is het teken dat het parcours weer vrij is.

De twee haastige mannen in het zwart komen alweer van de heuvel gestiefeld, springen op het zadel en verdwijnen in de richting van de Oude Kwaremont. Frederik Ost en Johan Vervaecke gaan de andere kant op.

Zij rijden, met elektrische ondersteuning, naar Oudenaarde en vertellen hoe ze vorig jaar per ongeluk al voor de groene vlag het parcours op waren gegaan. Hoe ze zo tussen de Hotond en Oude Kwaremont feitelijk in koers waren. ‘Maar voor de Oude Kwaremont zijn we aan de kant van de weg gaan staan.’

Plekje bij de finish

Ditmaal letten ze beter op en gaan ze op zoek naar een plekje bij de finish, net als de vele andere fietsers die de weg naar Oudenaarde gevonden hebben. Ze zien er op groot scherm hoe Pogacar op de Oude Kwaremont Van der Poel definitief afschudt. Net zoals ze dat Demi Vollering een uur later op dezelfde plek zien doen met haar concurrenten.

Onder een orkaan van gejuich en met de stevige wind in de rug snellen die twee als winnaars Oudenaarde binnen. Voor Pogacar is het de derde keer dat hij de Ronde wint, voor Vollering een primeur.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next